'Je hebt in Amerika drie seconden geluk nodig'

Door een technische fout is zaterdag in een deel van de oplage het openingsverhaal in de voetbalbijlage onvolledig afgedrukt. Het artikel in kwestie, het ronde-tafelgesprek met Leo Beenhakker, Peter Bosz, Hans Kraay en Rik de Saedeleer, plaatsen we om die reden vandaag opnieuw.

Een trainer, een ex-trainer, een tv-commentator en een actieve voetballer - samen goed voor honderd jaar ervaring in het betaald voetbal. Half mei gingen ze in het Haagse Hotel des Indes met elkaar in debat over het hedendaagse voetbal. Gaat het nog wel goed met het moderne voetbal? Wat is de verklaring voor het Nederlandse fiasco tijdens het WK van 1990? Over de rol van Gullit, die toen nog deel uitmaakte van de Oranje-selectie. En wat mogen we verwachten van het aanstaande kampioenschap in de Verenigde Staten? Leo Beenhakker, Hans Kraay, Rik de Saedeleer en Peter Bosz namen aan de discussie deel. Het gesprek stond onder leiding van Hubert Smeets, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

In afwachting van Hans Kraay, enigszins verlaat door de avondspits, gebruiken de andere heren alvast een kopje parelhoenderbouillon met puntasperges. “Het is geen Vlaamse keuken, Rik, maar we doen ons best in dit landje.” Leo Beenhakker is de man van de wereld. Met één hand in de broekzak en een speenvarkenkoteletje in de andere hand strooit de oud-coach van onder meer Real Madrid met kwinkslagen. Peter Bosz vertelt hoe het dieet-regime van de Feyenoord-selectie tijdens trainingskampen vooral bestaat uit patat en ijs met slagroom.

Als Hans Kraay even later de Anna Pavlova-salon betreedt, begroet Beenhakker hem met de woorden: “Hans, ik wilde nog wachten met eten, maar Rik niet.” De nestor van het gezelschap reageert stoïcijns op het plaagstootje. Na een verkenningsronde voert de Belgische commentator het hoogste woord. Somber schildert hij de verloederde toestand van het moderne voetbal.

De Saedeleer: De voetbalmentaliteit is ten kwade veranderd. Er is een tijd geweest dat een doorgebroken speler niet werd gepakt door een verdediging. Als je nu ziet, nog voor je een bal krijgt word je geïntimideerd. Loopt men even tegen je op, krijg je een duwtje, word je vastgehouden. Als je de bal onder controle neemt, krijg je een tik. Draaf je vervolgens voorbij, dan probeert men je tegen te houden. Neerleggen wordt nu zwaarder bestraft, maar er is een tijd geweest dat het niks kostte. Die mentaliteit zal moeten veranderen. De grootste revolutie die we kunnen meemaken in Amerika is op het gebied van de arbitrage.

Bosz: De tijd dat iemand je passeerde en gewoon kon doorlopen, die tijd komt niet meer terug. Sinds je een rode kaart krijgt voor het neerleggen van een doorgebroken speler met een doelkans, gaan er weer spelers alleen op de keeper af. Maar vasthouden en dat soort kleinere zaken zal nooit meer veranderen, dat hoort erbij. De belangen in het voetbal zijn enorm groot geworden. Ik zeg niet dat men vroeger niet graag wilde winnen, maar dat lag toch anders.

Beenhakker: Je moet voetbal zien als een spiegel van de maatschappij. Er zijn nu dingen die twintig jaar geleden ondenkbaar waren. Je mag niet zeggen: de jonge voetbalgeneratie is verwend. Er is een ontwikkeling in alles in het leven, dus ook in het voetbal. Dat zwart-witte dingetje van nu rolt ook beter dan de leren knikker van vroeger.

Kraay: Peter, je hebt het over belangen. Die mentaliteitsverandering geldt toch niet alleen het professioneel voetbal, een amateur zal ook niet iedereen doorlaten?

Bosz: Nee, dat is inderdaad zo.

Beenhakker: Het spelletje zelf zit op slot. Jarenlang hebben we het voetbal methodisch uitgemolken: taktisch, trainingstechnisch. Een van de ontwikkelingen is dat je steeds minder tijd geeft aan tegenstanders. Een kortere dekking, vasthouden en blokkeren zijn het gevolg. Een normale ontwikkeling.

