SEMIPROF: Kaatser Tunno Schurer

“Het is een klein dorp op zich, al wordt het de laatste tijd wat minder. Het is een soortement psychiatrisch ziekenhuis. Je hebt hier 600 bewoners en 600 medewerkers. Met de echte chronische patiënten heb je weinig problemen, die zijn al zo lang ziek. Die zijn 't gewend hier. Ze worden een beetje in de gaten gehouden door de verpleging.

“Ze zijn druk bezig om deze afdeling uit Franeker weg te halen. Meer naar het midden van Friesland. Op zo'n manier kost de gezondheidszorg een hoop geld. Wij begrijpen er zelf nooit wat van. Daarvoor moet je in Den Haag bij WVC wezen. Het kan best zijn dat ze over tien jaar weer terug naar Franeker gaan.

“Die bussen rammelen behoorlijk. Als je in een keer op de rem staat, ligt alles meteen voorin de auto. Ik doe van alles op chauffeurgebied. Het transport, de post. Wat wij thuis hebben aan hagelslag en WC-papier, dat breng ik bij de mensen thuis. Om elf uur breng ik het eten, om een uur halen we de rotzooi weer op. Tussendoor rij ik de post en de medicijnen rond. Ik sta ook wel eens in een winkeltje, verkoop ik sigaretten, gehaktballen en de hele mikmak.

“Brrr, wat een rotweer. Het is nog geen zomer en dat heb je wel nodig voor de kaatserij. Vanaf m'n tiende ben ik elk weekend aan het kaatsen. Ach, ik draai al tien jaar mee in het hoogste gebeuren. Ben nu 31. Heb nog met Sake Saakstra gespeeld. Ik heb vijf keer de PC gewonnen, ben drie keer koning geweest. Ik heb het hoogste eigenlijk wel bereikt. Zolang je er plezier in hebt en je prijzen wint, ga je gewoon door.

“De ene keer win je een barometer, de andere keer een fiets. Tegenwoordig krijg je waardebonnen, die je kunt inruilen bij de bank. Ik heb thuis wel acht klokken. Het is traditie, heel moeilijk om vanaf te wijken. Zo hobbelt het kaatsen al jaren een beetje door. Ik heb in Beetgum een keer een paard gewonnen, een veulen was het toen nog. Als je in een rijtje woont, heb je niks aan een paard. Nu woon ik in Arum en heb ik er wel plaats voor.