Advies over minderheden

Iedereen die zich in Nederland vestigt, moet een inburgeringsprogramma van maximaal drie jaar volgen. Vrijstellingen zijn mogelijk voor mensen die aan nader te formuleren criteria voldoen (taalkennis, opleidingsniveau, leeftijd, inkomen).

Na de inburgering komt de migrant op de reguliere arbeidsmarkt. Als deze opzet succes heeft, kan de aanpak worden uitgebreid naar autochtonen en allochtonen die al langer in Nederland zijn. Wie inburgering weigert, kan op zijn uitkering worden gekort.

Migranten moeten eerst via (betaalde) arbeid integreren. Een verdere groei van werkgelegenheid voor laaggeschoolden kan worden bereikt door marktverruiming; door het terugbrengen in het commerciële circuit van arbeidsintensieve activiteiten die zijn beland in de illegaliteit of zijn verhuisd naar lage-lonenlanden. Dat laatste kan alleen door de produktiekosten te verlagen en vraagt om meer flexibiliteit voor ondernemers bij vestigingseisen en arbeidscontracten. Gepleit wordt voor invoering van een concessiestelsel, waarvoor elke ondernemer zich kan melden. Bij invoering van dit stelsel zal het voor werkgevers minder aantrekkelijk worden illegalen aan te trekken. In hun plaats kunnen vooral laaggeschoolde nieuwkomers (legaal) aan de slag. Tewerkstelling in het kader van het concessiestelsel kan onderdeel vormen van de in te voeren inburgeringsperiode.

Met voorrang moeten het concessiestelsel en de inburgering gericht zijn op migranten in de merendeels oude wijken van de grote steden, waar zich veel nieuwe migranten vestigen. Juist in deze wijken is de laatste jaren veel werkgelegenheid verdwenen. In de oude wijken is veel werk te doen dat nu blijft liggen, zoals het tegengaan van verloedering van woningen en woonomgeving en bij het bevorderen van de veiligheid en de sociale contacten tussen bewoners.