Frans-Duitse as

In het hoofdartikel 'Lubbers Solo' (NRC Handelsblad, 2 juni) wordt gesuggereerd als zou onze nog-minister-president met zijn waarschuwing tegen een Frans-Duits 'Diktat' bij de keuze van een nieuwe voorzitter van de Commissie van de Europese Unie, meer zijn eigen belang dan dat van Nederland hebben gediend. Ik denk dat het omgekeerde het geval is.

In de eerste plaats zal Lubbers zich met zijn hartekreet in bepaalde kringen in Bonn en in Parijs niet populairder en dus niet kansrijker hebben gemaakt. Maar vooral is het verwerven van deze prestigieuze functie voor Nederland als natie in feite van beperkte, althans voornamelijk symbolische betekenis. Van veel groter belang voor ons land en andere lidstaten van de EU is echter, dat het bijzondere karakter van de Unie - in de zin van 'een rechtsgemeenschap waarin ongelijke landen als gelijken met elkaar kunnen omgaan' (om een definitie van Max Kohnstamm te gebruiken) - niet verder wordt ondergraven, doordat men zich meer en meer zou moeten neerleggen bij “wat de Frans-Duitse as de Europese politiek oplegt”.

Dat een goede verhouding tussen Frankrijk en Duitsland voor de gehele Europese Gemeenschap van belang is, is in zoverre een tautologie dat de Europese Gemeenschap met het Verdrag van Rome door de oorspronkelijke zes lidstaten werd opgericht mede om die verhouding in goede banen te leiden en te houden. Echter, dat daarom de Frans-Duitse as, gebaseerd op het latere, bilaterale Elysée-verdrag, door de andere lidstaten zou moeten worden aanvaard als een soort de facto politiek directoraat is in feite een merkwaardig soort 'gotspe' van onze Duitse en Franse vrienden, omdat ons in zekere zin het probleem als de oplossing wordt voorgeschoteld.

Los van de vragen of men Lubbers de geschiktste kandidaat voor de functie acht en of hij die uiteindelijk wel of niet krijgt, het is te hopen dat men in de andere hoofdsteden en in het Europese Parlement zich realiseert dat een in het Europese spel zo ervaren politicus als Lubbers aanleiding ziet dit gevaar opnieuw aan de orde te stellen en wel ten principale (al speelden natuurlijk tactische overwegingen ook een rol).

Op zijn minst mag men de hoop uitspreken, dat de 'karolingische' fracties in Lubbers' eigen partij en daarbuiten in zijn waarschuwing aanleiding zien tot een bezinning op de betekenis van de institutionele grondslagen van de Europese integratie. Te hopen dat ook de 'weg-met-ons'-fracties in de Nederlandse media de juiste conclusies zullen verbinden aan het zoveelste optreden van het duo Kohl-Mitterrand, dat op onnodige wijze andere lidstaten schoffeert, is misschien optimistisch, maar niet verboden.