Leiden ontdekt gen dat cyste-nieren veroorzaakt

LEIDEN, 14 JUNI. Een onderzoeksgroep van de afdeling anthropogenetica van de Leidse Universiteit heeft het gen gevonden dat betrokken is bij het ontstaan van 85 procent van het aantal gevallen van familiaire cyste-nieren. De ontdekking, die deze week wordt gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cell is een belangrijke stap in de richting van een mogelijke medische behandeling van de aandoening.

Ongeveer één op de duizend mensen heeft een erfelijke aanleg voor het ontstaan van cyste-nieren. Bij ongeveer de helft van hen leiden cyste-nieren niet tot ernstige nieruitval. Bij de aandoening ontstaan talrijke vochtblazen in de nieren, die het functioneren van het orgaan uiteindelijk onmogelijk maken, waardoor de patiënt is aangewezen op hemodialyse of transplantatie. De blazen kunnen in een vroeger of later stadium in het leven gaan groeien, waardoor er onomkeerbare schade ontstaat aan de nieren.

Het kind van een patiënt met familiaire cyste-nieren heeft vijftig procent kans later ook aan de kwaal te gaan lijden. Meer dan de helft van alle mensen van boven de zestig met deze aanleg kampt met falende nieren. Van alle kandidaten voor niertransplantatie en hemodialyse-patiënten in Europa en de Verenigde Staten is bij één op de tien sprake van deze aandoening. Cyste-nieren vormen de duurste erfelijke ziekte. Dialyse kost ongeveer 100.000 gulden per jaar per patiënt.

De ontdekking van het gen werd versneld door een Portugese neuroloog, die bij een patiëntje knobbeltjes in de hersenen (tubereuze sclerose) vond. Dit kind had bovendien familiaire cyste-nieren op basis van een zichtbare breuk in het zestiende chromosoom. De arts was gefrappeerd door de samenloop en meldde dit patiëntje bij geneticus Sampson uit Cardiff. Deze vormde samen met onderzoeksgroepen uit Oxford, Leiden en Rotterdam een hecht samenwerkingsverband. De vier teams ontdekten samen als eersten het gen voor tubereuze sclerose. Dit werd in december al in Cell gepubliceerd. Deze week volgt het tweede belangrijke succes van de samenwerking, de publikatie waarin het cyste-nierengen wordt beschreven.

De erfelijke eigenschappen van de cyste-nieren zijn in tweevoud aanwezig. Vader en moeder bepalen elk de helft van de erfelijke eigenschappen van de kinderen. De zieke ouder kan ofwel de gezonde erfelijke eigenschap doorgeven, of wel de verandering die de ziekte veroorzaakt. Elk kind heeft daarom vijftig procent kans de afwijking te erven. Eén gemuteerd gen is voldoende om ziek te worden.

De snelheid waarmee de vochtblazen in de nier groeien kan sterk verschillen. De ene patiënt heeft al op dertig-jarige leeftijd last, de ander kan tot zijn zestigste niets merken en hoeft in zijn hele leven geen behandeling. Het is moeilijk om op jonge leeftijd vast te stellen of iemand wel of niet aanleg heeft voor de vorming van vochtblazen. Wanneer de cysten groter zijn kunnen ze met echografie zichtbaar worden gemaakt, als ze klein zijn kan dat niet. Vroegdiagnostiek van cyste-nieren is nu zeer betrouwbaar door de combinatie van echografie en erfelijkheidsonderzoek. Dat is echter niet gebruikelijk voor het achttiende jaar. Wie dergelijk onderzoek nu wil laten doen dient volgens klinisch geneticus dr. M.H. Breuning wel voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Een voordeel is dat men alert is op hoge bloeddruk, wat veel voorkomt in deze patiëntengroep en dat men die tijdig laat behandelen. Bovendien kunnen klachten die met de ziekte samenhangen eerder worden onderkend en behandeld. Het nadeel van de wetenschap aanleg voor cyste-nieren te hebben is dat het een geestelijke last kan zijn.

Door de ontdekking van het defecte gen op het zestiende chromosoom kan bij nadere studies naar mogelijke behandeling van cyste-nieren meer gericht worden gekeken naar welke processen door dit gen in gang worden gezet. Het doel van dit onderzoek is de groei van cysten te vertragen of te stoppen en zo de nierfunctie langer goed te houden.