Spanje; Afstraffing voor premier González

SEVILLA, 13 JUNI. De minderheidsregering van premier Felipe González heeft gisteren een gevoelige afstraffing gekregen van de Spaanse kiezers. Bij een opkomst die in sommige delen van Spanje zelfs hoger dan zeventig procent lag, verloor de sociaal-democratische PSOE zowel bij de Europese verkiezingen als bij de regionale verkiezingen in Andalusië meer dan was voorzien. Op Europees niveau werd de partij als de grootste gepasseerd door de rechtse Partido Popular (PP) van oppositieleider José Maria Aznar en in het sociaal-democratische bolwerk Andalusië verloor de PSOE de absolute meerderheid. In Spanje wordt verwacht dat de uitslagen niet zonder gevolgen zullen kunnen blijven voor het zittende kabinet.

De PP verdubbelde bijna zijn vertegenwoordiging op Europees niveau tot 28 zetels en is met veertig procent van de stemmen veruit de grootste partij. De PSOE moest vijf zetels inleveren en komt met 22 afgevaardigden in het Europese parlement.

In Andalusië behaalde de PP een historische winst van ruim 34 procent van de stemmen, nog maar vijf procent minder dan de tot dusver regerende socialisten. In een eerste analyse lijkt het er op dat de socialisten vooral stemmen hebben verloren aan de linkse oppositiepartij Izquierda Unida, die in beide verkiezingen een omvangrijke winst boekte.

In een eerste reactie heeft González gisteravond toegegeven dat zijn partij voor het eerst in vijftien jaar fors heeft verloren. “We weten hoe we verkiezingen moeten winnen en nu weten we ook hoe we ze moeten verliezen”, aldus de premier. González maakte vooralsnog niet duidelijk wat de mogelijke consequenties zijn die hij uit de nederlaag zal trekken. “We zullen de volgende verkiezingen winnen”, zo beperkte de premier zijn commentaar. Ook oppositieleider Aznar weigerde vooralsnog in te gaan op de mogelijke gevolgen van de uitslagen. “We willen eerst afwachten hoe de regering reageert”, zo verklaarde Aznar gisteren.

In de eerste commentaren op de uitslagen wordt, naast vervroegde verkiezingen, een aantal andere opties opengehouden, zoals het aftreden van González als premier of het stellen van de vertrouwensvraag aan het parlement. Op die laatste mogelijkheid heeft González zelf reeds eerder gezinspeeld. In dat geval is veel afhankelijk van de opstelling van de Catalaanse nationalisten die niet in de landelijke regering zitten, maar het minderheidskabinet tot dusver wel steunden. Vooralsnog hebben de Catalanen zich niet duidelijk uitgesproken over een mogelijke wijziging in hun opstelling tegenover het kabinet-González. De Catalaanse nationalisten onder leiding van Jordi Pujol wisten evenwel hun Europese afvaardiging uit te breiden van twee naar drie zetels, hetgeen beschouwd kan worden als electorale steun aan het tot dusver gevoerde gedoogbeleid.