VEB krijgt geheime informatie van Philips

ROTTERDAM, 14 JUNI. Philips moet de belangenvereniging van beleggers VEB vertrouwelijke interne financiële informatie verschaffen. De rechtbank in Den Bosch is de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) in een tussenvonnis gedeeltelijk tegemoetgekomen, zo heeft de VEB gistermiddag bekend gemaakt.

De vereniging heeft in 1991 tegen Philips een proces aangespannen wegens “onjuiste, ongerechtvaardigde en misleidende berichtgeving” van het concern aan de aandeelhouders in de periode 27 oktober 1989 tot 3 mei 1990. Philips werd toen nog bestuurd door C. van der Klugt, de voorganger van de huidige bestaaursvoorzitter J. Timmer. De zaak komt op 16 september opnieuw aan de orde bij de Bossche rechtbank. Tot die tijd wil Philips niet reageren.

In april 1990 kwam Van der Klugt met optimistische verwachtingen voor Philips over het eerste kwartaal van dat jaar naar buiten. Beleggers voelden zich misleid toen op 3 mei duidelijk werd hoe het concern er werkelijk voor stond, namelijk veel slechter dan Van der Klugt had voorgesteld. De winst bleek te zijn gekelderd. Na een vertrouwenscrisis moest Van der Klugt het veld ruimen.

De VEB, die pas in 1991 naar de rechter stapte, heeft zijn klacht over misleidende informatieverstrekking nooit kunnen onderbouwen. De vereniging beschikte namelijk niet over interne Philips-stukken waaruit zou kunnen blijken dat de top van Philips al eerder ervan op de hoogte was hoe het elektronicaconcern er in werkelijkheid voorstond.

Nu Philips van de rechter onder meer financiële rapportages aan de raad van bestuur en de daarbij behorende toelichtingen en analyses aan de VEB ter beschikking moet stellen - evenals notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur waar deze rapportages besproken werden - hoopt de VEB zijn klachten inhoud te kunnen geven. “Het geeft hoop”, aldus mr. R.A.E. de Haze Winkelman, directeur van de VEB, in een reactie op het tussenvonnis.

De rechter zegt geen boodschap te hebben aan Philips' tegenwerpingen dat meer informatie het concern zou schaden wegens het vertrouwelijke karakter ervan. Philips dacht de zaak af te kunnen doen met een accountantsbrief van 30 maart 1993. “Het mogelijk vertrouwelijke karakter van de verslaggeving behoeft thans na vier jaar geen beletsel te vormen om dergelijke gegevens in het geding te brengen”, oordeelt de rechter.

Amerikaanse beleggers in Philips-aandelen hebben al in 1990 in een door hen aangespannen rechtzaak een schikking met het concern kunnen treffen. Dat kostte Philips toen 9,25 miljoen dollar, met de bedoeling om een langdurige juridische strijd te vermijden. In januari 1993 was Philips nogmaals bereid om in de buidel te tasten, nu voor aandeelhouders die zich misleid voelden in de periode van 28 februari tot 16 juni 1992 over de gang van zaken in het tweede kwartaal 1992.