Aandeelhouders en leveranciers Vie d'Or krijgen geen geld

ROTTERDAM, 14 JUNI. Aandeleehouders en leveranciers van de failliette levensverzekeraar Vie d'Or krijgen zeker niets terug van hun vorderingen. De polishouders zullen naar schatting tussen de 75 en 110 procent van hun inleg terugkrijgen. De Belangenvereniging voor Polishouders van Vie d'Or heeft een akkoord bereikt met levensverzekeraar Levob in Amersfoort over de condities waarop de polissen worden overgedragen.

Het wachten is nu nog op de rechtbank in Den Bosch die in opdracht van de Verzekeringskamer een dezer dagen zal moeten beslissen op welk moment de portefeuille zal worden overgedragen. Dit moment is van groot belang omdat de waarde van de beleggingen per dag fluctueert. Voorzitter Kuipers van de belangenvereniging zit met smart op een uitspraak te wachten. “Elke dag kost geld. Het is niet alleen zo dat de beleggingen van verzekeringsmaatschappijen in het algemeen in waarde teruglopen, maar vooral telt dat pas na de gerechtelijke uitspraak het sociaal plan voor het personeel van Vie d'Or in werking treedt. Nu drukken alle kosten van huur en personeel nog op de uitkeringen aan de polishouders.” Hij schat dat de waarde van de polissen tussen januari en nu met zes procent is gedaald.

Hoeveel de polishouders kwijt zijn valt door de belangenvereniging nog niet te zeggen. Dit hangt behalve van de snelheid van de rechtbank in Den Bosch ook af van het succes van aansprakelijkheidsprocedures tegen oprichter Maes en tussenpersonen, die onmiddelllijk na de problemen bij Vie d'Or stopten met betalen. Volgens Kuipers gaat het bij de tussenpersonen om een bedrag van 7 miljoen gulden.

De Verzekeringskamer heeft een stichting opgericht die zich gaat inzetten voor het terugkrijgen van de gelden voor de polishouders. Volgens de juridisch adviseur van de belangenvereniging, dr. B. Böhler van Loeff Clays Verbeke, is het jammer dat de Verzekeringskamer het recht heeft gekregen bestuurders te benoemen en te ontslaan. “Dat maakt deze stichting niet onafhankelijk. Het daardoor lastig geworden voor polishouders de Verzekeringskamer aansprakelijk te stellen.” De stichting heeft overigens wel zelf een bestuurder mogen aanwijzen.

De stichting zal zich behalve buigen over de aansprakelijkheid ook de inboedel van Vie d'Or binnenkort veilen. En bovendien buigt de stichting zich over de circa 1500 polissen waar niemand zich voor gemeld heeft. Wanneer de eigenaars niet komen opdagen - het idee is dat dit te maken heeft met angst voor de fiscus - wordt het geld verdeeld onder de polishouders.

Kuipers heeft een aantal proefberekingen laten maken van de bedragen die polishouders nog kunnen terugverwachten. Het gaat om een geschatte waarde van de beleggingen van circa 265 miljoen gulden, terwijl volgens de normen de verzekeraar circa 360 miljoen gulden in huis zou moeten hebben om aan de verplichtingen te voldoen. Voor mensen die in 1991 nog koopsompolissen bij Vie d'Or hebben afgesloten wacht in plaats van een fictief rendement (de polis loopt immers nog) een korting op het ingelegde bedrag bij overdracht naar Levob. Polishouders die echter die al in 1986 een koopsompolis hebben gekocht, krijgen dat bedrag plus een kleine opslag terug aan rechten bij Levob. Ook dat is natuurlijk door het ontbreken van rente op rente een aanzienlijke korting op hun rechten.