Justitia heeft geen zwaard nodig

Iedere organisatie die zichzelf respecteert heeft tegenwoordig een huisstijl. De huisstijl bevordert de herkenbaarheid en men vindt hem dan ook terug in presentaties, zoals brieven, reclame en advertenties. Eén van de uitwassen van de huisstijl is het logo. Behoudens enkele uitzonderingen is het logo, zelfs na een toelichting door de ontwerper, meestal niet te begrijpen.

Maar er is één logo, dat er door zijn artistieke vormgeving en volstrekte duidelijkheid uitspringt en dat is de afbeelding van Vrouwe Justitia, die sinds enkele jaren de huisstijl van het ministerie van justitie bekroont. De rechterlijke macht is destijds massaal over dit logo gevallen, omdat de rechtspraak daardoor van haar eeuwenoude zinnebeeld werd beroofd. De protesten ten spijt kan men Justitia nog wekelijks in krante-advertenties van het ministerie van justitie aantreffen. Het lijkt alsof de rechterlijke macht het hoofd in de schoot heeft gelegd. Maar het doet nog altijd pijn, dat het ministerie, dat toch een voorbeeld-functie heeft, dit 'boegbeeld' van de rechtspraak heeft bezoedeld.

Is die pijn nu terecht?

Justitia tooit zich met drie attributen: blinddoek, weegschaal en zwaard. De beide eerste symboliseren respectievelijk, dat er wordt beslist zonder aanzien van personen en na afweging van alle argumenten en belangen. Die bezigheid is echter niet voorbehouden aan rechters. Ook ambtenaren komen op die manier tot hun beslissingen. Bovendien leren blinddoek en weegschaal ons niet wàt de rechter doet, maar uitsluitend hòe hij werkt. Wil men het typisch rechterlijke in het zinnebeeld ontdekken, dan moet men kijken naar het zwaard. Aan het zwaard van Justitia kent men de rechter.

Laat mij het handelen van de rechter eens toetsen aan enkele zwaarden. Neem bijvoorbeeld het zwaard van Damocles. Damocles was hoveling van de tiran van Syracuse, Dionysus de Oudere (405-337 v.C.). Hij deelde in alle overloed van zijn heer, doch kreeg een zwaard aan een paardehaar opgehangen boven zijn hoofd, ten teken aan welke risico's de genieter van zoveel overvloed constant blootstaat. Een paardehaar is sterk. Niet valt in te zien, dat die zomaar zou breken, en dat gebeurde dan ook niet. Toetst men de rechterlijke functie aan dit zwaard, dan ziet men de preventieve werking die van de constante beschikbaarheid van de rechter uitgaat en dat is een van de belangrijkste functies van de rechtspraak.

Een tweede functie van de rechter vindt men in Gordium, hoofdstad van het oude Phrygië, geleid door koning Godius. Het juk van zijn wagen werd met een zeer ingewikkelde knoop aan de disselboom bevestigd. Een orakel verzekerde, dat de wereldheerschappij zou toevallen aan hem die de knoop zou losmaken.

Alexander de Grote heeft dat in 334 v.C. met een machtige slag van zijn zwaard gedaan. Hij zag, dat gepeuter zinloos was en heeft dus gewoon doorgehakt. Vaak is het onvermijdelijk dat de rechter beslist, de knoop doorhakt. Dan is het vonnis het machtswoord van de rechter, waarmee hij partijen bindt als door een wet.

Wat kan het zwaard van koning Salomo, die bovendien rechter was, en was begiftigd met goddelijke wijsheid, aan deze twee nog toevoegen. Bij de beschouwing van het verhaal in Koningen 3:16-28 valt allereerst op, dat Salomo het zwaard niet zelf opheft, maar aan zijn dienaren het bevel geeft: “Snijd het levende kind in tweeën...”. Hij geeft een bevel. Zijn macht is een woord en niet een daad, zoals de daad van Alexander de Grote. Zijn machtswoord legitimeert de daad van zijn ondergeschikten. Maar nu dat bevel. De opdracht om het levende kind in tweeën te snijden, terwijl het andere al dood was, ontbeert iedere wijsheid, voor zover het oogmerk van Salomo op de uitvoering van zijn bevel was gericht. Zijn oogmerk moet dus een ander zijn geweest. Dreiging? De dreiging met een koelbloedige moord om de waarheid aan het licht te brengen? Ik kan dat niet aanvaarden. In het oorspronkelijke ontwerp van ons Wetboek van Strafrecht werden alle misdrijven bedreigd met straf. Op advies van de neerlandicus prof. M. de Vries (bekend van de spelling De Vries en Te Winkel) werd dat dreigen eruit gehaald. Een overheid dreigt niet. Zij handelt of handelt niet, straft of straft niet, maar het is de overheid onwaardig om te dreigen.

Als Salomo niet heeft bedoeld te dreigen, wat kan dan de zin zijn geweest van dit geheven zwaard? Heel soms tijdens een rechtszitting wordt er een spanning in de zaal voelbaar, alsof de Waarheid binnentreedt, alsof verdere woorden ongesproken kunnen blijven, alsof Justitia persoonlijk de zon van haar gerechtigheid laat schijnen.

Zo'n heel bijzonder moment wordt gesymboliseerd in het machtswoord van Salomo en het geheven zwaard van zijn dienaar. Op dat wezenlijke moment zegeviert de waarheid van de moeder en verbleekt de leugen van de ander tot een onmenselijke frase: “Het zal noch van mij noch van u zijn, snijd het door”. Op dat moment is de macht van Salomo zo intens aanwezig, dat die de waarheid naar buiten brengt en de leugen ontmaskert. Op dat moment gaat macht over in gezag. Salomo's zwaard symboliseert voor mij het gezag van de rechter, de aanvaarding van zijn machtswoord. Zo zijn daar de latente aanwezigheid van het machtswoord (Damocles), het machtswoord zelf (Alexander de Grote) en de aanvaarding van zijn machtswoord (Salomo) die het beeld van de rechter bepalen.

Het is zaterdagmiddag en ik hoor de plof van de krant op de deurmat. Ik sla de advertentie-pagina's op om nog éénmaal goed naar het Justitie-logo te kijken. Tot mijn aangename verrassing zie ik een vrouw met een blinddoek en een weegschaal. Het zwaard ontbreekt. En zo hoort het ook! De rechterlijke macht heeft zich ten onrechte zorgen gemaakt.