Bedrijven zoeken noodmaatregel voor WAO-boete

DEN HAAG, 14 JUNI. De bedrijfsverenigingen moeten een noodmaatregel treffen om te voorkomen dat ze onnodig boetes innen van bedrijven waarvan een werknemer arbeidsongeschikt is geworden.

De bedoeling is dat ze de boete pas definitief opleggen als de rechter zich daarover heeft uitgesproken. Volgens de wet moeten ze nu de boete één jaar nadat de werknemer in de WAO is gekomen, invorderen.

De noodmaatregel is nodig omdat de rechtbanken in Assen en Amsterdam onlangs een aantal boetes die bedrijfsverenigingen hadden opgelegd, ongedaan hebben gemaakt. Een beroep op de rechtbank biedt een bedrijf op zichzelf geen uitstel van de plicht om de boete te betalen. Vernietigt de rechtbank de boete - zoals in Assen en Amsterdam is gebeurd - dan moet de bedrijfsvereniging het bedrag aan het bedrijf terugbetalen. Op hun beurt is een aantal bedrijfsverenigingen in hoger beroep gegaan tegen de vonnissen van de rechtbanken. Op zijn vroegst aan het einde van dit jaar wordt daarover een uitspraak verwacht van de Centrale Raad van Beroep.

Bij de rechtbanken lopen nog duizenden beroepszaken van werkgevers die het niet eens zijn met de boete die hen door een bedrijfsvereniging was aangezegd. Dat aantal zal waarschijnlijk alleen maar toenemen. Zo heeft de FME, de werkgeversorganisatie in de metaal- en elektrotechnische industrie, haar leden opgeroepen massaal in beroep te gaan tegen de zogenoemde WAO-malussen. Eerder deed de centrale werkgeversorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf, het KNOV, een soortgelijke oproep.

Om te voorkomen dat bedrijfsverenigingen boetes eerst bij een werkgever moeten invorderen en vervolgens op diens rekening moeten terugstorten, willen zij een regeling om dit soort administratieve handelingen te voorkomen, te meer daar de beroepszaken over de malussen toch al veel extra werk met zich meebrengen. De Federatie van Bedrijfsverenigingen heeft voorgesteld de werkgever niet direct een boete op te leggen, maar om een bankgarantie te vragen ter hoogte van deze malus.

Volgens het ambtelijk secretariaat van de Toezichtkamer is er voor zo'n bankgarantie echter geen juridische basis en heeft een bedrijfsvereniging geen mogelijkheid een bedrijf daartoe te dwingen. Daarom stelt het secretariaat een andere maatregel voor, waarbij de bedrijfsvereniging zelf de termijn kan vaststellen waarbinnen de boete moet worden geïnd. Zo kan de bedrijfsvereniging dus rekening houden met een eventueel beroep van de werkgever bij de rechtbank.

De Toezichtkamer, die bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties alsmede onafhankelijke Kroonleden, beslist donderdag over de noodmaatregel.