Alleen de komma

Maar zelden wordt het lied van de komma gezongen. Weinigen hebben de komma in het hart gesloten. Een congres gewijd aan de komma, dat zal niet snel georganiseerd worden. De komma bij Krol en andere essays, heette een paar jaar geleden een boek. Het had best - wie weet tot in de eeuwen der eeuwen - het enige boek kunnen blijven met een titel waarin een plaats vergund was aan de voetveeg onder de leestekens.

Ik meen iemand te zijn aan wie het bekend is dat dingen en ideeën, uitvindingen en landschappen, talen en schriften, ja wat al niet, een geschiedenis hebben. Toch kreeg ik een klap op mijn kop toen ik een minimonografie zag liggen, die gewijd was aan de komma. Met de schitterende titel De geschiedenis van de komma.

Ik wilde haar niet meteen ter hand nemen. Sommige boeken moeten hun geheim geleidelijk openbaren. Geschiedenis, zo peinsde ik, is er bijna altijd een van twee soorten. Er is een scherpe geschiedenis, met jaartallen; en een diffuse, van ideeën, gewoonten en traagheid. Elk woord bijvoorbeeld moet door iemand bedacht zijn. Maar slechts hoogst zelden valt het te achterhalen, door wie. Hetzelfde met recepten. Het uitvinden van de eetbaarheid respectievelijk dodelijke giftigheid, evenals van elke bereidingswijze van voedsel - het moet allemaal minstens een keer gebeurd zijn.

Maar nu: de komma. Opeens vond ik het knap stom van mezelf dat ik nog nooit had nagedacht over de komma. Historisch beschouwd dan; als dagelijks gebruiker sinds jaar en dag. Direct begon ik mijn arme hoofd af te zoeken op aanrakingspunten. Het woord 'komma' - ook dat bedacht ik nu pas voor het eerst, en dat terwijl ik van jongs af aan een etymologische veine heb -, het woord 'komma' was Grieks. Dat stond in een oogwenk vast: kopto, slaan. Maar veel hielp het niet. Iets met beitelen?

En hoe stond het eigenlijk met de komma in Griekse en Latijnse teksten? Tsja, die stonden er wel. Maar dat zei niks. Want de interpunctie in die teksten was afkomstig van de klassieke filologen die die teksten bezorgd hadden. En de handschriften waarop die klassieke filologen zich baseerden, dat waren nooit originelen, maar altijd afschrijfsels uit later tijd. Zoveel wist ik nog wel.

Dus van wanneer - globaal - stamde die komma nou, als uitvinding? De Oudheid? Nee, daar geloofde ik niks van. Maar wanneer dan! De Middeleeuwen! Ja, ik gokte op de Middeleeuwen. De komma leek me wel wat voor het klooster.

Thuis gekomen sloeg ik de Winkler Prins op. Komma, zie interpunctie. Ik las het niet ondertekende artikel. Ik moet zeggen: het encyclopedische lemma, dat is het soort schrijven waarnaar mijn grootste bewondering uitgaat. Het drie alinea's tellende artikel was een beauty waar ik met volle teugen van genoot. Eerst was er - natuurlijk! - helemaal geen interpunctie. Toen kwam er, geleidelijk aan, zo het een en ander aan voorstellen en probeersels en doodgeboren kinderen.

De puntkomma, las ik, was een uitvinding van de Venetiaanse humanist en drukker Aldus Manutius. Ai, de Renaissance dus. Sukkel die ik was, met mijn kloosters... Diepe indruk maakte ook dat de gedachtenstreep en de drie puntjes het werk waren van de Romantiek. (Waardoor de poëzie van Emily Dickinson, wier enig leesteken de gedachtenstreep was, plotsklaps op haar plaats viel.) Maar ik loop op mijn verhaal vooruit.

Eigenlijk sta ik nog in de winkel, met De geschiedenis van de komma in handen, zij het al half gewonnen. Het is namelijk briljant uitgegeven: gebonden en onbegrijpelijk goedkoop. Ik blader zonder al echt te willen lezen, voor een indruk van wat ik te verwachten heb. Ik lees de flaptekst. Ik ben een beetje bang voor leuk. Maar de letter waarin het boekje gedrukt is, achtpunts, acht ik veelbelovend. Dat is de notenletter, zeg maar. Erg goed om, als het over de komma gaat, een corps te kiezen dat de indruk wekt dat het boekje een uitgedijde voetnoot van negentig pagina's is.

Zou ik, vraag ik me daarop af, dit boek ook kopen als het zevenhonderd pagina's telde! Weet wel zeker van niet. Of als alle interpunctie er in dit ene kleine boekje doorgejast werd: punt, dubbele punt, puntkomma, uitroepteken, vraagteken en al? Nee, dan zou ik het ook niet moeten. Het is juist die welgeproportioneerdheid die me zo aanstaat. En zou ik eventuele vervolgdelen blieven, in deze zelfde uitvoering? Nee! Het moet een aardigheid blijven: alleen de komma en niets anders dan de komma. Wist ik al dat ik zoveel van de komma hield voordat ik dit boekje in handen had?

Achterin zie ik, nieuw aankoopargumentje, dat er een literatuurlijst van anderhalve pagina is, en een bladzij of twaalf met doorgenummerde noten. Nu heeft het boekje mij stevig beet. Dit ga ik in één adem verslinden zometeen, misschien op een terras. Of zal ik ermee wachten tot in bad? Het boekje brengt hoe dan ook precies de glimlach in de dag die er zo vroeg op de ochtend nog een beetje aan ontbrak.

“Is het een cadeautje, meneer?”

“Nee.”

Maar waarom geef ik het niet gewoon toe? Want wat is dit anders dan een klein geschenk, mij hier door deze dag bij de kassa zomaar overhandigd?