Moskou wil appels van Kaukasus plukken

Rusland tracht in de hele Kaukasus met succes zijn verloren invloed te herstellen. Georgië en Armenië, uitgeput door de oorlogen in hun regio, vielen Moskou in de schoot. Azerbajdzjan poogt dat lot nog even te ontgaan. Het Westen beschouwt Moskous pogingen als “stabiliserend”.

Haydar Alijev, dertig jaar lang Moskous man in Azerbajdzjan, leert sinds zijn aantreden als president van de onafhankelijke republiek de strategieën en taktieken van Moskou van de andere kant kennen. Tijdens het eendaagse bezoek van de Russische minister van defensie Pavel Gratsjov aan de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku moest hij zaterdag terrein prijsgeven aan Moskou.

De Russen streven in de hele Kaukasus naar herstel van hun invloed, die zo jammerlijk verloren ging bij de desintegratie van de Sovjet-Unie. In geen van die landen - Georgië, Azerbajdzjan en Armenië - voelt men voor concessies, maar nergens zijn de nieuwe (of nieuwe oude) leiders in staat zich tegen het arm twisting door Moskou te verzetten.

Gratsjov heeft voor Azerbajdzjan veel noten op zijn zang. Rusland wil troepen langs de grens met Iran legeren; het wil bovendien een GOS-troepenmacht domineren, die zou moeten worden gelegerd rond de enclave Nagorny Karabach, waarover Azerbajdzjan met Armenië oorlog voert. Verder eist Moskou de jurisdictie op over het radarstation van Gabaly in het noorden van Azerbajdzjan. En tenslotte wil het een graantje meepikken van Azerbajdzjans olierijkdom, wat betekent dat het alle zeilen bijzet om te verhinderen dat de boor- en winconcessies naar Westerse bedrijven gaan.

De belangrijkste hefboom om Aliyev onder druk te zetten is de oorlog om Nagorny Karabach, de Armeense enclave in Azerbajdzjan. De Armeniërs hebben de Azeri inmiddels verdreven uit de enclave en bovendien een groot deel van Azerbajdzjan zelf bezet. In Baku, en niet alleen daar, is men ervan overtuigd dat die militaire successen niet zonder militaire en logistieke steun van Rusland tot stand zijn gekomen. Sterker: elke keer als de Azeri een probleem met Moskou hebben, kunnen ze rekenen op een nieuw Armeens offensief. De Azeri staan met de rug tegen de muur. Het land is economisch uitgeput en het leger is oorlogsmoe.

Vorige maand wees Aliyev een Russisch vredesplan van de hand, omdat het voorzag in de legering van 1.800 man Russische troepen in zijn land, als dominerend onderdeel van een GOS-vredesmacht. Hij wil de oorlog niet beëindigen via het GOS, maar via de door de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) in het leven geroepen 'Groep van Minsk', waarin ook de VS, Frankrijk en Turkije zitting hebben.

Vorige week waarschuwde Gratsjov de Azeri dat zijn komende bezoek aan Baku “de laatste kans” was om het Russische vredesplan te ondertekenen. Aliyev reisde daarop naar Istanbul, waar de NAVO-ministers van buitenlandse zaken bijeen waren en sprak met de Amerikanen, de Britten en de Turken. Het heeft niet of niet veel geholpen. Weliswaar heeft Aliyev tijdens Gratsjovs bezoek niet gecapituleerd, want hij heeft niet ingestemd met de legering van Russische troepen rond Karabach of langs de grens met Iran. Maar hij heeft wel moeten instemmen met de handhaving van de Russische jurisdictie over het radarstation in Gabaly.

