Geallieerden mogen van Turkije Koerden blijven beschermen

ANKARA, 15 JUNI. Met een verrassende meerderheid van 193 tegen 147 stemmen heeft het Turkse parlement gisteren het halfjaarlijkse mandaat verlengd van Provide Comfort, de geallieerde luchtmacht die de overwegend Koerdische bevolking in Noord-Irak vanuit Turkije beschermt tegen eventuele nieuwe aanvallen vanuit Bagdad.

In Ankara bestond de indruk dat de verlenging deze keer met slechts een nipte meerderheid door het parlement zou worden aanvaard, gezien de groeiende weerstand in politieke en militaire kringen in Turkije tegen de internationale bescherming die de bevolking in Noord-Irak al ruim drie jaar lang wordt geboden. De Koerden beschikken daardoor nu over een de facto onafhankelijke staat, zo wordt geredeneerd, terwijl Turkije, net als de andere buurlanden Syrië en Iran, uit angst voor repercussies onder de eigen Koerdische bevolking vasthoudt aan de territoriale integriteit van Irak.

Bovendien geeft de operatie de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) de gelegenheid om zich vrijer dan voorheen in de grensstreek te manifesteren. Het Turkse leger is in het zuidoosten van het land in een felle guerrillaoorlog verwikkeld met de PKK.

Minister van buitenlandse zaken Hikmet Çetin hield het parlement gisteren voor dat Provide Comfort de bestrijding van de Koerdische terreur in de regio vergemakkelijkt. “Turkije krijgt van de geallieerden militair inlichtingenmateriaal dat ook een beeld geeft van de activiteit van de PKK.” Volgens Çetin ligt het in lijn der verwachtingen dat Provide Comfort blijft zolang het economische embargo tegen Irak standhoudt.

Ankara zou het liefst zien dat de internationale sanctiemaatregelen tegen Irak worden opgeheven. Turkije heeft hierdoor in de afgelopen vier jaar een verlies geleden van 20 miljard dollar. Irak was de belangrijkste handelspartner van Turkije. De Irakezen importeerden jaarlijks veel goederen uit Turkije, die voornamelijk via het zuidoosten van het land werden vervoerd. Sinds de grenshandel stil is komen te liggen, is het toch al onderontwikkelde zuidoosten verder verarmd, wat de bevolking in de armen van de PKK zou hebben gedreven.

Om de economie in de grensregio enigszins te activeren, heeft Turkije plannen om de grensovergang Habur binnenkort weer open te stellen voor het handelsverkeer met Irak. Tot twee jaar geleden, toen Turkije de handel aan sterke restricties bond, passeerden hier dagelijks circa 2000 Turkse vrachtwagens, die voedsel en medicijnen - die niet onder het embargo vallen - leverden aan zowel Noord-Irak als de rest van Irak. In ruil hiervoor namen ze grote hoeveelheden spotgoedkope diesel mee terug. Hiermee werd het embargo weliswaar geschonden, maar omdat het iedereen in de regio welvaart bracht, stonden ook de Verenigde Naties het oogluikend toe.

Ankara en Bagdad zouden in april zijn overeengekomen dat de grenshandel weer wordt geactiveerd en dat de vrachtwagenchauffeurs in staat worden gesteld ongelimiteerd diesel mee terug te nemen. De twee landen zijn ook in onderhandeling over het leegpompen en opnieuw vullen van de bijna 1000 kilometer lange oliepijpleidingen tussen het Iraakse Kirkuk en Yumurtalik aan de Turkse zuidkust. Na de inval van Irak in Koeweit, in augustus 1990, werd de oliekraan door Turkije gesloten. De pijpleidingen zijn, doordat dezelfde olie er nu al vier jaar lang inzit, sterk aan erosie onderhevig. Om verdere schade te voorkomen moet de oude olie eruit worden gepompt, waarna de leidingen opnieuw kunnen worden gevuld.

Van de 12 miljoen vaten olie die in de leidingen zitten, behoren 8,2 miljoen vaten aan Turkije. De resterende 3,8 miljoen zijn eigendom van Irak. De vraag waar het nu om draait is wat er moet gebeuren met die Iraakse vaten. De permanente leden van de Veiligheidsraad van de VN eisen dat 30 procent van de opbrengst wordt gestort in het VN-oorlogsfonds ter compensatie van door Irak aangerichte schade. Het overige bedrag kan door Turkije worden gecompenseerd door Irak humanitaire hulp te bieden of het af te trekken van de schulden die Irak nog in Turkije heeft uitstaan. Bagdad weigert evenwel te accepteren dat de internationale gemeenschap mede bepaalt hoe Iraakse middelen worden besteedt.