Extra onkosten

Wat niet blijkt uit het onderzoek naar het inkomen van Europarlementariërs (NRC Handelsblad, 9 juni) is dat deze heel veel extra inkomsten kunnen verwerven, bijvoorbeeld door wekelijks geld te claimen voor een reis van Brussel of Straatsburg naar de woon of werkplaats in hun land, à raison van ongeveer ƒ 1,60 per kilometer.

De vergoeding geschiedt niet op basis van gemaakte kosten. Deze en andere vergoedingen kunnen een Britse Europarlementariër per jaar meer dan 25.000 gulden pure winst opleveren; voor een Nederlandse EP'er zal het niet veel minder zijn. In de Guardian van 1 juni worden nog meer mogelijkheden genoemd om aanzienlijke extra inkomsten te verkrijgen. Naar schatting wordt er jaarlijks circa 90 miljoen gulden uitgeven voor reizen en anderszins op grond van “questionable procedures, of which few members are proud”.

Binnen de instellingen van de EU zijn dergelijke situaties allang bekend. Europarlementariërs, die vergoedingen claimen voor niet-gemaakte kosten, kunnen hier moeilijk mee publiekelijk voor de draad komen zonder een aanslag op de geloofwaardigheid.

Hoewel EP'ers weinig macht hebben, dient een van hun taken te zijn om erop toe te zien dat Europees geld zo goed mogelijk wordt besteed en dat de mogelijkheden om te frauderen worden geminimaliseerd. Op dit gebied dienen zij de commissie, die niet uitblinkt door transparantie, hinderlijk te volgen. Europa is gediend met een efficiënte, goed werkende Commissie en met EP'ers die zo geloofwaardig mogelijk zijn. Het Europarlement als geheel moet ervoor zorgen dat vergoedingen aan parlementsleden niet worden gebruikt als bron voor extra inkomsten.