Advies commissie-Houben; Pleidooi voor samenvoeging werkvoorziening

DEN HAAG, 14 JUNI. De banenpools en de sociale werkvoorziening moeten worden samengevoegd. Het onderscheid tussen enerzijds lichamelijk of geestelijk gehandicapten en anderzijds sociaal gehandicapten (langdurig werklozen die vrijwel geen kans meer hebben op een baan) moet verdwijnen.

Deze aanbevelingen heeft de zogenoemde Commissie-Houben vanmiddag aan staatssecretaris Wallage (sociale zaken) gedaan. Deze commissie, onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, had tot taak te adviseren over de toekomst van de sociale werkvoorziening en voorgestelde wijzigingen van de wet hierover (de WSW).

Voor de korte termijn beveelt de commissie aan de (inter)gemeentelijke sociale werkvoorzieningsbedrijven te verzelfstandigen. Gemeenten moeten volgens de commissie wel aandeelhouder blijven van de zogenoemde SW-bedrijven, maar verzelfstandiging is volgens de commissie “onvermijdelijk”. De bedrijven kunnen dan ook buiten hun eigen gemeenten opereren en gemeenten die op zoek zijn naar arbeidsplaatsen voor deze categorie werkzoekenden zijn dan vrij om zaken te doen waar zij dat willen.

De huidige sociale werkvoorziening kampt met tal van knelpunten, constateert de commissie, die vooral worden veroorzaakt door een verwarring van verantwoordelijkheden. Verschillende bedrijven dreigen dit jaar in de rode cijfers te komen. Het rijk schuift de verantwoordelijkheid voor de tekorten af op de gemeenten, maar blijft tegelijkertijd wel bepalen welke groepen voor de sociale werkvoorziening in aanmerking komen. Volgens de commissie is er inmiddels sprake van een 'interne verwurging' van de SW-bedrijven.

Aanvankelijk was de regeling zo dat het voor hen profijtelijk was zoveel mogelijk arbeidsplaatsen te realiseren. Maar omdat het landelijk budget niet toenam en zelfs verminderde, moeten de bedrijven het nu per arbeidsplaats met steeds minder subsidie doen. Volgens de laatst bekende cijfers, over 1992, hadden de SW-bedrijven in totaal bijna 85.000 medewerkers in dienst. De totale kosten bedroegen 4,7 miljard gulden, waarvan 74 procent door het rijk en de sociale fondsen werd betaald, 2 procent door de gemeenten en de resterende 23 procent bestond uit de netto-opbrengsten voor de bedrijven.

De commissie stelt vast dat de twee doelstellingen voor de SW-bedrijven - het bieden van aangepaste arbeid enerzijds, een sluitende exploitatie anderzijds - “niet zelden haaks op elkaar staan”. Deze verwarring van verantwoordelijkheden is zichtbaar op het niveau van het management. Het 'bedrijfsmatige' management is in verschillende bedrijven onvoldoende ontwikkeld, aldus de commissie.

Ze stelt voor de verantwoordelijkheden te ontwarren. In het voortgestelde bestuurlijke model blijft het rijk de normen stellen, beslist een onafhankelijke indicatiecommissie of iemand op grond van deze normen voor de werkvoorziening in aanmerking komt en is de gemeente verantwoordelijk voor het werven van arbeidsplaatsen, de plaatsing en de begeleiding van de werkzoekenden. Deze arbeidsplaatsen worden op contractbasis verschaft door bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheidsdiensten.

Volgens de commissie moet de werkvoorziening zich niet richten op personen die door hun handicap eigenlijk geheel kansloos zijn op een baan. Voor hen gelden voorzieningen als de dagopvang voor ouderen en ander welzijnsbeleid.