Brussel sluit overeenkomst met Oekraïne

LUXEMBURG, 15 JUNI. De Oekraïnse president, Leonid Kravtsjoek, heeft gisteren een uitgebreide handels- en samenwerkingsovereenkomst ondertekend met de Europese Unie, maar de politieke leiders van de twaalf EU-lidstaten hebben gewaarschuwd dat het verdrag pas in werking kan treden wanneer Kiev definitief afziet van het kernwapenbezit.

De Griekse minister van buitenlandse zaken Theodoros Pangalos, fungerend EU-voorzitter, onderstreepte dat ondertekening van het non-proliferatie verdrag door Kiev als een “voorwaarde” moet worden beschouwd.

Hij maakte namens de EU ook duidelijk dat de als gevaarlijk beschouwde kerncentrale van Tsjernobyl gesloten dient te worden. De bij de ramp in 1986 verwoeste reactor is afgedekt met een dikke laag beton, maar twee andere reactoren werken nog en kunnen volgens een aantal Westerse deskundigen ieder moment een nieuwe ramp kunnen veroorzaken. Oekraïne heeft becijferd dat het 8 miljard dollar nodig heeft om Tsjernobyl te sluiten en te vervangen door vijf moderne en 'veilige' kerncentrales. De Europese Unie denkt dat een bedrag van 1,35 miljard dollar voldoende is voor een nieuw te bouwen kerncentrale hoewel de twaalf lidstaten liever zouden zien dat Oekraïne investeert in alternatieve energiebronnen.

De verklaringen van Pangalos volgden op een gezamenlijk initiatief om Tsjernobyl te sluiten van de Duitse bondskanselier Kohl en de Franse president Mitterrand. Beiden willen op de top van de zeven grootste industrielanden (G7) volgende maand in Napels proberen president Clinton aan hun kant te krijgen om geld bijeen te krijgen voor de sluiting van Tsjernobyl. Europese diplomaten hebben zich echter sceptisch uitgelaten over het initiatief, aangezien de Verenigde Staten Tsjernobyl voornamelijk als een Europees probleem beschouwen.

Diplomaten uit andere landen wijzen daarbij op het grote economische belang dat bedrijven uit met name Frankrijk en ook Duitsland daarbij hebben. “De Frans lopen er hard voor en dat is ook wel logisch. Zij hopen immers de klusjesmannen te leveren”, aldus een diplomaat. De Duitsers zijn vooral om politieke reden bezorgd: als er in de Oekraïne iets gebeurt, zal Duitsland gezien zijn ligging daarvan de eerste gevolgen ondervinden. Onder andere Nederland is voorstander van een meer bescheiden, maar financieel gezien wel realistischer aanpak.

Handels- en samenwerkingsovereenkomsten als met Oekraïne zijn door de EU al gesloten met Polen, Hongarije, Bulgarije, Roemenië, Tsjechië en Slowakije. De verdragen, die voorzien in een verlaging van de handelsbarrières en geregelde politieke consultaties, vormen een hoeksteen in het EU-beleid jegens Oost-Europa. Eind deze maand komt de Russische president Boris Jeltsin naar de Europese top op Korfoe om een samenwerkingsverdrag met Brussel te tekenen. In de verdragen met de Oosteuropese landen is de mogelijkheid opengelaten voor een lidmaatschap op termijn. Deze clausule ontbreekt in de overeenkomsten met Rusland en Oekraïne. Aan de onderhandelingen met Oekraïne werd in Brussel minstens zoveel waarde gehecht als aan de gesprekken met de Russen, gezien de precaire situatie waarin het land verkeert.

Het Griekse voorzitterschap van de EU was aanvankelijk van plan om zowel Jelstin als Kravtsjoek uit te nodigen voor de Europese top op Korfoe. Maar gezien de slechte verstandhouding tussen beide president, leek dat de andere EU-lidstaten geen erg goed idee. (AP)