De ondergang van de milieuminister

Damage (Fatale). Regie: Louis Malle. Met: Jeremy Irons, Juliette Binoche, Miranda Richardson, Rupert Graves, Leslie Caron. In: Amsterdam, Alfa 1 en The Movies; Rotterdam, Calypso 1; Den Haag, Babylon 1; Tilburg, Cinecitta.

De Europese arena is voor Tory-politici bovenal de lokatie van overspelige passies, waar zij vervolgens hun op zelfcontrole en discipline gebaseerde machtspositie aan verliezen. Dat leerden we althans uit de film Paris by Night, geschreven en geregisseerd door David Hare, ook een vooraanstaand Brits toneelauteur. Het lag daarom voor de hand Hare, de observator bij uitstek van 'crimes passionnels' in de Engelse heersende klasse, als scenarist te vragen voor de bewerking van Damage, de bestseller van Josephine Hart (echtgenote van een van de gebroeders Saatchi uit de reclame) over de ondergang van een Conservatieve milieuminister.

Harts verhaal is sterker dan de literaire kwaliteiten van de roman. Het maatschappelijke succes van de ongeveer vijftigjarige politicus met een glanzende toekomst is volledig gebaseerd op regelmaat en zelfbeheersing. Totdat hij op een receptie de mysterieuze Anna ontmoet. Zonder er nog veel woorden aan vuil te maken beseffen beiden elkaars 'soul-mate' gevonden te hebben en storten zich in een hartstochtelijke liefdesaffaire in de middaguren of in het reces van een Brusselse vergadering. De complicatie is dat Anna de verloofde is van de zoon van de minister.

Het scenario van Hare voldoet ook uitstekend: de veelbetekenende blik van een alwetende secretaresse als haar baas zelf de telefoon opneemt, de onderstroom van woede en verdriet bij de verplichte felicitatie voor het voorgenomen huwelijk van Anna en de zoon, de permanente angst betrapt te worden. Had Hare Damage zelf geregisseerd, dan zou het een discreet pareltje geworden zijn. Maar Hare was slechts in dienst van de regisseur van deze Engels-Franse coproduktie, de Franse veteraan Louis Malle. Die mag dan nog nooit eerder een film in Engeland opgenomen hebben, hij weet alles van een 'amour fou', zoals hij in de sterk variërende decors van Les amants, Le souffle au coeur en Atlantic City USA bewees.

Damage vertoont de sporen van een Europese package-deal: Malle voor de hartstocht, Hare voor het Britse aspect en de sterren Jeremy Irons en Juliette Binoche voor het publiek. Het Franse aandeel in de coproduktie haalt het niet bij het Britse. Binoche, met haar broeierige, lege blik, die helaas niet-aanwezige afgronden van gevoel suggereert, is net zo'n retorisch element aan het worden als de pompeuze muziek van de Pool Zbigniew Preisner, waarvan de ironie andere regisseurs dan Kieslowski ontgaat. Het vakmanschap van Malle behoedt Damage voor totaal uitglijden, maar het valt desondanks niet mee de film serieus te nemen. De spottende bijnaam Last Tango in Westminster, bedacht door zuinige Britse critici, geeft een passende samenvatting van het onverschillige gevoel dat Damage oproept.

Toch blijft het een fraaie klassieke tragedie, die zich voortspoedt naar een onafwendbare apocalyps. Wegens de finesses van Hare's scenario en de overtuigende bijrolacteurs (Miranda Richardson als de slapende vulkaan van een bedrogen echtgenote, Rupert Graves - de vertolker bij uitstek van E.M.Forsters filmhelden - als de licht wereldvreemde, kwetsbare zoon) had ik de film niet graag willen missen.