'Zet islamitische godsdienst op rooster'; Imam Karagül promoveert op basisonderwijs

AMSTERDAM, 14 JUNI. Islamitisch godsdienstonderwijs kan ertoe bijdragen dat kinderen van Turkse en Marokkaanse ouders een houvast vinden in de Nederlandse samenleving. Dat meent dr. A. Karagül, die vorige week promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift 'Islamitisch godsdienstonderwijs op de basisschool in Nederland'.

Islamitisch onderwijs is volgens Karagül goed voor de ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen van Turkse en Marokkaanse ouders en de kans dat ze later het criminele pad opgaan zal minder worden. “Helaas, in het basisonderwijs is niet of nauwelijks sprake van islamitisch godsdienstonderwijs”, verzucht hij.

Karagül kwam in 1983 naar Nederland nadat hij eerst in Samsun theologie had gestudeerd en later in Istanboel de opleiding tot imam had afgerond. Hij werkte als imam in Tilburg en Breda en schreef zich in bij de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1987 afstudeerde. Hij verruilde zijn functie als imam voor een aio-plaats. “En nu ben ik werkloos.”

Op dit moment volgen ruim 80.000 moslim-kinderen basisonderwijs. Ze leren dat in 1525 Jan de Bakker om het geloof werd verbrand, ze weten waar Veendam ligt en krijgen bijbelles. Althans, als ze op een christelijke school zitten en volgens Karagül herbergen juist christelijke scholen een groot aantal moslim-kinderen. Islamitisch godsdienstonderwijs staat niet op het schoolrooster. Wel wordt, net als op openbare scholen, aandacht besteed aan 'geestelijke stromingen'. Maar dat vindt de moslim-gemeenschap onvoldoende.

“Hier en daar worden aan bevoegde of niet bevoegde personen schoollokalen ter beschikking gesteld om de moslims tegemoet te komen. Maar dit soort godsdienstonderwijs laat kwalitatief en kwantitatief te wensen over”, aldus Karagül. Kwalitatief, omdat dit godsdienstonderwijs niet erg afwijkt van de manier waarop in de moskee onderricht in de koran wordt gegeven. Daar is het onderwijs vooral gericht op het uit het hoofd leren van teksten uit de koran zonder lang stil te staan bij de betekenis. Kwantitatief, omdat zelfs op de 29 islamitische basisscholen die ons land telt een gebrek is aan onderwijzers terwijl islamitisch godsdienstonderwijs op openbare en christelijke basisscholen vrijwel ontbreekt.

De slechte reputatie van het koran-onderwijs heeft er volgens Karagül toe geleid dat islamitisch godsdienstonderwijs niet behoort tot het standaard lespakket. “Ik vind dat fout. Islamitisch godsdienstonderwijs is een aanvulling op het koran-onderwijs.” De vorming van goede moslims: dat is het doel van islamitisch godsdienstonderwijs. Moslim-schoolkinderen moeten de kans krijgen een religieuze identiteit te ontwikkelen. Het onderwijs mag, zegt Karagül, niet vrijblijvend informatief zijn. “Het moet belijdend zijn. Het godsdienstonderwijs moet vanuit een bepaalde traditie gegeven worden, vanuit een religieus engagement. Belijdend wil zeggen dat wordt nagedacht over de inhoud van het geloof, het toepassen ervan, erover discussiëren zodat de leerling zelf de vaardigheid ontwikkelt om uiteindelijk zelf te beslissen wat hij of zij ermee doet.”

De leerkracht moet bij voorkeur een moslim zijn. “Dat kan bijna niet anders. Het belijdend karakter van het islamitisch godsdienstonderwijs impliceert ook karaktervorming van het kind in islamitische geest. Daarom is ook het karakter van de onderwijzer van fundamentele betekenis, als vertegenwoordiger van waarden en normen is hij het voorbeeld voor de kinderen.”

Volgens Karagül zit de moslim-gemeenschap in Nederland te springen om goed opgeleide leerkrachten. In plaats van ze uit Turkije of Marokko te laten overkomen, moet geworven worden onder de kinderen van de tweede en derde generatie die in Nederland wonen, zegt hij. Ze spreken Nederlands en kennen de cultuur. “Op zijn minst zou op pedagogische academies een islamitische afstudeerrichting moeten komen voor moslim-studenten die godsdienstleraar willen worden of leraar aan een islamitische school.”

Volgens T. Duif, voorzitter van de afdeling primair onderwijs van de algemene vereniging van schoolleiders is het niet onbegrijpelijk dat op protestants-christelijke en op katholieke lagere scholen geen islamitisch godsdienstonderwijs wordt gegeven. “Die scholen richten zich op de eigen zuil. Moslim-kinderen zijn natuurlijk welkom maar er wordt meteen bijgezegd dat het onderwijs niet op islamitische leest geschoeid is. Je kunt ook niet van een christelijke school verwachten dat ze de Maria-verering gaan uitdragen.”