Hartstocht

Liefde maakt blind, maar volgens mij maakt ongeïnteresseerdheid nog veel blinder. Een sterk staaltje daarvan mocht ik laatst meemaken bij het kijken naar de alom geprezen, drie maal be-oscarde film The Piano. Wat er gebeurde was heel eigenaardig. Al tijdens de film betrapte ik mezelf erop dat ik de twee mannelijke hoofdpersonen niet goed uit elkaar kon houden. 'Echtgenoot heeft bakkebaarden, minnaar heeft lang haar', prentte ik mezelf in om bij de les te blijven. Dit is belachelijk, want de twee acteurs lijken helemaal niet op elkaar.

Maar bij het slotakkoord van de film liep het toch weer mis. De aan stomheid lijdende vrouw (Holly Hunter) vertrekt met een gezelschap per roeiboot uit Nieuw Zeeland om elders een nieuw bestaan op te bouwen. De piano is te zwaar en wordt in zee gelost. Holly Hunter slaat ongelukkigerwijs mee overboord, maar weerstaat de verleiding van de diepzee en even later zien we het gezinnetje in een gouden licht gelukkig zitten te wezen, compleet met nieuwe piano, zilveren vingerprothese en spraaklessen. Ik begreep er niets van. Totdat mijn man me uit de droom hielp door erop te wijzen dat het hier de minnaar betrof en niet de echtgenoot. Weer had ik ze verwisseld!

Niet dat daardoor de puzzelstukjes ineens wel op hun plaats vielen. Integendeel, de film werd er alleen maar banaler op. Mijn eigen mentale processen kon ik intussen wel duiden. Als de personages of de handeling me niet boeien, ga ik abstraheren en let niet meer zo goed op. Het verhaal raakt dan mijns ondanks gedegradeerd tot een soort schimmenspel, waarvan de structuur mij meer bezighoudt dan de inhoud. Deze film ging over hartstocht. Een van de wetmatigheden in de kunst is dat het met echte hartstocht slecht afloopt - dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de boeketreeks-lectuur, waarin de hoofdpersonen elkaar krijgen en behouden tot in lengte van (verder niet beschreven) dagen. Het idee dat de twee gelieven in de als highbrow-kunst bedoelde The Piano uiteindelijk samen gelukkig zouden worden valt buiten het stramien, dus geen wonder dat ik in mijn vooringenomen perceptie de persoon van de echtgenoot zat in te vullen op de plek waar zich toch duidelijk de minnaar bevond, nota bene met Maori-tatoeage en al.

Mijn onverschilligheid tegenover het wel en wee van de hoofdpersonen werd waarschijnlijk ingegeven door wrevel over het niet-spreken van de vrouw. Eigenlijk vind ik dat een beetje aanstellerige aandoening, zoiets als anorexia. Ik bedoel, er zijn zoveel kwalen waardoor een mens buiten zijn wil getroffen kan worden, dat de aandoeningen die iemand zichzelf oplegt niet op mijn diepste sympathie hoeven te rekenen. Ondanks dit wankele uitgangspunt was de film nog te redden geweest met een betere kwaliteit hartstocht.

Maar mijn weerzin tegen de premisse deed me alleen nog maar clichés zien: de edele, tedere minnaar die zoveel dichter bij de Maori's stond en als semi-natuurmens en analfabeet vanzelf veel betere seks wist te bedrijven dan die sullige, stijve echtgenoot die zich ofwel onthield ofwel tot verkrachting overging. Je lichaam verkopen voor een piano, maar nog net op tijd de prostitutie zien verkeren in ware liefde (gelukkig, die eer is ook weer gered). De noodzaak van de stomende seks-scènes - je moet wat, als de hoofdpersoon geen goed gesprek kan voeren. En tot overmaat van ramp een happy end. Wat een zouteloos gedoe.

Hartstocht in de kunst vereist een contrapunt. Dat is een esthetische wet. Er moet iemand, liefst alletwee, met een klap op de grond terechtkomen, anders krijgt men een weeë smaak in de mond. In het dagelijkse leven verloopt een en ander automatisch via het verstrijken van de tijd, maar fictie heeft een oplossing nodig.

Soms lukt het in fictie om een suggestie van eeuwige liefde over te brengen zonder dat het wee wordt. Een recent voorbeeld is de film The remains of the day naar het boek van Kazuo Ishiguro. Een butler en een huishoudster houden van elkaar, maar de omstandigheden zijn er niet naar om hun liefde te bekennen. Ook twintig jaar later, wanneer ze elkaar weer ontmoeten, komt het er niet van. Juist het niet uitspreken brengt de liefde op een hoger plan. De hartstocht krijgt een tragische eeuwigheidswaarde, niet alleen voor de hoofdpersonen, ook voor de kijkers naar de film, de lezers van het boek.