De Saedeleer: De institutionalisering van het georganiseerde anti-voetbal is begonnen in 1974. Het Nederlandse totaalvoetbal, waar iedereen zo enthousiast over was, heeft het speelveld gereduceerd tot veertig meter. Dat is tegen de geest van het voetbal in. Net als het aanvallend verdedigen van de Nederlanders. De sukkelaar van een tegenstander, waar die ook een bal kreeg, werd onmiddellijk aangevallen. Die moest snel wat doen en ondertussen was de buitenspelval alweer open gesteld. En als er eens iemand door was, dan werd hij vastgehouden of neergelegd. Omdat het allemaal zo mooi verpakt was, door het geniale van Cruijff en Rensenbrink, van Van Hanegem en Krol, vond iedereen totaalvoetbal fantastisch. Maar toen de genialen weg waren, in Argentinië in 78, is alleen het systeem nog in de finale gekomen. De man die het systeem had bedacht, zag het goed: voetbal is oorlog. Die resultaatgerichte mentaliteit heeft het voetbal geen goed gedaan.

Kraay: In 1974 stond toevallig een stel spelers op het veld met een bepaalde mentaliteit en kwaliteit. Bovendien liep daar ene Cruijff bij. Bagatelliseer dat laatste niet. Van Hanegem en Haan zeiden niets tegen Cruijff. Wat Cruijff wilde, gebeurde. En het paste goed samen. De 'slechte jongens' gingen over lijken. En het systeem klopte per ongeluk. Dat was helemaal niks bijzonders. Gewoon. Rep was een rechtsbuiten die naar binnen ging en Neeskens een rechtermiddenvelder die toevallig het gat in dook. Louter toeval, zo maar een keer ontstaan naar aanleiding van slechte resultaten in de oefencampagne. In 74 is er niks nieuws gebracht. Laat iemand mij eens uitleggen wat totaalvoetbal is. Die definitie is niet te geven. Kon Suurbier plotseling aanvallen? Elke voorzet was mis. Kon Rijsbergen aanvallen? Het was een elftal dat klikte.

Spelregelwijzigingen

De Saedeleer: Ik hoop dat de spelers in Amerika weer kunnen dribbelen, dat er proper gevoetbald kan worden. En bij twijfelachtige buitenspelgevallen moet er niet meer worden gevlagd. Televisiebeelden bewijzen dat het acht van de tien keer keer toch geen buitenspel is. Dat betekent veel meer kansen.

Beenhakker: Is dat nou zo? De Belgen gaan nog twintig meter verder achteruit voetballen. Die nemen geen risico. Ik ben het niet met je eens, Rik. Bij twijfelgevallen zeggen: laat maar waaien, daar zie ik niets in. Dan liever de buitenspelval veranderen of een andere manier van waarnemen.

De Saedeleer: Spektakel hangt af van tijd. In mijn tijd kreeg je de bal. Je stopte, je trok je broek op, en je kon een pass geven. Er was geen tegenstander in zicht. Tijd maakt dat je kan spelen. Als het speelveld vergroot wordt met twintig meter, dan krijg je meer spektakel.

Bosz: Het veld meet 100 bij 69 meter. Dat moet je ook optimaal benutten. Door met veel spelers naar binnen te komen, maak je het speelveld klein. Hou het breed en laat de vleugelspitsen aan de zijlijn staan. Daardoor creëer je veel meer ruimte.

Beenhakker: Nu zijn we afhankelijk van de goede wil en de filosofie van de coach. Er zijn nog een paar roependen in de woestijn - zoals wij domme Hollanders - die iets meer willen brengen dan alleen resultaatvoetbal. Negen van de tien trainers zeggen: 'Goedendag met je spektakel, bij bekervoetbal gaat het om overleven.' En dan kun je uren praten over een beetje meer bieden, maar bij een vroege voorsprong gaat de wedstrijd op slot. Via spelregelwijzigingen kan het spelletje opener en aantrekkelijker worden gemaakt. Dat zie je ook in andere sporten. De basketballers hebben de driemeterlijn gemaakt, de tennissers de tie-break en de volleyballers het rallypoint-systeem.

De Saedeleer: Er is nu een voorstel in de Verenigde Staten. Na drie overtredingen ga je eruit. Je mag vervangen worden door een andere speler. Na zeven overtredingen krijg je een vrije trap tegen op de rand van de halve cirkel van het strafschopgebied, zonder iemand ervoor. Denk eens wat een spektakel dat zou opleveren.

