Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen overleden

DEN HAAG, 13 JUNI. Prof.dr. Jan Tinbergen, de Nobelprijswinnaar economie van 1969, is vorige week donderdag op 91-jarige leeftijd onverwachts overleden. Hij is vanmorgen in besloten kring begraven.

Tinbergen heeft zich zijn leven lang ingezet voor de oplossing van economische ongelijkheid. In de jaren vijftig heeft hij een norm voor ontwikkelingshulp geformuleerd. Als voorvechter van een nieuwe internationale economische orde was hij een overtuigd voorstander van de kapitaalsoverdracht van rijke naar arme landen. De laatste tientallen jaren maakte hij zich actief zorgen om de leefbaarheid van de aarde. Zijn meest recente activiteit was de oprichting in april van dit jaar van ChildRight Worldwide, een beweging van Nobelprijswinnaars tegen kinderarbeid in ontwikkelingslanden.

Na een studie wis- en natuurkunde legde Jan Tinbergen zich toe op economische vraagstukken. Hij was de grondlegger van de econometrie, de wiskundige kwantificering van economische verschijnselen. Hij genoot internationale bekendheid als ontwikkelingseconoom. Jarenlang was Tinbergen in het buitenland de meest geciteerde Nederlandse econoom.

In de crisisjaren was Tinbergen mede-opsteller van het Plan van de Arbeid (1935) tot herstel van de werkgelegenheid. Direct na de Tweede Wereldoorlog was hij oprichter van het Centraal Planbureau, waarvan hij de eerste directeur werd (1945-1955). In die hoedanigheid was hij nauw betrokken bij de wederopbouw van Nederland na de oorlog. Als hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Rotterdam ging zijn belangstelling steeds meer in de richting van ontwikkelingsvraagstukken en de ongelijke verdeling van welvaart in de wereld. Tinbergen was een groot voorstander van de verplaatsing van arbeidsintensieve industrieën uit rijke landen naar de Derde wereld. Ook na zijn emeritaat in 1975 bleef hij zijn uitgesproken visies op de verhouding tussen rijk en arm in de wereld met kracht uitdragen. In 1969 ontving Tinbergen de eerste Nobelprijs voor economie, samen met de Noorse econoom Ragnar Frisch.