Aanbeveling adviesraad: Hoger onderwijs moet worden gemoderniseerd

UTRECHT, 15 JUNI. Het onderwijs aan hogescholen en universiteiten moet worden gemoderniseerd. Het hoorcollege moet grotendeels verdwijnen en er zal veel meer deeltijdsonderwijs moeten komen, in nauwe combinatie met de maatschappelijke praktijk.

Dit schrijft de Adviesraad voor het onderwijs (ARO) in een advies dat vandaag aan minster Ritzen (onderwijs) is aangeboden. In het advies, 'Hoger leren. Van geleerde samenleving naar lerende samenleving', beveelt de ARO 'bijsturen naar andere leervormen' aan als centraal thema voor toekomstig hoger-onderwijsbeleid. De ARO is met de onderwijsraad het belangrijkste adviescollege van de minister van onderwijs.

Door de voortdurende aanpassingen van het hoger-onderwijssysteem onder druk van de steeds beperktere middelen en de toenemende studentenaantallen is een te groot accent op de bestuurlijke problemen komen te liggen, ten koste van de onderwijsdoelen. De twee oplossingsstrategieën die nu het hoger-onderwijsdebat beheersen - strengere selectie van studenten of juist verder uitbreiding van de aantallen - zullen vooral leiden tot verdere verschoolsing van het hoger onderwijs, aldus het advies. Ook de discussie over de verschillen tussen hogeschool en universiteit acht de raad weinig zinvol.

De inhoud van de wetenschappelijke en hogere beroepsopleidingen zou niet langer alleen de verantwoordelijkheid van de instellingen en het ministerie moeten zijn. Ook nu is standaardisatie vaak ver te zoeken. Het streven naar standaardisatie moet dan ook worden losgelaten. De opleidingen zouden het 'eigendom' moeten worden van samenwerkingsverbanden van de instellingen en maatschappelijke organisaties. Dit zal grote verschillen veroorzaken in doelstelling, niveau, structuur en ingangseisen van de verschillende opleidingen. Het minsterie van onderwijs zal vooral een taak krijgen in het transparant maken van deze diversiteit, door toezicht op de erkenningvan opleidingen door maatschappelijke organisaties.

Volgens de ARO past het klassikale voltijdsonderwijs bij het voortgezet onderwijs, maar niet bij het hoger onderwijs, dat aan volwassenen wordt gegeven. De ARO wijst erop volwassen evengoed en misschien wel beter leren uit ervaring “door te experimenteren, door dingen uit te proberen” en leren door ervaringen uit te wisselen “in netwerken van peers, collega's en experts”. Invoering van deze leervormen zal leiden tot 'ontinstitutionalisering en herschikking van het hoger onderwijs'. Door invoering van 'gespreid leren' zal de huidige leeftijdsgrens van 27 jaar verdwijnen. Dan wordt een stelsel van vraaggestuurde financiering noodzkalijk, waarbij studenten van alle leeftijden hun 'leerrechten' in de vorm van 'ontwikkelingspremies' naar keuze kunnen besteden bij verschillende onderwijsaanbieders.

Volgens de raad kan de minister reeds op korte termijn een aantal acties ondernemen. Initiatiefrijke hoger-onderwijsinstellingen zouden meer wettelijke ruimte moeten krijgen om met nieuwe 'leerarrangementen' te kunnen experimenteren. In regionaal verband zouden deze opleidingen in een federatief verband moeten gaan samenwerken. Ze zullen direct door de overheid moeten worden gefinancieerd, niet via de instelling, en de tempobeurs moet worden afgeschaft voor deze sector.