Kraay: Een speler die een ernstige overtreding begaat tien minuten er uit sturen. Als er in die periode twee keer wordt gescoord, zal zijn coach zeggen: dat moet je nooit meer flikken. Maar een van de aantrekkelijkheden van voetbal is ook de overtreding. Voetbal zonder overtreding is niks.

Het WK van 1990

Beenhakker: Ik stapte drie weken voor het WK binnen. Niet het meest ideale tijdstip. Ik borduurde voort op wat er stond. Met Van Aerle aan de rechterkant, Rijkaard in het midden, Van Tiggelen van binnen naar buiten spelend enzovoorts. Dat lag min of meer voor de hand, omdat het zo'n beetje de zelfde groep was als van het EK in Duitsland.

Kraay: Ik heb Leo meegemaakt bij het wereldkampioenschap in Italië. Ik ben altijd voetballer gebleven en dan ruik je bepaalde dingen. Ik kom tijdens de voorbereiding dat prachtige Joegoslavische kasteel binnen...

Beenhakker: Het zelfmoordkasteel.

Kraay: ... daar kwam een deken van ellende over me heen. Ik zag daar allemaal journalisten rondlopen. Ook journalisten die geen sportjournalisten waren. Die namen voetballers mee naar hun kamer en die moesten van alles. Toen dacht ik al: dit wordt niks. Dat voel je ook als je een elftal uit een bus ziet komen. Als je je hele leven in zulke bussen hebt gezeten, dan voel je of er spanning op een elftal zit. Vanaf het begin zat er niks op. Voor mij was het WK toen al gespeeld.

Beenhakker: Ik had die ervaring nog eerder. Op Schiphol werden we uitgewuifd door Hedy d'Ancona. Nog voordat we instapten zeg ik tegen Nol (assistent-coach Nol de Ruiter, red.): 'Wat is dit? Het is niet goed!' Dat gevoel heb je soms als speler en als trainer. Echt na tien minuten, je mag het Nol vragen. We liepen elkaar aan te kijken en zeiden: 'Dit is niet goed.' Zo waanzinnig belachelijk, we hebben vanaf dat moment zo slecht getraind, alles.

Kraay: Op het moment dat het Nederlands elftal aan het trainen was, voetbalden de journalisten op hetzelfde veld!

Beenhakker: Honderdduizend dingen bij elkaar braken ons op. Dat varieerde van het zelfmoordhotel in Joegoslavië tot een hotel in Italië waar alleen een veld bij was met twee in de grond vastgeheide voetbaldoelen. Hoe is het mogelijk! Als je wilt trainen dan moet je losse doelen hebben, zodat je kan klooien. Tussen paaltjes stond Van Breukelen te keepen. Die dingen ondermijnen de voorbereiding. Wat je dan nog kan proberen, dat is met name verbaal, lullen, lullen, lullen en werken, hard werken, minder werken. Dan gingen we maar bowlen en fietsen. Al snel was de groep niet meer aan de gang te krijgen.

Kraay: Het ergste vond ik dat een aantal spelers de publiciteit had verkocht. Een trainer van een nationaal team moet maar één ding aan zijn hoofd hebben en dat is het team. De persbijeenkomst en het reizen, daar hoort een manager op te zitten. Iemand die zegt: 'Mijne heren journalisten, opsodemieteren het is gebeurd.' Met zulke bewoordingen, dat is een orde die uitgaat van de organisatie.

Beenhakker: Ik heb elke dag op voorspraak van de heer Stolk (voorlichter KNVB, red.) persconferenties gehouden. Anderhalf uur elke morgen, een terugkerende frustratie. Dat is leuk een dag voor de wedstrijd en een dag na de wedstrijd. Maar vier dagen er tussendoor, op zo'n onbewoond eiland, is dat niet leuk. Dan gaat het dus niet meer over voetballen. Dan krijg je hele nare situaties waarin je dingen gaat omzeilen en niks meer zegt. En dat kweekt weer irritatie aan de andere kant.

Bosz: Als je zag hoe dat ging bij de Denen tijdens het EK in Zweden. Twee uur na de persconferentie liepen er nog spelers buiten met fotografen, dat was vrijheid blijheid.

Kraay: Maar soms werkt dat ook.

