'Integratie migrant begint bij nieuwkomer'; Van der Zwan en Entzinger over verplicht inburgeren

ROTTERDAM, 14 JUNI. “Als je aan nieuwkomers eisen stelt om zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving en ze een prestatie laat leveren door ze in het arbeidsproces in te schakelen, dan neem je ook van hen het odium weg van profiteurs die hier maar binnenkomen om van onze instellingen en voorzieningen gebruik te maken. Dat zal dus ook zijn invloed hebben naar de bevolking, die hen dan eerder zal accepteren en dat een rechtvaardige en evenwichtige aanpak zal vinden. Iemand verdient op deze manier zijn eigen aanwezigheid.”

Prof.dr. A. van der Zwan (hoogleraar ondernemingsbeleid Erasmus Universiteit Rotterdam) schetst de kern van het rapport dat hij schreef met prof.dr. H.B. Entzinger (hoogleraar migratie en arbeid Utrechtse Universiteit): verplichte inburgering, gekoppeld aan een banenplan. Het in opdracht van het ministerie van binnenlandse zaken gemaakte stuk is vandaag gepubliceerd.

Entzinger prijst VVD-fractieleider Bolkestein omdat hij het taboe van het minderhedenvraagstuk doorbrak en de discussie losmaakte. “Vanaf dat moment kan er wat gemakkelijker over gepraat worden.” Bolkestein moet de daad bij het woord voegen, vindt Van der Zwan. “Als hij aan de regering deelneemt heeft hij de morele verantwoordelijkheid om met tastbare maatregelen te komen. Een praktische overweging daarbij is dat, als je mensen opvangt en te lang laat hangen in uitkeringscircuits zonder dat ze wezenlijk bezig zijn, je er na een aantal jaren niks meer mee kunt. Zodat het ook psychologisch van het grootste belang is mensen vanaf het moment dat ze zich aandienen op te vangen en eisen aan hen te stellen.” Dat betekent niet dat er geen hoop is voor niet of nauwelijks geïntegreerde allochtonen die al langer in Nederland zijn. “Vernieuwingen kun je nooit over de hele linie in één keer realiseren. Je moet ergens het begin van een oplossing creëren. Dan herstelt ook het uitzicht dat het vraagstuk oplosbaar is. Want nu leeft de maatschappij met het idee van, ja, wat moeten we eigenlijk? En dat bewerkstelligt moedeloosheid.

“Als nieuwkomers beter bewapend hun start in de maatschappij maken, kun je er van uitgaan dat ze als volwaardige mensen worden geaccepteerd. Het is natuurlijk ook belachelijk dat hier mensen rondlopen die er al twintig jaar zijn en geen woord Nederlands spreken, zich heel gebrekkig uitlaten en bij alles 'nie verstaan, nie begrijpe' zeggen.” Entzinger: “Dat bepaalt het beeld dat men van migranten heeft. In een aantal gevallen klopt dat beeld zeker, in een aantal gevallen niet. Degenen voor wie het niet klopt hebben te lijden onder die beeldvorming, maar hun is ook nooit de kans gegeven die beeldvorming te doorbreken. Met onze aanbevelingen kun je er een begin mee maken.”

Entzinger onderstreept dat immigranten vaak een 'positieve selectie' vormen: “We krijgen hier mensen binnen die vaak niet de slechtsten zijn in het land waar ze vandaan komen. Ze zijn vaak ook best bereid om iets op te pakken. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat er voor die mensen te weinig mogelijkheden zijn om hier te kunnen functioneren. Dat is toch eeuwig zonde?”

Van der Zwan en Entzinger zien geen heil in een strenger toelatingsbeleid, in tegenstelling tot een werkgroep onder leiding van secretaris-generaal L.A. Geelhoed (economische zaken). Entzinger: “De premisse bij de werkgroep Geelhoed is geweest dat migratie echt terug te dringen is. Er zijn de afgelopen vijftien jaar legio maatregelen genomen om de immigratie terug te dringen en je kan niet zeggen dat dat gelukt is. Je kan je afvragen hoe het zonder die maatregelen zou zijn geweest. Al met al denk ik dat in een open wereld waarin wij leven migratie hoort, maar je kan het natuurlijk wel beheersbaar maken.”

Van der Zwan: “Waar wij nu bevreesd voor zijn is dat dit een verschijnsel is waarop wij langzamerhand de greep verliezen. Het wordt volkomen onbeheersbaar en het holt eigenlijk de basis, het hele fundament van onze samenleving uit.” Een belangrijke oorzaak is de massale werkloosheid, die ertoe bijdraagt dat “de afbrokkeling van de maatschappij is ingezet en dat versnelt. En de voorbeelden zijn dichtbij”.

