Japan herrijst, sterker dan ooit

TOKIO, 14 JUNI. De voorzitter van de Kamer van Koophandel van Musashimurayama, een voorstadje van Tokio, zet zijn tanden maar weer eens in de gebraden kip. Wat zal hij er verder nog van zeggen. Geflankeerd door de secretaris en de penningmeester zit Kiyoshi Matumoto op zijn Japans op de vloer van een blokhut, gelegen aan de rand van een meer dat Musashimurayama begrenst. Onder een zwak schijnend peertje en rondom een vuurkolenplaatsje hebben zij net de balans opgemaakt van de Japanse economie. Het bestuur van de plaatselijke kamer is somber. Matumoto: “Elke dag wel komen vrienden naar mij toe die me vragen of ik hun personeel kan overnemen.”

Overplaatsing gebeurt veel in de Japanse recessie. Matumoto zelf heeft een klein bedrijfje. Vier man werken er, onder wie hijzelf en zijn vrouw. Volgens de kamervoorzitter doen grote bedrijven er alles aan om personeel te lozen. Er zijn zelfs bedrijven die de werktijden veranderen en beginnen wanneer er nog geen trein rijdt. Mensen kunnen dan niet op tijd op hun werk komen.

Parttimers vliegen het eerst de laan uit. Meteen verdwijnen ze dan ook uit de statistieken. Hele sectoren hebben al geen parttimers meer. Matumoto kent mensen in Musashimurayama die diep in de schulden zitten en hun huis moesten verkopen. Vakbonden zijn volgens hem niet op de hand van het personeel. De bondsbestuurders werken onder één hoedje met de bedrijfsleiding. Meestal steunen zij eerst de eisen van hun leden, maar later zeggen ze dat die onmogelijk zijn in te willigen. Gelaten wordt dat geaccepteerd. “Ach, zo zijn wij Japanners nu eenmaal”, zegt Matumoto. Zijn medebestuursleden knikken instemmend. “Zo is het”, zeggen ze, en happen in hun kip.

Zoals in elke recessie doen de media in Japan hun best om lichtpuntjes te ontdekken in de stroom van sombere berichten. Een kwart van de beursgenoteerde bedrijven had vorig boekjaar meer winst gemaakt. Zulke berichten worden gretig gelezen, beseffen de kranten die wegens de recessie elkaar nog feller beconcurreren. Maar de gemiddelde winst van alle beursgenoteerde bedrijven was verder gedaald, voor het derde achtereenvolgende jaar, moesten ze volledigheidshalve ook melden.

Na het voortijdig gejuich van een jaar geleden zijn de bureaucraten uiterst behoedzaam geworden. Ze willen niet nog eens worden beschuldigd van misplaatst optimisme. Hooguit in “sommige gebieden” gaat het weer beter, zo meldde deze week het Economische Planbureau. Met een intentie die associaties oproept met Kremlinologie, worden de maandberichten van het Planbureau gespeld door de pers. De Asahi Shimbun ontdekte zo'n gebied: de pachinko-hallen met hun speelautomaten, waar miljoenen Japanners voor miljarden yens hun zorgen verdrijven. Over een paar jaar hoopt voor het eerst een van de grote pachinko-bedrijven notering te krijgen aan de beurs.

Gaat het echt wel zo slecht met de Japanse economie als de cijfers doen geloven? “Mensen zijn zo pessimistisch, meer dan de fundamentele kracht van de economie nodig maakt”, meent Tadashi Natori, managing-director van de Industriële Bank van Japan, niet de allergrootste maar wel de meest invloedrijke financiële instelling van het land. De Japanse banken, waarvan de grootste vrijwel allemaal tot de toptien van de wereld behoren, zijn al veel produktiever dan de Amerikaanse banken, zegt hij op het voorname hoofdkwartier in Marunouchi, het bankendistrict van Tokio. Natori: “Wij hebben 5.500 man personeel, Dai (Dai-Ichi Kangyo Bank, de grootste ter wereld) zo'n 25.000, maar Chase en Citi hebben wel 70 tot 90.000 man in dienst.”

Sommige analisten menen dat achter de slechte resultaten van vele Japanse bedrijven de gigantische herstructuring schuilgaat die al een paar jaar plaatsheeft in Japan. Bedrijven bundelen divisies, slanken af, herschikken functies, reorganiseren, brengen overtollig personeel onder bij bevriende leveranciers of afnemers, stoten verlieslijdende segmenten af of - pas vorig jaar explosief op gang gekomen - verplaatsen hele fabrieken naar andere landen in Azië, China voorop, en voorzien die fabrieken van onderdelen uit Japan. Vorig jaar passeerde het Japanse handelsoverschot met Azië zodoende voor het eerst dat met de Verenigde Staten. En dat ondanks het feit dat steeds meer Japanse bedrijven wegens de dure yen onderdelen invoeren uit Azië, tot aan staal uit Zuid-Korea toe.

Deze analisten zien hun oordeel bevestigd door het spectaculaire herstel van de winsten die vele Japanse concerns voor dit boekjaar voorspellen. Minolta van een kwart miljard naar twee miljard yen, Nikon van 1,1 miljard yen naar 6,5 miljard yen, Matsushita van 128 miljard naar 190 miljard yen. Het is maar een willekeurige greep uit de vele rooskleurige verwachtingen die de bedrijven de afgelopen weken hebben bekendgemaakt. De handvol analisten die een paar jaar geleden de opinie weersprak van degenen die Japan hadden afgeschreven, lijkt gelijk te krijgen: Japan is bezig opnieuw sterker dan ooit te verrijzen uit de recessie.