De Saedeleer: Dat heb je bij een ploeg die blij is dat ze er zijn.

Beenhakker: Als je drie weken bij elkaar in een hok gaat met zo veel individualisten, met zo veel persoonlijkheden, dan gebeurt er heel veel. Alle spelers hadden in Italië eigen belangen. Want de een had zijn column voor De Telegraaf, een ander voor Aktueel of Nieuwe Revu. En die zat bij Barend en Van Dorp en die zat daar. Dus op het moment dat we afspraken 'hier gaan we voor', dan lag het al buiten, kon je het de andere morgen al lezen. Dat hou je niet meer bij. We hebben het nu over twee dingetjes gehad. Maar ik heb nog 100 van die dingetjes. En al die dingen samen bepalen of je naar de kloten gaat of niet. We hebben geen ene reet gepresteerd, we hebben waanzinnig slecht getraind en waanzinnig slecht gespeeld. Tot de wedstrijd tegen Duitsland dan. Maar toen kwam de inspiratie van de andere kant. Dat was een kwestie van de krachten bundelen tegen de aartsvijand.

Kraay: Primair hoort het zo te zijn dat een bond standaardregels formuleert, waar elke speler zich aan heeft te houden. Anders kom je als coach kolossaal in de problemen. Alleen succes kan je dan nog overeind houden.

Beenhakker: Het is van mij gewoon een beoordelingsfout geweest, dat ik het gedaan heb. Ik heb er geen spijt van. Ik ga achteraf ook geen ach en wee roepen, maar de basis was verkeerd. Ik heb meer mijn hart laten spreken dan mijn verstand.

Kraay: Een identiek voorbeeld is wat er met PSV de laatste jaren is gebeurd. Spelers die over de trainer, de medespelers en de voorzitter hun mening zeggen, dat is toch godsonmogelijk. Nu zegt Van Breukelen: 'Dat hadden ze niet toe moeten staan.' Hij was nota bene zelf een van de exponenten die constant naar buiten trapten over PSV.

Bosz: Ik heb van Wim Jansen een heleboel dingen geleerd. Maar een van de belangrijkste dingen is dat je rust in de tent hebt. En je hebt alleen maar rust in de tent als er niks naar buiten komt. Ik zal als speler de zaken binnenskamers houden. Als ik over Van Hanegem allerlei zaken roep, gaan jullie vervolgens naar Van Hanegem die weer allerlei dingen over mij gaat roepen. Word ik daar beter van, wordt hij daar beter van?

Het journaille

Kraay: Nederland krijgt in Amerika weer een competentieprobleem. Gullit heeft een groot natuurlijk charisma, zeker voor de journalistiek. Hij trekt alle aandacht weer naar zich toe. Ik zeg niet bewust, maar het gebeurt wel. Het is de vraag hoe een aantal spelers van het Nederlands elftal, dat in zijn afwezigheid wat dominanter is geworden, daarop reageert.

Bosz: Dus is de coach heel belangrijk, want die moet dat proces sturen.

Kraay: Advocaat zegt voor de televisie dat hij alleen over het elftal praat met zijn twee aanvoerders, met Koeman en Wouters. Het zou voor het Nederlands elftal bijzonder aantrekkelijk zijn als Gullit alleen maar lekker vrij, blootweg wil voetballen.

Beenhakker: In 1990 zijn daar problemen over geweest. Gullit wil misschien lekker voetballen. Maar je hebt ook te maken met het randgebeuren. Gullit kwam in 90 net terug van een langdurige zware blessure, was eigenlijk nog niet 100 procent. Laat mij met rust, zei hij, ik ben blij dat ik hier ben en ikhoor wel van de trainer waar ik mijn werk moet doen. Alleen de pers en de hele goegemeente daaromheen accepteert zoiets niet. En uiteindelijk slaat dat weer terug op de groep. Dat heeft veel problemen gegeven.

De Saedeleer: Voor de rust van jullie spelers is de Nederlandse pers een ernstige handicap.

Kraay: Dat noemen ze journaille.

De Saedeleer: Wij Belgen zijn blij dat we naar Amerika mogen. Als ik iedere keer zie welke problemen bij jullie gecreëerd worden...

Kraay: Een groot aantal voetbaljournalisten is 'starkisser'. Het enige waar ze in geïnteresseerd zijn, is de banen openhouden naar de bron van de vedetten. De vedetten worden niet aangepakt. Veel journalisten hebben een eigen aanspreekpunt in het elftal.