Het verzet van de Azeri tegen legering van Russische troepen zal ongetwijfeld nog gevolgen hebben. De Russen zullen blijven aandringen, zowel rechtstreeks aan de onderhandelingstafel als indirect op het slagveld: in Baku wordt een nieuw Armeens offensief verwacht, gericht tegen Gandja, het communicatieknooppunt in het noorden dat van levensbelang is voor de Azerbajdzjaanse economie. En een nieuwe militaire nederlaag zou wel eens kunnen leiden tot de val van Aliyev. Dat Aliyev nog aan het bewind is, kon wel eens vooral te maken hebben met het feit dat de Azerbajdzjaanse oppositie zo mogelijk nog feller tegen de komst van Russische troepen naar Azerbajdzjan is dan de president.

De Russische pogingen, de invloed van Moskou op de Kaukasus te herstellen, concentreren zich evenzeer op Armenië en Georgië. Gratsjov bezocht vorige week ook Armenië, dat - uitgeput door de oorlog als het is - zo mogelijk nog minder mogelijkheden heeft zich tegen de Russische druk te verzetten en dat dan ook prompt zwichtte voor Gratsjovs eisen: op 1 augustus wordt naast de bestaande Russische bases in Armenië, waar 9.000 Russische militairen zijn gelegerd, een nieuwe basis ingericht, waarover Rusland 25 jaar lang mag beschikken.

De derde republiek op de Kaukasus, Georgië, was al eerder voor de Russische druk bezweken. In februari moest het door de oorlogen tegen de Osseten, de Abchaziërs en de aanhangers van wijlen president Gamsachoerdia moegestreden bewind van Edoeard Sjevardnadze al instemmen met een 'vriendschapsverdrag' met Moskou. Op grond daarvan krijgen de Russen drie militaire bases, onder meer in Batoemi aan de Zwarte Zee.

Daarnaast wil Moskou een door de Russen gedomineerde vredesmacht in Abchazië legeren. De Abchaziërs, die de Georgiërs dankzij Russische steun hebben kunnen verslaan, hebben daarmee ingestemd. Alleen het Georgische parlement ligt nog dwars: het debat over het door Moskou opgestelde vredesakkoord liep midden mei zo uit de hand dat de voorzitter van het parlement het beëindigde door de microfoons uit te schakelen.

De Kaukasische republieken zijn verwikkeld of verwikkeld geweest in militaire conflicten die deze landen dermate hebben uitgeput dat Georgië en Armenië Moskou als rijpe appels in de schoot vallen en Azerbajdzjan zich enorme opofferingen moet getroosten om dat lot nog even te ontgaan.

Ook Tsjetsjenië, de rebelse Kaukasus-republiek die zich eenzijdig onafhankelijk heeft verklaard van Rusland, beklaagt zich over een toename van de Russische druk. De Tsjetsjeense leider, Dzjochar Doedajev, ontkwam vorige week op het nippertje aan een moordaanslag die volgens hem door de Russische geheime dienst was gepleegd. Gisteren kreeg hij te maken met een militaire opstand die in de hoofdstad Grozny tot een ware veldslag leidde. De recente uitroeping van de noodtoestand in het Tsjetsjeens-Ingoesjische grensgebied door Moskou is volgens Doedajev een daad van Russisch “staatsterrorisme”, bedoeld om een eind te maken aan de Tsjetsjeense onafhankelijkheid.

Het volledige herstel van de Russische invloedssfeer op de Kaukasus is slechts een kwestie van tijd. Het Westen wil en kan het Russische opdringen geen halt toeroepen. In een recent vraaggesprek met het Russische blad Nezavissimaja Gazeta heeft Jeltsins adviseur Andranik Migranjan uitgelegd dat Rusland er inmiddels achter is hoever het ten aanzien van de andere ex-Sovjet-republieken kan gaan zonder de relaties met het Westen te beschadigen. Aanvankelijk bestond in Moskou de zorg dat de houding van Rusland ten aanzien van zijn buren tot ernstige problemen met het Westen zou leiden. Toen die uitbleven werd dat opgevat als groen licht: het kan het Westen kennelijk niet zoveel schelen hoe assertief of zelfs agressief Rusland in zijn eigen omgeving opereert. Zolang het Westen dat optreden als “stabiliserend” ervaart, is er geen vuiltje aan de lucht.