Verdrag winning olie en gas uit Oost-Europa bijna klaar

ROTTERDAM, 13 JUNI. De onderhandelingen over de afname van olie en gas uit Oost-Europa zijn het weekeinde in een eindfase gekomen. De 51 betrokken landen zijn vrijwel gereed om een verdrag te tekenen, met de voorwaarden voor investeringen en winning, zo is zaterdag in Brussel bekend gemaakt.

De Nederlandse diplomaat Rutten, die de onderhandelingen twee jaar lang heeft voorgezeten zei na een vijf dagen durend overleg dat er nu 'succesvolle conclusies' zijn getrokken. Het contract voorziet in een wettelijk raamwerk, waarbinnen de landen handel kunnen bedrijven.

Onder die deelnemers bevinden zich de Verenigde Staten, Canada, Japan, Rusland, Australië en de twaalf lidstaten van de Europese Unie. Het verdrag moet ook richtlijnen gaan geven over de vrije doorvoer van energie-produkten, bescherming van het milieu, nucleaire veiligheid en zuinigheid. Voor enkele Oosteuropese landen worden voor deze paragrafen voorlopig uitzonderingsbepalingen opgenomen. Volgens ingewijden is op enkele punten nog niet volledige overeenstemming met onder andere de VS, die nog reserves hebben bij enkele bilaterale contracten tussen Rusland en de Europese Unie en Noorwegen. In elk geval zijn de onderhandelingen zo ver gevorderd, dat naar verwachting eind september of begin oktober tot ondertekening kan worden overgegaan, aldus Rutten. Die ondertekening zou plaats moeten vinden in Lissabon.

“Ik denk er een goed evenwicht is bereikt tussen rechten en plichten en er goede voorwaarden zijn geschapen voor handel en investeringen”, aldus Maxim Medvedkov, lid van de Russische onderhandelingsdelegatie. “De voltallige besprekingen zijn nu ten einde, maar er is nog wat technisch en juridisch handwerk te doen om complexe details te regelen. Daarvoor is nog een maand of twee nodig”.

Voorzitter Rutten meent dat het verdrag een 'buitengewoon belangrijke rol gaat spelen' in de samenwerking tussen Oost en West voor zover het energie-zaken betreft. Volgens hem is het verdrag vooral van grote betekenis voor de ontwikkeling van de economie in de voormalige Oostblok staten. (AP)