Nederland; Europarlementariërs hopen dichtbij de kiezers te blijven; 'Kom niet naar Brussel, blijf in Doetinchem'

De Nederlandse kiezer is geneigd 'in zijn eigen coconnetje' te kruipen, zeggen net gekozen Euro- parlementariërs over de lage verkiezingsopkomst. Regionale binding van de parlementariërs en concentratie op 'de kerntaken' moeten verbetering brengen.

ROTTERDAM, 13 JUNI. “Het gaat niet om grotere bevoegdheden voor het Europarlement, want de invloed is me dik meegevallen”, zegt Europarlementariër A.M. Oostlander (CDA), zojuist herkozen. “Het probleem van de lage opkomst is de presentatie aan het grote publiek, want Nederland is erg naar binnen gericht.”

Machteloos heeft Oostlander zich niet gevoeld, de afgelopen vijf jaar. “Ik heb gemerkt dat je met een begrotingsrapportage de Eurobureaucratie behoorlijk de stuipen op het lijf kunt jagen. En nadat mijn motie tegen de bemiddeling in de kwestie-Joegoslavië van Lord Owen door het parlement werd aangenomen, raakte hij snel op een zijspoor.” Maar de CDA'er zag over die successen in de Nederlandse kranten weinig terug, “terwijl de Britse kranten die motie tegen Owen groot op de voorpagina zetten.” Oostlanders inzet voor de Europese aanbeveling ter gelijkberechtiging van homo's trof een zelfde lot: “In het buitenland sloeg die als een bom in, in Nederland had alleen de Gay Krant er aandacht voor.”

Er zijn wel “te veel grijze muizen” in het Europarlement, erkent Oostlander. “En die fractiediscipline is ook niet goed. Maar ik word bevestigd in de lijn die ik heb gekozen: doe maar riskant. Ik ga het liefst met een goed standpunt strijdend ten onder. Het parlement als geheel zal meer zijn tanden moeten laten zien.” De oproepen van columnisten om niet te gaan stemmen voor Europa omdat het parlement toch geen macht heeft - zoals de politicoloog K. Koch in de Volkskrant deed - heeft Oostlander “geweldig lullig” gevonden. “Democratie lijkt kennelijk net zo normaal als schone lucht. Maar ook die is inmiddels schaars.”

Om de opkomst bij de volgende verkiezingen te vergroten gaat Oostlander zich sterker richten op zijn eigen provincie: Gelderland. “Ik heb tegen mijn medewerker in Doetichem gezegd: 'kom maar niet meer naar Brussel, blijf jij maar daar', om contacten te leggen met Kamers van Koophandel, boerenorganisaties, hoger onderwijs en ook andere sectoren die niet direct in mijn portefeuille zitten.” Het idee ontstond toen bleek dat Oostlander de enige Gelderse Euro-afgevaardigde zou worden. “Hier in de provincie werd toen gezegd: we gaan alles op jou zetten. Zo'n constituency-gedachte is mij eigenlijk vreemd, maar ik ga nu toch functioneren als een soort doorgeefluik, in een signaleringsfunctie naar de andere Europarlementariërs.”

Ook volgens oud-Tweede-Kamerlid en net gekozen Europarlementariër J.G.C. Wiebenga (VVD) is niet de macht van het Europarlement in het geding. “De crisis is veel breder. De burgers zien de Unie niet meer als de gemeenschap die de vrede heeft gehandhaafd in Europa.” Volgens Wiebenga komt dat doordat “Europa dingen is gaan doen die niet nodig zijn. Zoals het bepalen van de breedte van de maaibalken van grasmaaimachines”. “De burgers vluchten in nationalisme omdat ze denken dat Europa alles overneemt. We moeten dat schrikbeeld voorkomen door duidelijk te maken dat dat niet gebeurt.” Om de opkomst te verhogen “moeten wij de Europese ministers en de Commissie bij de les houden, bij hun kerntaken: economisch beleid, milieu, emigratie en criminaliteit.” Nauwere contacten met de achterban acht Wiebenga niet nodig. “Dat is bij ons al goed geregeld.”

Kersverse Europarlementariër en oud-journaliste L. van Bladel (PvdA) ziet de oplossing juist in versterking van de Europese Unie. “Zolang de politieke unie weinig voorstelt, zal Europa voor de mensen niet dichterbij komen. Het wordt allemaal te veel voor de burger: hij moet zijn brood verdienen en dan ook nog eens al die Europese ontwikkelingen bijhouden. Sinds de val van de Muur, het Verdrag van Maastricht en de oorlog in Joegoslavië is de Nederlandse burger geneigd in zijn coconnetje te kruipen: 'Eerst het eigen land maar eens op orde en dan gaan we wel weer eens over de grens'.”

Een “klinkklare oplossing” voor de desinteresse heeft Van Bladel niet. “Als de kiezer niet openstaat voor het gegeven dat 50 jaar na de oorlog de economische integratie de voormalige erfvijanden in Europa heeft verzoend en dat er nu een volgende stap moet worden gezet, dan wordt het moeilijk. We kunnen niet over onze eigen schaduw heenspringen.” Ze vindt het opvallend dat vooral ouderen zijn gaan stemmen: “Die kunnen zich de oorlog nog herinneren”. Het zal er nu om gaan “het bestuurlijk proces in Europa transparanter te maken”.

Van partijvoorzitter F. Rottenberg hebben de socialistische Europarlementariërs de opdracht gekregen “veel samen te werken met Nederland, en niet te vaak naar Tokio of Washington te gaan”. Van Bladel: “Terugkoppelen, terugkoppelen, terugkoppelen, dat is het streven.” Het secretariaat van de delegatie wordt in Den Haag gevestigd, en alle afgevaardigden hebben een 'adoptiegemeente'. “De mijne is Veenendaal. Dat gaat uit van de PvdA-afdeling ter plaatse maar je leert dan ook de andere partijen kennen.” Een grotere 'constituency', zoals Oostlander nu gaat creëren, lijkt haar wel een goed idee. “Ik zal het er eens over hebben.”

De nieuwe D66-Europarlementariër J. Boogerd-Quaak is al een “grensmens”: ze woont in Zeeuws Vlaanderen. Vanuit 'bestuurlijk Zeeland' heeft ze veel steun gehad: “En ik word nu al gebombardeerd met verzoeken tot kennismaking.” Maar de aandacht van de partij “dwarrelde weg” na de Tweede-Kamerverkiezingen. “Het campagneteam van D66 ging ervan uit dat de burgers stemmoe waren en stemde daar de activiteiten op af: de mensen niet te veel lastig vallen.” Ook CDA'er Oostlander heeft zich verbaasd over de geringe activiteit van de andere partijen. “Ik heb van geen andere partijen folders gezien. Op marktpleinen waren wij altijd de enigen. Er wordt nu wel bozig gereageerd op de overwinning van het CDA, maar dat komt toch omdat wij onze achterban geactiveerd hebben, en de andere partijen niet.”