Ministers wisten van steun Nutricia aan Herman

ROTTERDAM, 14 JUNI. De achtereenvolgende ministers Braks en Bukman van landbouw wisten vanaf 1991 dat zuivelconcern Nutricia het bedrijf Gene Pharming in het geheim financieel steunde met de ontwikkeling van stier Herman. Dit heeft een woordvoerder van landbouw gisteren na eerdere ontkenningen toegegeven. De bewindslieden hebben dit niet aan de Tweede Kamer medegedeeld om de concurrentiepositie van Nutricia te beschermen. Behalve de kamer lichtte de minister ook de ethische commissie van het ministerie niet in toen die zich boog over de toelaatbaarheid van het fokken met de stier Herman. Zuivelbedrijf Nutricia kondigde drie maanden geleden de oprichting van een joint venture voor de produktie van de menselijke eiwitten lactoferrine en lysozyme uit koemelk aan. Begin deze maand werd bekend dat Nutricia van 1990 tot 1993 in het geheim Gene Pharming heeft gesubsidieerd bij de ontwikkeling van stier Herman. Nutricia verwierf daarmee produktielicenties voor menselijk lactoferrine en lysozyme. Aanvankelijk zei de woordvoerder van landbouw dat de minister niets over dat contract wist. Maar dat is gisteren herroepen: de ambtelijke top en de minister waren op de hoogte.

Concurrentie-overwegingen, volgens de woordvoerder van landbouw vooral de angst voor een overname van Gene Pharming door het Zwitserse Nestlé, was de belangrijkste reden om de kamer niet op de hoogte te stellen. A. Hertsenberg van de Dierenbescherming, belangrijke opponent van de experimenten met Herman, is vooral eind 1992, toen de kamer bij een hoofdelijke stemming het fokken met Herman uiteindelijk toestond de medische noodzaak sterk benadrukt. Hertsenberg: “Als toen bekend was geweest dat er een zuivelconcern achter zat dan was de stemming anders uitgevallen. Het adviesbureau van Gene Pharming heeft toen bussen vol mensen van patiëntenorganisaties aangesleept.”

Het inlichten van de ethische commissie is, aldus een woordvoerder van landbouw, achterwege gelaten omdat geen oordeel is gevraagd over de produktie van humaan lactoferrine uit koemelk. De commissie hoefde zich alleen uit te spreken over het fokken met Herman, tot het moment waarop de volgende generatie zo oud is dat de geboren dochters melk geven.

Het experiment is voor de ethische commissie weliswaar verdedigd met als uiteindelijk doel de produktie van 'biomedische eiwitten', geeft de woordvoerder van landbouw toe, maar over de produktie zelf hoefde de commissie zich niet te buigen. Daarom vond de minister het onnodig Nutricia als toekomstige producent te noemen.

Hertsenberg: “Het uiteindelijke doel van het experiment (produktie van biomedische eiwitten die niet op andere wijze kunnen worden verkregen) heeft in het oordeel zwaar gewogen. De commissie onder leiding van de hoogleraar christelijke ethiek prof.dr. E. Schroten stemde destijds met 5 tegen 3 stemmen in met het experiment, maar niet nadat de oorspronkelijk ook niet-medische brede doelstelling voor het project was verengt tot uitsluitend de toepassing van medicijn dat niet op andere wijze kan worden gemaakt.”

De Dierenbescherming vindt dat de ethische commissie handjeklap met DLO en indirect Gene Pharming en Nutricia hebben gespeeld door gaandeweg de doelstelling tot een ethisch aanvaardbaar doel te vernauwen. In de woorden van de ambtelijk secretaris van de commissie F. van Vugt echter: “heeft de commissie additionele vragen gesteld en was tegelijkertijd de aanvrager bezig met de doelstelling van het project.”

Het laten ontstaan van de stier Herman is nooit ethisch getoetst omdat er in 1990 nog geen regeling voor zo'n beoordeling bestond. De verplichting voor een ethische toetsing bestaat sinds mei 1991 alleen voor transgene dieren die op onderzoekinstituten van de ministeriële Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) of op praktijkbedrijven van het ministerie worden gemaakt. Het fokken met Herman werd uitgevoerd op een onderzoekbedrijf van DLO in Lelystad.

Gene Pharming heeft een aantal nieuwe projecten op stapel staan die het bedrijf bij de huidige stand van wetgeving niet aan een ethische commissie hoeft voor te leggen. Het toekomstige werk zal op Gene Pharmings eigen boerderij in Polsbroek plaatsvinden. De Gezondheid- en Welzijnswet voor Dieren waarin de ethische toetsing voor het laten ontstaan van transgene dieren verplicht wordt gesteld is al sinds eind '92 van kracht, maar is een raamwet die met Algemene Maatregelen van bestuur (AMvB) moet worden ingevuld. De AMvB Biotechnologie, waarin de ethische toetsing van transgene dieren wordt geregeld is nog niet door landbouw vastgesteld.

Hertsenberg: “De Dierenbescherming vindt het van belang dat het uiteindelijke doel ethisch en maatschappelijk wordt getoetst. Gene Pharming is met babyvoeding begonnen en de het uiteindelijk gebruik van de geproduceerde eiwitten in babyvoeding houdt Nutricia open. Dat moet niet buiten de besluitvorming worden gehouden.”