Beenhakker: Het is heel veel waard in Nederland om het steeds maar wisselende geheime telefoonnummer van Gullit te hebben. Daar moet je wat voor doen als journalist.

Bosz: Natuurlijk beïnvloedt de pers voetballers! Op maandag kijkt iedere speler in de krant naar het cijfer wat hij heeft gekregen.

Kraay: De enige die van mij ooit bloemen heeft gehad - en niet met grote regelmaat - dat is mijn vrouw. Ik ken legio journalisten die zeer innige banden onderhouden met spelers. Daar word ik altijd een beetje naar van. Je denkt toch zeker niet dat Herman Kuiphof, Bob Spaak, Jan Cottaar of Frans Henrichs, indertijd in de kleedkamer of in de gang ging rondhangen om te horen wat een van die snotneuzen zei? Die voelden zich daar ver boven verheven.

Oranje in Amerika

Kraay: Mijn grote zorg van dit Nederlands elftal is, dat men coûte que coûte een systeem wil spelen waarvan ik me afvraag of onze spelers daarvoor wel zo geschikt zijn. Bij het Nederlands elftal zegt men: geen concessies, wij spelen 3-4-3. Ja, dan kan je niet Rijkaard en Wouters allebei opstellen. Nederland zat groots in de problemen tegen Tunesië. Bij elk dieptepassje op het middenveld was Nederland vier voorhoedespelers kwijt: Blinker, De Boer, Overmars en Bergkamp. Dat kan internationaal niet, dat hoef je tegen de Belgen niet te doen. De Belgen spelen geen systeem, de Duitsers ook niet. Want een man achter erbij zetten kan mijn oude opoe ook. De Duitsers spelen met vijf man achter, vier man op het middenveld en één spits. Drie van die grote boerenlullen in het centrum, dat is toch geen systeem? Eén spits wordt de trend: België, Duitsland, Nigeria. Nigeria speelt Europeser dan welk Europees land, dat maakt ze gevaarlijk. Het Nederlands elftal wil het Ajax-systeem kopiëren. Ajax speelt weer simpel het stopperspilsysteem. Alleen wordt het magische vierkant niet gevormd door twee binnen- en twee halfspelers, het is een kwartslag gedraaid. Dat is alles.

Beenhakker: Het is een ruit geworden. Ajax heeft vier potentiële aanvallers binnen zijn elftal spelen.

Kraay: Maar in plaats van Litmanen, een middenvelder, stelt Oranje Bergkamp op, een voorhoedespeler. Daar ligt een van de grote problemen van het Nederlands elftal: een onderbezet middenveld. Litmanen is altijd middenvelder geweest, doet defensief dus zijn werk. Bergkamp heeft een defensief vermogen van nul, hij weet helemaal niet wat defensief is.

Bosz: Bergkamp heeft vroeger toch ook op die manier bij Ajax gefunctioneerd?

Kraay: Okee, maar of je met Ajax speelt in de Nederlandse competitie of je speelt in het Nederlands elftal tegen Brazilië, Argentinië of tegen West-Duitsland met vijf verdedigers achterin. Bovendien: wat zijn dan de internationale successen, de grote overwinningen van dit Ajax geweest? De Uefa-Cupzege tegen Torino? Tegen Torino is alles misgegaan wat er maar mis kon gaan.

Beenhakker: En de Wim Jonk van nu - het zal me niet in dank worden afgenomen - dat is niet de Jonk van 89. Bovendien als je met Bergkamp speelt als vierde middenvelder of vierde spits, dan moet je met een type Wouters in zijn rug spelen. Of met een extra middenvelder.

Kraay: Het is altijd moeilijk om over het Nederlands elftal te praten, want dan ben je onmiddellijk een betweter. Iedereen zegt altijd: 'Wij spelen zo vooruit.' Onzin. Koeman is het prototytpe van een man die ver achter zijn verdediging speelt. Hij dekt zijn mandekkers heel diep. Dat heeft hij ook nodig. Maar door zijn mobiliteit in balbezit en de manier waarop hij passt, is er geen betere. Nederland werd Europees kampioen met fantastisch aanvallend voetbal, beweerde iedereen. Nederland werd Europees kampioen met slechts één spits: Van Basten.

Beenhakker: Juist!

