Bezorgdheid in Japan en VS om stap N-Korea

TOKIO, 14 JUNI. In Japan is met zorg gereageerd op het Noordkoreaanse besluit zich terug te trekken uit het IAEA. Premier Hata telefoneerde vandaag met de Amerikaanse president Clinton, die naar verluidt Hata zei dat als het bericht waar is, de toestand “ernstiger” wordt.

De VS hebben intussen Japan gevraagd de geldzendingen van de pro-Noordkoreaanse gemeenschap in Japan naar Noord-Korea te verbieden. Maar Japan staat niet te trappelen om deze geldzendingen te treffen. Achttien Japanse banken hebben met de Noordkoreaanse staatsbank voor buitenlandse handel contracten lopen om geld over te maken naar Noord-Korea, maar er is feitelijk maar één (regionale) Japanse bank die bij deze staatsbank een rekening heeft. Deze bank behartigt op verzoek van Noord-Korea sinds vorig jaar herfst ook de overmakingen van andere Aziatische banken, tot aan hun Londense vestigingen toe. Al deze Aziatische banken zenden nu hun geld naar deze bank als hun klanten geld willen sturen naar Noord-Korea.

In maart besloot de bank te stoppen met dollars over te maken naar Noord-Korea. Naar verluidt onder druk van Washington. Maar yens, Britse ponden of Duitse marken vloeien nog vrijelijk naar Noord-Korea. Daarbij zou het niet om grote bedragen gaan, nog geen half procent van het bruto nationaal produkt (BNP) van Noord-Korea.

Zou Tokio deze geldzendingen verbieden, dan kan Noord-Korea simpelweg banken in derde landen een rekening op zijn staatsbank geven, bijvoorbeeld banken in landen die de sancties niet steunen. Via deze landen kan dan het geld naar Noord-Korea worden overgemaakt. Volgens bankkringen in Tokio kan het geld via vele omwegen Noord-Korea bereiken en is het technisch heel lastig die te traceren.

Een veel groter bedrag wordt meegenomen door de in Japan woonachtige Koreanen die Noord-Korea bezoeken en van de Japanse havenstad Niigata naar de Noordkoreaanse havenstad Wonson reizen met een luxueus Noordkoreaans passagiersschip. Het schip vaart dertig keer per jaar en heeft gemiddeld 250 passagiers aan boord, die maximaal voor vijf miljoen yen mogen meenemen. Dat is meer dan je uit Japan mag meenemen naar enig ander land. De douanecontrole aan Japanse kant is vederlicht en betreft alleen de meegebrachte goederen. Nauwelijks de contanten. Naar schatting bereikt langs deze weg Noord-Korea een bedrag ter grootte van drie tot vijf procent van zijn BNP.

Volgens de Japanse autoriteiten is strenge controle in Niigata ondoenlijk en zijn deze geldzendingen niet tegen te houden, tenzij de reizen worden verboden. Daarbij willen de autoriteiten de Koreanen in Japan niet bruskeren met fysieke controle; de leden van de pro-Noordkoreaanse gemeenschap hebben allemaal de Noordkoreaanse nationaliteit. Bovendien vrezen de autoriteiten terroristische aanslagen.

De Koreanen in Japan zijn vrijwel allemaal afstammelingen van Koreaanse dwangarbeiders, die tijdens het Japanse koloniale bewind (1910-1945) in het zuiden van Korea woonden en onder dwang naar Japan werden overgebracht. Een derde, ruim 200.000, is pro-Noord-Korea en heeft er verwanten wonen, familieleden die in de jaren vijftig uit Japan naar Noord-Korea vertrokken, verleid door de communistische propaganda en ziek van de Japanse discriminatie.

Ook als de achtergeblevenen door een reisverbod niet meer hun familie zouden mogen bezoeken, zouden zij toch geld kunnen overmaken via derde landen. Maar een reisverbod wordt door velen in Japan-anno-1994 beschouwd als een schending van de mensenrechten.