Afrika omarmt zijn verloren zoon

TUNIS, 14 JUNI. Afrika sloot gisteren een verloren zoon weer in de armen. Op de top van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) in de Tunesische hoofdstad Tunis werd Zuid-Afrika toegelaten als 53ste lidstaat van de organisatie. De nieuwe Zuidafrikaanse president, Nelson Mandela, kreeg een staande ovatie toen hij op verzoek van de huidige voorzitter van de OAE, de Egyptische president Hosni Mubarak, zijn plaats innam tussen de andere leiders van Afrika in de conferentiezaal van het Palais des Congrès. De republiek van Zuid-Afrika was wegens het apartheidssysteem nooit tot de in 1963 opgerichte OAE toegelaten.

Het was een dag van melancholie en hoop voor de Afrikaanse leiders. Melancholie, omdat achter de lange jaren van strijd tegen de apartheid, die hun ondanks alle ontberingen toch een gevoel van saamhorigheid had gegeven, definitief een punt werd gezet. “De apartheid zal nooit meer op de agenda van deze vergadering terugkeren”, aldus Mandela in zijn toespraak tot zijn collegae-leiders. “Deze misdaad tegen de menselijkheid behoort definitief tot het verleden.”

Hoop, omdat voor veel Afrikanen de toetreding van Zuid-Afrika een belofte inhoudt voor de toekomst van het continent. “Zuid-Afrika moet als locomotief gaan dienen voor héél Afrika”, aldus dr. Gervais Houndekindo van het ministerie van buitenlandse zaken van de Westafrikaanse staat Benin. “Het land is rijk en heeft qua technologie een grote voorsprong op de rest van Afrika. Nelson Mandela is de wijze staatsman die Afrika nodig heeft. Andere Afrikaanse leiders zouden af en toe eens een keertje bij hem langs moeten gaan om hem om raad te vragen.”

De Zuidafrikaanse president schuwde gisteren de kritische noot niet. “Als er iets fout is met de manier waarop we onszelf in Afrika besturen, dan ligt de oorzaak daarvan niet in ons gesternte, maar in onszelf”, aldus Mandela op een persconferentie. Tot het noemen van man en paard was Mandela echter niet bereid. Toen een Zuidafrikaanse journalist vroeg of Mandela, die toch 27 jaar in gevangenissen had doorgebracht, wel wist dat de mensenrechten in Tunesië werden geschonden, reageerde de nieuwe Zuidafrikaanse president - tot opluchting van de Tunesische hoogwaardigheidsbekleders die de conferentie bijwoonde - kortaf: “Ik betwist niet wat u zegt, maar ik heb er zelf geen enkele informatie over. Ik ben hier gekomen om Tunesië te bedanken voor de steun tijdens de strijd tegen de apartheid.”

Voor veel leden van de Zuidafrikaanse delegatie in Tunis is het een teer punt dat Pretoria lid wordt van een organisatie waarvan sommige leiders niet bepaald bekend staan om hun respect voor de mensenrechten. De Zuidafrikaanse minister van buitenlandse zaken, Alfred Nzo, die ten tijde van het apartheidsregime sterk geporteerd was voor een alomvattende internationale boycot van Zuid-Afrika, reageerde geïrriteerd op de vraag of hij het moeilijk vindt om met 'misdadigers' overleg te voeren. “Er is niets verkeerds met praten. Als je niet meer met mensen kunt praten, dan blijft alleen nog maar de taal van het geweer over en daar is niemand ooit beter van geworden.”

De Afrikaanse leiders zelf lijken nauwelijks gehinderd te worden door het probleem van de mensenrechten. De 'sterke man' van Nigeria, Sani Abacha, die vorige week een arrestatiebevel uitvaardigde tegen de winnaar van de presidentsverkiezingen van vorig jaar, Moshood Abiola, begon zijn toespraak tot de leiders van het Afrikaanse continent gisteren met een lofzang op het democratiseringsproces in Zuid-Afrika.

Maar Pretoria lijkt voorlopig niet van plan om het voortouw te nemen bij het oplossen van de grote problemen van het Afrikaanse continent. Een verzoek van de Verenigde Naties om militairen te leveren voor de uitbreiding van de VN-missie in de Middenafrikaanse staat Rwanda, is door de regering Mandela afgewezen.

“We hebben het in Zuid-Afrika te druk met onze eigen problemen”, aldus Alfred Nzo. “Rechtse Afrikaners praten nog steeds over een eigen volksstaat. Onze bevolking is arm en we moeten onze strijdkrachten nog reorganiseren. Voorlopig is er geen sprake van dat Zuid-Afrika militairen zal leveren voor welke vredesoperatie dan ook.”

Voor de Zuidafrikaanse afhoudendheid bestaat begrip onder de Afrikanen maar tegelijkertijd is het duidelijk dat op middellange termijn wel het een en ander van Pretoria wordt verwacht.

Gillian Wong, een Brits diplomaat die de top van de OAE voor Londen volgt, waarschuwt tegen al te hoog gespannen verwachtingen over het lidmaatschap van Zuid-Afrika. “Het is heel goed mogelijk dat Afrika op economisch gebied weinig van het lidmaatschap van Pretoria zal profiteren. Vroeger was Zuid-Afrika een paria. Het gevolg daarvan was dat investeringen, die in Zuid-Afrika gedaan hadden kunnen worden, in andere landen op het continent terecht kwamen. Nu zit Pretoria op de eerste rij. Daardoor zouden investeringen wel eens van de andere landen op het continent weggezogen kunnen worden”.

Toch denkt ook Wong dat het Zuidafrikaanse lidmaatschap positief voor Afrika uit zal pakken. “De tijd dat de apartheid de politieke agenda van Afrika domineerde, is voorbij. Afrika moet zich nu concentreren op het vraagstuk van de toekomst: hoe kan het economische verval van het continent worden stopgezet?”

De Algerijnse Fatimah Bahri, een waarnemer van Unicef op de top, formuleert het aldus: “Het laatste hoekje van het continent dat nog in handen was van het kolonialisme, is bevrijd. We hebben nu ons lot in eigen hand en daar moeten we het beste van zien te maken.”