Italie; Grote overwinning voor Berlusconi

ROME, 13 JUNI. De Europese verkiezingen zijn in Italië een triomf geworden voor premier Silvio Berlusconi, die zijn steun met bijna vijftig procent zag stijgen. Zijn twee belangrijkste partners in de rechtse alliantie verloren ieder licht.

Berlusconi's partij, Forza Italia, steeg van 21 procent bij de parlementsverkiezingen eind maart naar 30,6 procent. “De Italianen willen veranderingen, en wij zijn de garantie daarvoor,” zei Berlusconi in een reactie op de eerste uitslagen.

Met deze uitslag hebben de Italiaanse kiezers hun keuze bevestigd om de vernieuwing, na een halve eeuw christen-democratische macht, toe te vertrouwen aan een rechts kabinet en, uitdrukkelijker dan in maart, hun vertrouwen uitgesproken in Berlusconi. De winst voor Forza Italia compenseert ruim het verlies voor de neofascistische Nationale Alliantie (0,9 procent) en de federalistische partij Lega Nord (1,7 procent). Bovendien heeft de grootste oppositiepartij, de ex-communistische Democratische Partij van Links, verder terrein verloren. Zij kwam uit op 19,1 procent, een verlies van 1,2 procent in drie maanden.

De Europese verkiezingen bevestigden nog eens de ingrijpende politieke veranderingen onder invloed van de corruptie- en mafiaschandalen. Vijf jaar geleden had de christen-democratische partij nog 32,9 procent van de stemmen. Haar opvolger, de Italiaanse volkspartij, haalde nu tien procent, een procent minder dan in maart.

De enige andere winnaars naast Berlusconi waren de Groenen (met 3,2 procent een halve procent winst ten opzichte van maart, maar drie procent verlees vergeleken met vijf jaar geleden) en de communistische hardliners, die hun ruim zes procent bevestigden.

Binnen twee partijen kunnen de verkiezingen tot een interne crisis leiden. De verdere achteruitgang van de PDS vergroot de pressie op partijleider Achille Occhetto om af te treden en de rol van oppositieleider over te dragen aan iemand die een nieuwer links vertegenwoordigt.

Ook Umberto Bossi van de Lega Nord staat onder druk. Hij was jarenlang de onbetwiste leider van de Lega, maar de achteruitgang wordt gezien als een teken dat veel kiezers zijn provocerende opstelling niet delen.

Na de eerste exit polls haalde Bossi hard uit naar zijn bondgenoten. Hij beschuldigde tv-magnaat Berlusconi van manipulatie en zei dat de Lega ook de “zwarte golf” wil stoppen van de neofascisten, voor wie in de exit polls nog een lichte winst werd voorspeld. Bossi's coalitiegenoten, die zich vaak aan zijn gedrag hebben geëergerd, hebben gezegd dat hij nu een toontje lager moet zingen, maar de Legaleider kondigde gewoontegetrouw aan niet te zullen buigen. Zondag wil de Lega op een massale partijbijeenkomst haar strategie voor de komende maanden ontvouwen.

Gianfranco Fini van de Nationale Alliantie zei dat de uitslag duidelijk heeft gemaakt dat de kiezers zich niet hebben laten afschrikken door de polemieken over neofascisten in het kabinet. “De Italianen hebben laten zien dat ze heel wat verder zijn dan veel commentatoren,” zei Fini.

De opkomst bedroeg 73,7 procent, een daling van acht procent vergeleken met de vorige Europese verkiezingen.