Tinbergen: Een nobel mens, zijn tijd vooruit

ROTTERDAM, 13 JUNI. Politici, hoogeleraren en economen hebben zonder uitzondering lovende woorden voor de eind vorige week overleden Professor dr. Jan Tinbergen. “Een hoogstaand, nobel mens” die “eenzaam aan de top” stond en alom sympatie oogstte door “uitermate bescheiden” te blijven.

Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking typeerde Tinbergen vanmorgen als “de eerste wereldburger, die ons is ontvallen”. “Hij is ons voorgegaan in wetenschappelijke zin, heeft baanbrekend werk gedaan door voortdurend grenzen te verleggen. Ik beschouw hem als mijn grote leermeester”, aldus de minister. Pronk studeerde bij Tinbergen en was van 1964 tot 1971 zijn medewerker. De minister is daarna ook altijd contact met hem blijven houden. Hij heeft de wereld op andere gedachte gebracht, waar het gaat om conjunctuurbeleid, inkomensontwikkeling en ga zo maar door. Ook wat betreft de Europese integratie ging hij iedereen voor. Hij is zich steeds meer gaan bewegen op internationaal vlak en heeft zich ingespannen voor wereldwijde economische samenwerking. Achteraf kun je zeggen dat hij de wereld sinds de jaren dertig steeds een paar stappen voor is geweest”, aldus Pronk.

Ook volgens prof.dr.J. Pen, die in de jaren zeventig samen met Tinbergen het rapport 'Naar een rechtvaardiger inkomensverdeling' schreef, was Tinbergen zijn tijd altijd vooruit. Zijn invloed is nog steeds groot. Pen wijst op de in de jaren dertig door Tinbergen ingevoerde modellenbouw. “Daarvan wordt weleens gezegd dat ze verouderd zijn, maar dat klopt niet want het Planbureau gebruikt ze nog steeds”.

“Iedereen die hem heeft meegemaakt, zal dat als een soort keerpunt in het leven hebben ervaren. Hij gaf je een andere kijk op de wereld”, zegt prof.drs. J.G. Waardenburg, die als hoogleraar ontwikkelingsprogrammering aan de Erasmus universiteit intensief met Tinbergen samenwerkte. Volgens Waardenburg werd Tinbergens belangstelling voor economische vraagstukken aangewakkerd toen hij in de jaren twintig de ellende die de massale werkloosheid teweeg bracht van nabij meemaakte. “Vanaf dat moment heeft hij zich toegelegd op de economie”, aldus Waardenburg die Tinbergen tevens roemt om zijn “grote mate van bescheidenheid” en de enorme hoeveelheid werk die hij heeft verricht. “Tinbergen werkte alsmaar door zonder een workaholic te zijn. Hij was er van overtuigd dat hij zijn kennis ter beschikking moest stellen om te helpen de sociale problemen in de wereld op te lossen.”

Dr. P. Terhal, directeur van het door Tinbergen opgerichte centrum ontwikkelingsprogrammering in Rotterdam, vergaderde vorige week maandag nog met Tinbergen. “Hij was weliswaar lichamelijk steeds zwakker, maar de geest was altijd zeer helder. Hij was sober in zijn woordgebruik, een realistisch idealist”, aldus Terhal.