Van der Zwan verwijst naar eigen onderzoek in de Haagse Schilderswijk. “Als je daarbij bijstand, WAO, AOW en zo optelt, kom je praktisch tot honderd procent uitkeringsafhankelijkheid. Als je wijken hebt die dat vertonen, en daar komen de meeste nieuwkomers terecht, krijg je een maatschappij die ver afstaat van ons ideaalbeeld. Dat moet op den duur een desintegrerende werking krijgen. Dan krijg je of Amerikaanse toestanden, waarbij de bovenlaag zich terugtrekt in woonoorden en de ellende de ellende laat. Maar dat is een type maatschappij dat haaks staat op wat wij zien als een aanvaardbare vorm van samenleven.”

Volgens Van der Zwan “verliest onze maatschappij in toenemende mate aan interessantheid. De boel de boel laten is de meest oninteressante vorm van samenleven. Een samenleving die zich geen enkel ideaal meer stelt dan in financiële termen en inhoudelijk alles onbeschreven laat, is een samenleving die mensen op geen enkele manier motiveert of enthousiasmeert.” Zijn hoop is gevestigd op de komende kabinetsperiode. “Dat er ook beleidsdoelstellingen komen die sporen met waar we met de samenleving naar toe willen.”

In de visie van Entzinger en Van der Zwan moet alle heil bij de integratie van migranten niet zozeer van de overheid komen. Door een concessiestelsel te introduceren, worden bedrijven in staat gesteld jaarlijks duizenden banen te creëren die nieuwkomers tegen beneden mininale lonen gaan vervullen. De Verenigde Staten dienen als voorbeeld. “Daar is de arbeidsmarkt bij uitstek de grote integrator van de immigranten”, zegt Entzinger. “Alleen op een niveau dat naar onze maatstaven wel erg laag, te laag is. De enige manier om dat niveau ietsje hoger te krijgen is om het niet helemaal aan de vrije markt over te laten.” Nadelige effecten zoals concurrentievervalsing en verlies van bestaande banen ziet Van der Zwan niet optreden. “Wij denken dat het marktverruimend werkt. Er is nu een heleboel arbeid die zwart gebeurt en die je met onze voorstellen in het legale circuit brengt. Er is ook nogal wat arbeid die niet kan worden uitgevoerd. De aspergeteelt bijvoorbeeld valt of staat met goedkope arbeid. In de tuinbouw, de bollenteelt, de werkplaatsarbeid, de confectie en de metaal zie je een geweldig verlies aan beschikbare arbeid omdat het werk niet meer gedaan kan worden tegen de huidige condities. Dus verdwijnt het naar het buitenland. Wij bieden een oplossing om die verschijnselen te 'counteren' en om de illegale praktijken met economische wapens te bestrijden.”

Van der Zwan en Entzinger pleiten ervoor hun plannen op buurtniveau te realiseren. De arme buurten met name. “Wat ons in wijken als Spangen en de Schilderswijk bezighoudt is dat in die buurten net zoals in de Amerikaanse verarmingsbuurten het perspectief van werken niet meer reëel bestaat. Omdat bijna iedereen van een uitkering afhankelijk is en opgroeit in een gezin waar de vader niet werkt, waar de broers en de zusters niet werken en waar ook de buurman niet werkt. Dat is ingrijpend hoor, als je opgroeit met het beeld dat werken niet eens meer voorkomt in je eigen omgeving.”

Die neergaande spiraal willen Van der Zwan en Entzinger doorbreken. Maar dan moeten er “vele regels en bestaande gewoonten opzij worden gezet”, aldus het rapport, en dat is niet bepaald een deugd waar Nederland om bekend staat. Entzinger: “Om dat concessiestelsel mogelijk te maken, pleiten wij voor deregulering. Vestigingseisen zijn soms wel erg bizar en hebben een behoorlijke dosis corporatisme en bescherming in zich. In alle landen zie je dat juist in de meer risicovolle beroepen - taxichauffeurs, in de avondwinkels - migranten zitten. Hier kan dat niet. Er zijn amper avondwinkels omdat het allemaal beschermd is, taxivergunningen gaan van vader op zoon over.”

Het inburgeringsprogramma is volgens Entzinger snel te verwezenlijken. “Dat kan binnen een jaar.” Van der Zwan: “Als de praktijk blijft wat-ie was, kun je ophouden. Dit is een poging om de praktijk te veranderen. Er moeten hele harde noten gekraakt worden en de vraag is of men dat zal aandurven.”