Positie Kohl versterkt; Klap voor Major en Gonzalez; Wisselende opkomst; Nationale agenda's bepalen Euro-verkiezing

BRUSSEL, 13 JUNI. De uitslag van de Europese verkiezingen van gisteren en donderdag is in hoge mate bepaald door nationale politieke overwegingen. Opvallend waren de overwinning van bondskanselier Kohl, de versterking van Italiës eerste man Berlusconi en de klappen die premier Major en zijn Spaanse collega González kregen.

De opkomst verschilde per land sterk; Nederland behoorde met Groot-Brittannië en Portugal tot de landen met de laagste opkomst. De Duitse bondskanselier toonde zich buitengewoon ingenomen met het verkiezingsresultaat. Zijn CDU kwam versterkt uit de stembus, terwijl de oppositionele SPD weliswaar stemmen won, maar veel minder dan op grond van de opiniepeilingen van enige maanden geleden nog werd verwacht. De liberale FDP en de extreem-rechtse Republikaner bleven onder de kiesdrempel van vijf procent.

In Italië hebben de Europese verkiezingen een grote overwinning opgeleverd voor premier Berlusconi, die zijn steun met bijna vijftig procent zag stijgen. Zijn twee belangrijkste partners in de rechtse alliantie verloren ieder licht. Berlusconi's partij, Forza Italia, steeg van 21 procent bij de parlementsverkiezingen eind maart naar 30,6 procent. “De Italianen willen veranderingen, en wij zijn de garantie daarvoor”, zei Berlusconi in een reactie.

De minderheidsregering van premier Felipe González kreeg een gevoelige afstraffing van de Spaanse kiezers. Bij een opkomst die in sommige delen van Spanje zelfs hoger dan zeventig procent lag, verloor de sociaal-democratische PSOE zowel bij de Europese verkiezingen als bij de regionale verkiezingen in Andalusië meer dan was voorzien. Op Europees niveau werd de partij als de grootste gepasseerd door de rechtse Partido Popular (PP) van oppositieleider José Maria Aznar en in het sociaal-democratische bolwerk Andalusië verloor de PSOE de absolute meerderheid. In Spanje wordt verwacht dat de uitslagen niet zonder gevolgen zullen blijven.

In Groot-Brittannië leverden de verkiezingen voor premier Major niet zo'n desastreus zetelverlies op als in peilingen was voorspeld, maar in het Europese Parlement zijn de Tories gereduceerd tot een splinterpartij (16 zetels bij een laatste telling en een verlies van 13). Labour behaalde een grote triomf. De partij kan - volgens een nog onvolledige uitslag - met 55 zetels van de 87 (een winst van 11) een gooi doen naar de positie van socialistisch fractieleider in Straatsburg.

In het Franse regeringskamp was het de dissidente lijst-De Villiers (voor een Europa van zelfstandige naties) die met 12 procent de moeizame eenheid van de coalitie-partners RPR en UDF verstoorde. Met 25,5 werd de gezamenlijke lijst onder leiding van Dominique Baudis weliswaar de grootste, maar bij het begin van de campagnes werd in de peilingen 40 procent gehaald.

Op links was niet alleen de nederlaag van de socialistische leider Rocard maar ook het succes van de zakenman Bernard Tapie opvallend. Ondanks problemen met zijn voetbalclub Olympique Marseille en een reeks van rechtszaken wegens onduidelijke zakelijke transacties haalde Tapie als lijsttrekker van de Linkse Radicalen 12 procent. In Marseille, de stad waar hij burgemeester hoopt te worden, werd Tapie met ruim 30 procent de grootste.