Justitie verkeek zich op asielbeleid

DEN HAAG, 13 JUNI. Justitie heeft zich verkeken op het probleem van het toenemend aantal asielzoekers. Een reorganisatie bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst, aanscherpingen in de vreemdelingenwet, een nieuw computersysteem en een nieuwe Vreemdelingenkamer die met te weinig rechters te veel zaken moet afhandelen. Bij het ministerie zoekt men intussen naar oplossingen om deze “aanloopproblemen” weg te werken.

De Vreemdelingenkamer, begin maart opgericht om de asielprocedures te versnellen, heeft in de eerste drie maanden van haar bestaan 3.240 verzoeken gekregen van asielzoekers, die het beroep tegen hun afwijzing in Nederland willen afwachten. Aan deze zogenoemde voorlopige voorzieningen, zijn de vijf rechtbanken van de Vreemdelingenkamer nauwelijks toegekomen - laat staan dat de 'bodemprocedures' (waarin de rechter beslist of de afwijzing door Justitie juist is) zijn behandeld.

De opzet van het ministerie van justitie - het terugbrengen van de asielprocedure tot zeven maanden - valt hierdoor in het water. De verzoeken van vluchtelingen die in beroep gaan, hopen zich bij de Vreemdelingenkamer op. De ambtenaren op Justitie zien geen kans tijdig dossiers aan de landsadvocaat te leveren, die op basis van gegevens van het departement verweerschriften moet opstellen.

Zo kreeg Justitie in de eerste drie maanden van het bestaan van de Vreemdelingenkamer 1432 verzoekschriften binnen, waarvoor een verweerschrift moest worden opgesteld. Daarvan hebben de ambtenaren inmiddels 460 zaken behandeld en liggen er nog 895 dossiers te wachten. “Aanloopproblemen”, zegt een woordvoerder van het ministerie. Volgens hem is de achterstand in een paar dagen weggewerkt. Maar een rekensom doet anders vrezen: in drie maanden tijd hebben de 25 betrokken rechters 460 zaken kunnen behandelen. Dat komt ruwweg neer één zaak per rechter per drie dagen.

De gevolgen van de abrupte invoering van de Vreemdelingenkamer, waar tegen de rechterlijke macht vorig jaar luidruchtig protesteerde, laten zich nu zien. Want ondanks de trage gang van zaken bij het ministerie van justitie, liggen er bij de Vreemdelingenkamer nog altijd zo'n 1800 dossiers die nog niet bij Justitie zijn gedeponeerd. Een woordvoerder van het ministerie wijst op vervuiling van het bestand, omdat advocaten vaak alsnog besluiten een voorlopige voorziening in te trekken.

Maar ook dat is een gevolg van recente aanscherpingen in de vreemdelingenwet door - toen nog - minister Hirsch Ballin van justitie. Regelmatig krijgen advocaten een nul-dagen beschikking, hetgeen betekent dat ze binnen 24 uur moeten beslissen of ze in beroep gaan tegen de afwijzing door Justitie. En alle advocaten gaan, vaak ongezien de zaak, in beroep. “Je kunt het je client toch niet aandoen om niet in beroep te gaan”, zegt mr. Huydecoper, bestuurslid van de Nederlandse Orde van Advocaten en belast met onder meer asielzaken. Het beroep bij de Vreemdelingenkamer is het enige beroep dat de asielzoeker nog kan aantekenen tegen de beslissing van Justitie, sinds het hoger beroep voor afgewezen vluchtelingen vorig jaar werd geschrapt. Naar nu blijkt, wegen advocaten pas nadat het verzoekschrift bij de Kamer is ingediend of het verhaal van de afgewezen asielzoeker plausibel is en enige kans maakt voor de rechtbank. In sommige gevallen trekken advocaten daarna alsnog het beroep in. Maar intussen raakt de Vreemdelingenkamer, met zijn trechtervormige werking, steeds verder verstopt.

Een andere misrekening van Justitie is de uitspraak van de rechter. Door de grote werkdruk op het department zouden sommige beschikkingen 'onzorgvuldig' en 'niet goed gemotiveerd' zijn. Een opmerkelijke beslissing viel bij de Vreemdelingenkamer in Den Bosch. Daar besliste de rechter dat het ministerie van justitie een asielzoeker onterecht had afgewezen omdat deze zich niet 'onverwijld' had gemeld. Dat was voor Justitie reden geweest om verder niet naar de inhoud van het verhaal van de vluchteling te luisteren. De rechter in Den Bosch besliste alsnog dat Justitie hem moest horen over de reden waarom hij in Nederland aanspraak op een verblijfsvergunning dacht te maken.