Kraay: Vanenburg speelde middenvelder en linksbuiten speelde Erwin Koeman. Links op het middenveld Mühren en centraal speelde Wouters. In de mandekking Rijkaard en Van Tiggelen en ergens rechts in de zone speelde Van Aerle. Gullit had een vrije rol. Een middenveld met vijf mensen! Dit systeem zou Nederland nu weer wonderbaarlijk goed passen. Ik zou Bergkamp in de spits opstellen en Gullit een vrije rol geven. Ik speelde met Richard Witschge, maar die is niet geselecteerd, en aan de rechterkant met Aron Winter. Met Bergkamp, een fitte Gullit, Wouters en Koeman heb je een formidabele as.

De Saedeleer: Dat is meer dan talent hè, dat is de balans. Je hebt soldaten. Je hebt de man die de beslissende voorzet geeft. En je hebt de man die op tijd vertrekt. Nederland kan veel kiezen.

Kraay: Op het moment dat hiërarchie wordt opgelegd is het mis. De hoogste vorm van discipline was bij de vrijbuiters in 74. Want al die mensen met die hele grote mond waren onderdanig. Cruijff hoefde maar te knikken en het gebeurde.

De Saedeleer: Mijn bijnaam was Napoleon. Ik praat nog altijd veel. De trainer mag dan langs de lijn staan roepen om zich af te reageren, het is de speler in het veld die moet aanpassen en zeggen: 'Jij een beetje meer daarop spelen.'

Kraay: Bij Feijenoord hebben ze geen baas op het veld.

Bosz: Ik vind dat jullie de rol van de trainer te veel wegdrukken. De trainer heeft een hele belangrijke rol. Misschien door soms een stapje terug te doen en juist een speler belangrijk te maken. Inderdaad heeft Feyenoord niet zo'n grote speler die de leidersrol op zich neemt. Er zijn er wel die het proberen, maar dat werkt dus niet omdat ze niet goed genoeg zijn als voetballer.

Kraay: De rol van de trainer wordt steeds groter hoe matiger zijn elftal is. Toen ik bij Feijenoord voetbalde was Fuchs trainer. Wij speelden met het middenveld Wauters, Bennaars, Kreijermaat en Klaassens. Een prachtig vierkant op het middenveld, zat goed in elkaar. Bouwmeester in de spits was nog luier dan het paard van Christus, die liep helemaal niet. Die Fuchs hield voor de wedstrijd een praatje en dan bleven wij zitten in de hotelkamer. We hadden een voortreffelijke aanvoerder, Gerard Kerkum. Die zei dan: 'Jongens hoe gaan we het doen? Dat is de kwaliteit van een volwassen ploeg. Een sterke trainer zou met dat elftal minder resultaat hebben gehad.

Beenhakker: De natuurlijke rangorde is niet op te leggen. Je kan niet zeggen: 'Volgend jaar is Vanenburg de leider.' Dat is een falikante miskleun, dat is godsonmogelijk.

Kraay: Platini was de baas, Maradona, Di Stefano.

Bosz: Bij Ajax zou ik het niet weten.

Kraay: Daar heb je dus ook een probleem bij Ajax.

Wereldkampioenschap 94

Beenhakker: Ik verwacht een behoudend toernooi, net als in Italië waar een wedstrijd vaak pas na een doelpunt een beetje open werd. Voor mij is Duitsland favoriet nummer één, simpelweg omdat ze fantastische toernooivoetballers zijn. Ze hebben het vermogen slecht te spelen en toch te winnen.

De Saedeleer: Ik verwacht dus een ander WK via de arbitrage. Als het werkelijk zo is dat er zuiver gespeeld wordt, dan denk ik dat de technisch hoogstaande ploegen meer kans krijgen. En dan denk ik niet alleen aan Brazilië en Bolivia, maar zelfs aan Nigeria en Colombia. Argentinië valt weg.

Kraay: Ik heb veel vertrouwen in het Nederlands elftal. Als ze niet met te veel aanvallers spelen kan Nederland heel hoog eindigen. Favoriet zijn ook Brazilië, al zijn ze mentaal niet zo erg sterk, en Duitsland, op het goede moment altijd aanwezig. Een gevaarlijke outsider is Bulgarije. Dat heeft veel talent, maar ook veel ruzie. En toch Italië, omdat ze vanuit een zware defensie spelen. De defensieve ploegen zijn in het voordeel in Amerika. Ik ben een voetballiefhebber. Als Nederland geen kampioen wordt maar een fantastisch Brazilië, prima. Als er een ploeg kampioen wordt die voetbalt met vijf man achter en vier man op het middenveld en één spits, en echt defensief met

1-0, 1-0, 1-0 wint, dan hoeft het voor mij niet.

