KPN geen heraut 'volkskapitalisme'

AMSTERDAM, 13 JUNI. De plaatsing bij beleggers van 30 procent van de aandelen van Koninklijk PTT Nederland (KPN) is een succes geworden, maar heeft weinig bijgedragen aan een bredere spreiding van aandelen onder de Nederlandse bevolking. De overheid had KPN de afgelopen dagen vrijwel helemaal kunnen verkopen. Beleggers hebben ingeschreven op 390 miljoen aandelen van KPN, bijna het complete kapitaal van het post- en telecombedrijf. De overheid houdt de komende twee jaar nog 70 procent en had nu “maar” ruim 138 miljoen aandelen in de verkoop. Met een waarde van bijna 7 miljard gulden is de verkoop niettemin de grootste aandelenplaatsing ooit in Nederland gerealiseerd.

De overheid heeft voor een kleine 2 miljard gulden KPN-aandelen onder particuliere beleggers geplaatst. Ook een record. Met de plaatsing en het voor Nederlandse begrippen ongekend heftige publiciteitsbombardement dat eraan vooraf ging, lijkt een verbreding en verdieping van de aandeelhoudersbasis evenwel niet gerealiseerd. Van een gevoel van volkskapitalisme, zoals dat in Engeland bij de privatiseringen werd gepredikt, is geen sprake.

Bij de 188.500 particuliere beleggers die hebben ingeschreven zitten ruim 31.000 medewerkers van KPN zelf die hebben ingetekend op zogenaamde converteerbare personeelsobligaties. Een derde van het personeel is daarmee (indirect) aandeelhouder in zijn eigen bedrijf geworden. Dat geeft steun aan de stelling dat KPN de draai van een ambtelijk naar een commercieel bedrijf niet alleen in de bestuurstop heeft gemaakt. De organisatiegraad (42 procent van het personeel is vakbondslid) ligt overigens nog hoger dan de participatiegraad.

Afgezien van de KPN-medewerkers hebben ruim 157.000 particuliere beleggers ingeschreven. Hun aantal is groter dan bij de eerste aandelenverkoop van DSM vijf jaar geleden, maar kleiner dan bij de verkoop van Daf (geen echte privatisering) datzelfde jaar. Een andere vergelijking: een typisch laagdrempelige belegging als het Postbank Beleggingsfonds heeft 180.000 deelnemers.

Het relatief hoge gemiddelde bedrag van inschrijving bij KPN - 12.375 gulden - doet vermoeden dat het om ervaren beleggers gaat. Duidelijk en recentcijfermateriaal over het aantal (actieve) beleggers en de omvang van hun portefeuille is helaas niet publiek beschikbaar - op zich al een indicatie dat Nederland geen cultuur van privé beleggen heeft zoals Amerika of Engeland. Nederland is bij uitstek het land van anonieme pensioenfondsen en verzekeraars die de zorg voor de oudedagsvoorziening hebben overgenomen van het individu.

De meest gangbare manier van zelf beleggen is nog altijd een spaarrekening, waar de Nederlander gemiddeld iets minder dan 3.000 op heeft staan. De publiciteitscampagne heeft geen enkele poging gedaan om de onervaren belegger de financiële voordeeltjes van een belegging in KPN uit te leggen, zoals het gebruik van de fiscale vrijstelling voor dividenden, het relatief hoge dividend, het al aangekondigde tussentijdse dividend en de korting op de aanschafprijs. Dat liet men over aan de beleggingsadviseurs van de banken. Die bewerkten uiteraard de doelgroep die het meest perspectief bood: hun eigen vertrouwde klantenkring van naar schatting 200.000 tot 250.000 actieve particulieren. De campagne voor de naamsbekendheid van KPN en de naderende beursintroductie legde de basis. De korting van vijf procent was een smaakmaker - een “sweetener”, zoals dat in het Angelsaksische jargon van de financiële jongens heet.

Dat er weinig nieuwe beleggers zijn gelokt, is niet verwonderlijk. De Nederlandse overheid voert geen financieel en fiscaal beleid dat beleggen in aandelen voor particulieren extra aantrekkelijk maakt. Dat hoeft ook niet, want er is, in tegenstelling tot de start van de Britse privatiseringsgolf in de jaren tachtig, weinig staatsbezit en dus weinig materiaal voor beursintroducties. De banken zelf zitten, met uitzondering wellicht van de Postbank, ook niet te wachten op een toestroom van kleine beleggers. Zij promoten bij die (potentiële) klanten liever hun eigen beleggingsfondsen.