Bankiers aan grenzen macht na opstand financiële markten

ROTTERDAM, 14 JUNI. De tucht van de markt staat dit jaar centraal in het jaarlijkse verslag van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB). De organisatie van centrale bankiers signaleerde gisteren dat “in de recente jaren de wereldkapitaalmarkt meer is geïntegreerd dan in elke andere periode sinds de tijd van de gouden standaard vóór 1914.”

De liberalisering van het kapitaalverkeer heeft volgens de BIB in de jaren tachtig een grote vlucht genomen. In de Westerse wereld is er vrijwel geen land meer te vinden dat nog ontmoedigende barrières opwerpt voor grensoverschrijdend kapitaal. De revolutie in de computer- en telecommunicatietechnologie heeft intussen een efficiëntere en snellere handel mogelijk gemaakt. Een zelfde stormachtige ontwikkeling in de derivatenhandel, nieuwe financiële instrumenten die zijn gebaseerd op opties, swaps (ruilcontracten) en termijncontracten heeft gezorgd voor een snellere en heviger reacties op de wereldwijde kapitaalmarkt en een veel grotere internationale koppeling van marktbewegingen dan voorheen. Alleen al de beurshandel in derivaten groeide vorig jaar opnieuw met bijna 70 procent tot een uitstaand onderliggend bedrag van 7839 miljard dollar. Over de informele 'over the counter'-handel, die de laatste jaren nog groter is, heeft de BIB nog geen gegevens voor handen, maar gesproken wordt van een groei van zo'n 27 procent alleen al in het eerste halfjaar.

De Doos van Pandora, kortom, is open en de winden wervelen vrijelijk over de financiële markten. Het gevolg daarvan is allereerst te zien in de statistieken. Sinds 1980, zo berekende de BIB, is het volume van uitgaande grensoverschrijdende beleggingen meer dan vertwintigvoudigd tot 458 miljard dollar. Het aandeel van buitenlandse effecten in de portefeuille van bijvoorbeeld Amerikaanse institutionele beleggers verdubbelde sinds 1991 tot 8 procent vorig jaar, en in Japan verdrievoudigde het percentage sinds 1980 tot ruim 22 procent.

De gevolgen van deze abstracte cijfers waren te zien in de verslagperiode van de BIB over 1993 en de eerste maanden van dit jaar. In stormen op de financiële markten viel achtereenvolgens het wisselkoersarrangement van het Europese Monetaire Stelsel uit elkaar, bereikte de yen een voor Japan buitengewoon schadelijke hoogte en liep tegen het conjuncturele tij in de kapitaalmarktrente in Europa in twee maanden tijd op met anderhalf procent.

De centrale bankiers zien de ontwikkeling met gemengde gevoelens aan. Enerzijds zijn zij felle voorstanders van een zo vrij mogelijk internationaal kapitaalsverkeer als parallel van de wereldwijde goederenstromen, en streven zij een efficiënte nationale en internationale kapitaalmarkt na. Aan de andere kant leggen de veranderde omstandigheden geheel nieuwe eisen op aan het beleid dat zij geacht worden te voeren. Is het alleen de taak van centrale banken om te zorgen voor valuta- en prijsstabiliteit en een goed functionerend bancair systeem, of moet die worden uitgebreid tot het strenger bewaken van de steeds onstuimiger financiële markten en de financiële positie van hun deelnemers?

Hier testen de BIB-leden de grenzen van hun territorium. W. Duisenberg, president van de BIB, benadrukte gisteren dat het prioriteit heeft om de risico's voor de deelnemers aan de financiële markten zoveel mogelijk te beperken. Een voorstel voor hogere solvabiliteitseisen voor banken met derivatenposities maken daar deel van uit, evanals een betere en uniforme bewaking en afhandeling van het zwaar belaste dagelijkse interbancaire betalingsverkeer. De BIB pleit bovendien voor een gecoördineerd toezicht op de andere deelnemers aan de financiële markten: effectenhuizen en verzekeraars, die meestal niet onder de jurisdictie van centrale banken vallen.

Essentieel is evenwel dat de toegenomen tucht van de markten meer dan voorheen een dageljks bewijs van goed gedrag door de autoriteiten noodzaakt. Het rentebeleid van de centrale banken is volgens BIB-directeur Anrew Crockett aan een elementair onderzoek toe, nu de marktreacties op het geldbeleid van centrale banken heviger en onvoorspelbaarder zijn geworden. Binnen de BIB is bijvoorbeeld een discussie gaande over de geldgroei als meetinstrument voor het inflatiebeleid van centrale banken, zoals dat in Duitsland nog wel gebeurt, maar in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten in de praktijk nauwelijks meer. Het meten van de binnenlandse liquiditeitenmassa zou minder zin hebben bij een steeds grotere internationale bewgingsvrijheid van de geldstromen. De recente ervaringen met de zeer extreme geldgroei in Duitsland staven die constatering, en in kringen van centrale bankiers wordt gesteld dat de Bundesbank in het openbaar alleen nog aan de geldgroei-maatstaf vasthoudt om de eigen geloofwaardigheid niet te verliezen en - belangrijker - omdat Frankfurt wil dat de toekomstige Europese Centrale Bank deze maatstaf ook gaat hanteren.

De tucht van de markt legt volgens de BIB ook hogere eisen op aan het macro-economisch en begrotingsbeleid waarop de handelaren in valuta's en staatsschulden van de bijbehorende landen beoordelen. De bank ziet in de huidige rust onder de Europese valuta's het bewijs dat een gecoördineerd economisch beleid klaarblijkelijk beter werkt dan het rigide wisselkoerssysteem van het EMS dat aan de financiële markten werd opgelegd. Hier is de grens van het territoir echter bereikt. Meer dan het geven van goede raad hebben centrale banken vooralsnog niet voor handen, willen zij voorkomen dat verhitte politici na nóg een EMS-crisis de Doos van Pandora met geweld pogen te sluiten.