Bosz: Ik verwacht niet dat er een grote speler op zal staan à la Maradona. Duitsland is voor mij veruit favoriet. Ze presteren altijd goed. Hoewel ze waarschijnlijk niet in de finale komen, reken ik op veel leuk combinatievoetbal van Colombia. Ook hoop ik dat Brazilië ver komt. Italië is een outsider. Mijn opstelling voor het Nederlands elftal wil ik niet noemen. Er zitten vijf jongens van Feyenoord in de selectie en ik zou ze niet allemaal opstellen.

Kraay: Heb ik Feijenoorders opgesteld? Nee. Heel belangrijk is dat Dick Advocaat en Rinus Israel voetballer zijn geweest. Ook speelt een rol dat Gullit, Koeman, Wouters en Rijkaard hun laatste grote toernooi spelen. Dat moet je niet onderschatten. Het zijn trotse mensen.

De Saedeleer: Geld is op dat niveau geen motivering. Dus de beste motivering is ambitie. Daarom hebben wij in België nooit kunnen begrijpen dat Nederlandse spelers afzegden voor de nationale ploeg. Bij ons willen ze sterven om bij de selectie te zijn.

Kraay: De trots van de vedette van het Nederlands elftal. Het was in Italië in 1990 een kruiwagen vol met kikkers. Als je de ene er weer in gooide, dan sprongen er aan de andere kant twee uit. Het waren geen doelbewuste intriges, maar het groepsproces klopte niet. Nog een factor was de dominantie van Rinus Michels, die daar nog aanwezig was. Zo is het in Amerika van belang dat de geest van Cruijff in de fles blijft.

De Saedeleer: En je hebt in Amerika drie seconden geluk nodig.

Kraay: Zonder mazzel word je geen wereldkampioen. Geluk speelt een veel te grote rol. Laten we toch heel eerlijk zijn, Onze Lieve Heer heeft zich in die twee wedstrijden tegen Engeland alleen maar om het Nederlandse elftal bekommerd. -----------------------------------------------------------------------

Peter Bosz voetbalt vanaf zijn vijfde in clubverband. Hij stond bij Vitesse, RKC en het Franse Toulon onder contract, voordat hij in 1991 overging naar Feyenoord. De middenvelder werd diverse malen geselecteerd voor het Nederlands elftal en speelde zes interlands. “De tijd dat iemand je passeerde en gewoon door kon lopen, die tijd komt niet meer terug.”

Leo Beenhakker, generatie- en stadgenoot van Wim Jansen en Jan Boskamp, besefte al jong dat hij als voetballer nooit de top zou halen. Hij richtte zich daarom 'via de bank aan de zijkant' op het begeleiden en trainen van meer getalenteerde spelers. Was onder meer coach van Ajax, Real Madrid en het Nederlands elftal, en recent bij het nationale team van Saoedi Arabië. “Het spelletje is taktisch volledig uitgemolken.”

Rik de Saedeleer 70, geboren op honderd meter van het stadion van Racing Club Mechelen, voetbalde jarenlang in de hoogste klasse van het Belgisch voetbal. Speelde één A-interland. Sinds 1955 in dienst bij de BRTN. Aanvankelijk alleen als regisseur, later ook als tv-commentator van voetbalwedstrijden. De Saedeleer begint in de Verenigde Staten aan zijn negende wereldkampioenschap. “De sport is voor mij een passie en ik heb medelijden met de mensen die de passie niet kennen.”

Hans Kraay, 57 is al veertig jaar actief in het betaald voetbal. Hij debuteerde als zestienjarige in het eerste van DOS, speelde later stopperspil bij Feyenoord en Oranje (acht interlands) en is de enige trainer die zowel bij Ajax, PSV als Feyenoord werkte. Kraay is momenteel verbonden aan de spelersvakbond VVCS en geeft voetbalcommentaar bij Eurosport. In de auto schaakt hij blind met elftallen en systemen. “Het enige goede boek over voetbal is dat van Machiavelli.”