12 kleinere musea verliezen subsidies; Nieuwe fondsen ter ondersteuning van moderne kunst

ROTTERDAM, 15 JUNI. Nederlandse kunstmusea kunnen voor aankopen van moderne kunst en vormgeving voortaan een beroep doen op twee nieuwe fondsen onder het beheer van de Mondriaan Stichting in Amsterdam.

Deze stichting, die 1 januari 1994 als stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en musea de taken van het ministerie van WVC op deze terreinen overnam, heeft voor het ondersteunen van aankopen moderne kunst in totaal bijna vier miljoen gereserveerd. Twee miljoen daarvan gaat naar de twee nieuwe fondsen. Het totale budget van de stichting bedraagt 19,3 miljoen gulden.

Met een van de twee nieuwe fondsen, groot 1,2 miljoen gulden, wil de stichting jaarlijks drie à vier grootschalige internationale presentaties ondersteunen die door Nederlandse kunstmusea in het buitenland worden verzorgd. Vroeger lag de organisatie en verantwoordelijkheid voor buitenlandse presentaties grotendeels bij de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag. De drie à vier ton per project zijn bestemd voor aankopen of opdrachten van beeldende kunst en vormgeving die in de laatste 25 jaar zijn geproduceerd en die passen in het kader van zo'n buitenlandse museale presentatie. Wil het Stedelijk Museum in Amsterdam bijvoorbeeld Rob Birza in een gerenommeerd buitenlands museum presenteren dan kan het bij de stichting aankloppen om een extra werk van Birza of van een verwante kunstenaar aan te kopen. Ook werk van buitenlandse kunstenaars komt in aanmerking.

Met het andere nieuwe fonds, dat in een startkapitaal van 1.750.000 gulden voorziet, wil de stichting bijdragen aan het verwerven van zeer bijzondere werken of deelcollecties van beeldende kunst en vormgeving uit de 20ste eeuw. Jaarlijks komt er 550.000 gulden bij. Het gaat om incidentele aankopen van 'aantoonbaar cruciaal belang voor de Collectie Nederland' en die anders voor Nederland verloren zouden gaan. Voor het verwerven van een uitzonderlijke particuliere collectie kan een museum nu bij dit nieuwe Bijzondere Aankoopfonds terecht. Objecten die op de lijst staan die bij de Wet Behoud Cultuurbezit hoort, vallen hier niet onder. Voor aankoop daarvan bestaat bij WVC een apart budget van jaarlijks 250.000 gulden.

Naast deze twee fondsen, gevormd uit onder meer het aankoopbudget van een miljoen gulden dat voorheen de Rijksdienst Beeldende Kunst jaarlijks kon besteden, blijft in gewijzigde vorm de oude WVC-aankoopregeling voor musea van kracht. Jaarlijks staan twintig Nederlandse kunstmusea nog eens twee miljoen gulden ter beschikking voor 20ste-eeuwse aankopen van uitsluitend Nederlandse kunst en vormgeving. Vroeger kwamen uitsluitend werken uit de laatste vijftien jaar in aanmerking, en moest elke voorgenomen aankoop schriftelijk worden toegelicht. Nu kunnen musea voor jaarlijks honderd- tot honderdtwintigduizend gulden globaal aangeven welk oeuvre of welke trend zij met toekomstige aankopen wil accentueren.

Zowel op dit laatste fonds als op het fonds Buitenlandse presentaties kunnen uitsluitend die kunstmusea een beroep doen die zelf al beschikken over een structureel aankoopbudget van een ton en die al langer dan vijf jaar aan de opbouw van een 20ste-eeuwse kunstcollectie bezig zijn. Melle Daamen, directeur van de Mondriaan Stichting, hoopt dat de gestelde ondergrens van een ton de gemeenten stimuleert het aankoopbudget van hun musea tot minimaal dat bedrag te verhogen.

Deze beperkende voorwaarden hebben tot gevolg dat de twaalf kleinere van de 32 kunstmusea die eerst wél recht hadden op deze subsidiesoorten, nu afvallen. Onder hen zijn de Stadsgalerij Heerlen, de gemeentelijke musea van Roermond en Weert, het Penningen- en Prentenkabinet in Leiden alsmede het Haags Gemeentemuseum dat in verband met overschrijdingen onder het bewind van voormalig directeur Rudi Fuchs nu een ontoereikend aankoopbudget heeft. Deze musea kunnen alleen nog aankloppen bij het Bijzondere Aankoopfonds.

Voor toekenning van de financiële steun gaat het verantwoordelijke stichtingsbestuur te rade bij adviescommissies en andere deskundigen.