Federaal

Het artikel van Paul Kapteyn (NRC Handelsblad, 3 juni) is illustratief voor het misverstand dat federaal (hij schrijft 'federatief') het tegendeel zou zijn van intergouvernementeel (hij schrijft 'interstatelijk').

Het gaat om twee begrippenparen. Federatie ('bondsstaat') tegenover confederatie ('statenbond'); en supranationaal ('bovenstatelijk') tegenover intergouvernementeel ('tussenstatelijk'). Deze begrippenparen lopen niet parallel. Een federatie is immers niet supranationaal. Ze is een nationale staat, zoals de Verenigde Staten en de Bondsrepubliek. Hun federale instellingen nemen nationale besluiten, geen supranationale. Daarentegen zijn supra-nationale instellingen, en supranationale besluiten, het kenmerk van de confederatie. Haar lidstaten kunnen eenheidsstaten zijn, zoals Nederland, maar ook federaties. De confederatie is dus 'supra-federaal'.

In alle drie structuren, confederatie, federatie en eenheidsstaat, is er subsidiariteit. Primair is steeds het nationale, soevereine niveau. In de confederatie is het supranationale, in de federatie en eenheidsstaat is het infranationale ('onderstatelijke') niveau subsidiair. De huidige EU bestaat uit vijf onderdelen. Drie daarvan, de gemeenschappen EGKS, EG (voorheen EEG) en EGA, hebben supranationale instellingen. Zij vormen dus een economische confederatie. Het EP is het confederale parlement. De twee nieuwe EU-onderdelen, GBVB (Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) en JUBI (Justitie en Binnenlandse Zaken) hebben geen supranationaal niveau. Zij zijn dus niet confederaal, maar intergouvernementeel.