Maar het Japanse gebrek aan fundamenteel onderzoek dan? Speelt dat Japan geen parten om zijn plaats vooraan in de race om de wereldmarkten te behouden? Afgezien van het feit dat sommigen in het Westen twintig jaar geleden dat ook al zagen als een Japans probleem, kwam een gezaghebbend maandblad kortgeleden met de farmaceutische industrie van Japan op de proppen. De farmaceutica, waar Japan een handelstekort heeft met het Westen, een onverdacht voorbeeld dus. Toch zijn al twee van 's werelds tien meest verkochte geneesmiddelen Japanse uitvindingen. Japan overtreft Duitsland in patenten met een factor tien. Van de 22 buitenlandse bedrijven in Japan hebben 19 er laboratoria. In de afgelopen twee jaar is hun aandacht verschoven van klinisch (toegepast) onderzoek naar uitvindingen. Waarom? Omdat er zoveel talent is in Japan.

Pag.17: Japan gaat het Westen imiteren

Volgens het blad is de manier waarop de Japanse farmaceutische industrie haar R&D opvoert en hongerig kijkt naar overzeese markten een afspiegeling van de Japanse auto-industrie van veertig jaar geleden, aan de vooravond van het Japanse economische wonder. En de Westerse auto-industrieën die nu weer succes hebben, hebben allemaal de Japanse managementstechnieken toegepast waarmee de Japanse autoconcerns de wereld hebben veroverd - in weerwil van 'vrijwillige' importbeperkingen, opgelegd door Amerika en Europa.

“Inderdaad”, zeg topbankier Natori, “het Westen heeft onze produktietechieken met succes gekopieerd, nu gaan omgekeerd in Japan stemmen op om het Amerikaanse sociale systeem in te voeren, ontslagen dus, hoewel niemand dat woord hardop durft te zeggen.” Hij vertelt dat hij onlangs in de VS op bezoek is geweest op het hoofdkwartier van Ford, waarmee zijn bank zaken doet. “Ford doet het nu heel goed, ze hebben er weer zelfvertrouwen, ze werken weer heel hard, de hele top was 's morgens al om half acht aanwezig”, aldus Natori. Maar dat is volgens hem nog geen reden om overtollig personeel voortaan ook in Japan maar te ontslaan. Japan moet zijn eigen benadering kiezen. In Japan zorgen bedrijven voor hun personeel, ook als ze te veel zijn. Bedrijven kunnen dat beter dan de staat. De staat geeft alleen maar een uitkering en maakt programma's die niet werken.

Niet iedereen in Japan is er zo zeker van dat ontslagen in Japan niet zullen vallen. Topman Yazaburo Mogi van soyasaus-fabrikant Kikkoman bij voorbeeld. Hij verwacht al dit jaar gedwongen ontslagen. Maar hij voegt er meteen aan toe dat dit maar één klein rafeltje aan het Japanse sociale systeem zal veroorzaken. Meer betekenis hecht hij aan de wens van meer en meer jongeren om van bedrijf te wisselen. Mogi: “Wij begonnen vijf jaar geleden met personeelsadvertenties, daar komen nu van andere bedrijven honderden in de leeftijdcategorie van 25 tot 35 jaar op af.” In Japan, waar personeel bij grote bedrijven de kans loopt hooguit te worden overgeplaatst naar bevriende bedrijven maar waar het moederbedrijf zelden de banden verbreekt, een opmerkelijk verschijnsel volgens Mogi. Toch verwacht hij dat dit soort sociale veranderingen zich heel geleidelijk in Japan zal voltrekken. “Het gaat allemaal heel langzaam”, stelt hij vast, steeds op zijn horloge kijkend.

Critici van het Japanse systeem menen dat de overplaatsing meestal tegen de wil gebeurt van het betrokken personeel. Om plaats te maken vliegen bij de toeleveranciers of de afnemers de parttimers eruit. De overgeplaatsten behouden hun salaris, zij het dat dit voortaan wordt betaald door hun nieuwe werkgever. Dat is natuurlijk veel meer dan deze eerst aan de parttimers betaalde. Om de nieuwe werkgever niet op extra kosten te jagen, vult het moederbedrijf het verschil aan. Dat bespaart zodoende aanzienlijk op zijn loonkosten. Dat is een van de typische Japanse manieren om te herstructureren, en dat proces is nu in volle gang. Volgens verdedigers van het systeem behouden de overgeplaatsten hun loyaliteit jegens het moederbedrijf. Tenslotte ontfermt die zich over hen.

Voorzitter Matumoto van de plaatselijke Kamer van Koophandel in Musashimurayama kijkt van zulke uitspraken op. Hij weet wel beter. Kortgeleden nog brak bij Komatsu, de wereldwijde werktuigenfabrikant die in een ander voorstadje iets verderop grote fabrieken heeft staan, sociale onrust uit. Want personeel werd gedwongen overgeplaatst om zijn baan af te staan aan Taiwanezen. Die waren goedkoper. Geen Japanse krant of tv-station die erover berichtte. “Zo gaat het ook toe in Japan”, zegt hij.