Geen interviews

Joseph Blatter, de secretaris-generaal van de Wereldvoetbalorganisatie, de FIFA, schreef in het blad van zijn organisatie een artikel dat als kop de volgende zinsnede droeg: “Hoeveel televisie kan voetbal verdragen?” Die vraag intrigeerde mij voldoende om het hele artikel te gaan lezen, ook al kon uiteraard niet verwacht worden dat de schrijver het antwoord concreet in uren en minuten zou kunnen verstrekken. Voetbaluitzendingen gaan volgens Blatter als schrokop tekeer: de wedstrijden vliegen via de satellietbeelden over de hele wereld. Dat zou nog tot daar aan toe zijn, indien kampioenswedstrijden in het ene land niet botsten met eenzelfde soort ontmoetingen in andere landen, wat de tribunale belangstelling niet bepaald bevordert. De schrijver vreest dat veel mensen alleen thuiszittende geïnteresseerden zijn en dat deze liefhebbers totaal geen garantie verschaffen voor het op lange termijn voortbestaan van hun sport. De algemene populariteit van voetbal als zodanig is geen garantie voor de overleving van voetbal straks. Wat Blatter wil is een zekere balans tussen voetbal in het stadion en voetbal via het scherm. Hij realiseert zich echter, dat politieke en economische overwegingen machtige factoren zijn die vaak buiten het machtsgebied van voetbalautoriteiten liggen. Het mag verleidelijk zijn voetbal en alles daar omheen over te laten aan de wet van vraag en aanbod, maar - zegt Blatter - we moeten bedenken, dat een produkt slechts dan waardevast kan zijn, indien het zeldzaamheidswaarde heeft. Een krasse uitspraak, want zeldzaamheidswaarde heeft voetbal nu juist niet, maar dat het aanbod hier en daar inperking behoeft kan moeilijk ontkend worden.

Gaat het intussen goed met Oranje? Redelijk wel, dank u. Afgezien van de match tegen Ierland werd alles gewonnen in deze laatste voorbereidingsfase. Ook het dramatische vertrek van Gullit lijkt goed verwerkt. Maar we moeten niet schrikken wanneer er alsnog enkele randverschijnselen optreden. Het eerste kopje werd reeds boven het gras gestoken toen de spelers weigerden zich te laten interviewen door de redactieleden van het weekblad VI. De reden blijkt een interview met mr. Janssen van Raay te zijn. Die man was tot voor kort erevoorzitter van de spelersvereniging en bestuurslid van het spelersfonds. Via een belendende organisatie is die spelersvereniging geïnteresseerd geraakt in een zogenaamde Antillen-route: bedoeld om geld uit Nederland voor (vooral) de beter betaalde spelers weg te sluizen naar een plek op de wereld waar een aangenaam belastingklimaat heerst. Janssen van Raay is daar faliekant tegen en kreeg in een interview royaal de kans zijn bezwaren te uiten.

Dat lijkt democratisch in orde, maar gefortuneerde interlandspelers verliezen wellicht onderweg naar hun rijkdom iets van hun democratische gevoelens. Zij zijn “dus” boos en weigeren interviews. Moeten wij voor die houding begrip hebben? Nauwelijks. Zij hebben het recht te weigeren, maar dat ze daarvan om deze reden gebruik maken is een tikje beschamend. Ooit, toen het misging in de eindronden van een vorig WK - Jantje Peters was aanvoerder - las deze Groesbeker een op schrift gezette verklaring voor waarin elk gesprek bij voorbaat werd geweigerd. De toenmalige spelers waren tot de conclusie gekomen dat zij het bij de pers toch nooit goed deden, dus dan maar liever etherstilte.

Ik betwijfel of de schrijvende pers hieraan zwaar moet tillen. Je komt niet verder in een wereldkampioenschap via interviews en dat is een gezonde toestand. Bovendien wordt er, zeker rond wereldkampioenschappen, al veel te veel geïnterviewd.