Hoezo, Europarlement

TERWIJL DE Oostenrijkers gisteren in groten getale naar de stembus trokken om voor toetreding tot de Europese Unie te stemmen, brachten de reeds toegelatenen tegelijkertijd tot uitdrukking dat het ene Europa hen overwegend onverschillig laat. De verkiezingen voor het Europese Parlement zijn vooral de verkiezingen van de niet-stemmers geworden. Bijna in alle landen viel de opkomst tegen, hoewel nergens de kiezers het zo massaal hebben laten afweten als in Nederland. Wat dat betreft hebben ambassadeurs en politici heel wat uit te leggen aan het buitenland.

Of de extreem lage opkomst hier ook iets zegt over de 'Euro-gezindheid' van de Nederlanders valt overigens te betwijfelen. Het 'met de voeten stemmen' zoals bijna 65 procent van de Nederlandse kiesgerechtigden afgelopen donderdag heeft gedaan door thuis te blijven, was niet het resultaat van een breed gevoerd debat over Europa. Verkiezingsmoeheid en een waardeoordeel over het nut van het Europese Parlement zijn waarschijnlijk doorslaggevender geweest. In de lidstaten waar wel sprake was van een hoge opkomst (afgezien van de landen waar een stemplicht geldt) waren het in het bijzonder nationale factoren die de Europese verkiezingsstrijd beheersten.

En zo is het beeld van de uitslag van de vierde rechtstreekse verkiezing van het Europese Parlement net zo grillig als Europa zelf. Een Europese winnaar of verliezer is er niet. De verlies- en winstrekening kan slechts per land worden opgemaakt. In de Bondsrepubliek Duitsland waren de verkiezingen de opmaat voor de nationale verkiezingen dit najaar. Getuige de uitslag kan bondskanselier Kohl zich een tevreden mens tonen. In Spanje velden de kiezers een vernietigend oordeel over de regering en de partij van premier González, terwijl de Britten hetzelfde deden over hun premier Major. Bij de Fransen wordt vooral gesproken over het verlies van de socialistische presidentskandidaat Rocard.

DE OPTELSOM VAN de afgelopen donderdag en gisteren gehouden nationale 'opiniepeilingen' leidt tot een Europees Parlement waarbij de socialisten de grootste groepering lijken te blijven, gevolgd door de christen-democraten. Hoe de verhoudingen precies zullen liggen wordt pas duidelijk als alle deelnemende partijen zich in het Europese Parlement gegroepeerd hebben. Waarmee direct al weer wordt aangeven wat voor een vreemdsoortig instituut het huidige Europese Parlement nog is. De mensen die hun stem uitbrachten op een CDA-vertegenwoordiger weten niet of de Nederlandse delegatieleden straks in het Europese Parlement één fractie zullen vormen samen met de Britse Conservatieven en de vertegenwoordigers van Berlusconi's Forza Italia. Maar ook D66, dat vroeger nog wel eens duidelijkheid voorafgaand aan verkiezingen bepleitte, weet nog niet of de samenwerking in de Europese liberale fractie wordt gecontinueerd.

Anders gezegd, als Europarlementariërs klagen over gebrek aan belangstelling en waardering, ligt dat voor een belangrijk deel aan hen zelf. Natuurlijk heeft het parlement te maken met een gebrek aan bevoegdheden, wat ten koste gaat van het gezag. Terwijl het Verdrag van Maastricht het parlement over meer zaken zeggenschap heeft gegeven, is de belangstelling voor datzelfde parlement bij de Europese burger afgenomen. Dat is toch iets dat de straks 567 afgevaardigden te denken moet geven. Het parlement is er niet in geslaagd gezag te verwerven.

HET VRIJE VERKEER van burgers heeft niet geleid tot files bij de stembussen. Meer macht waardoor het Europese Parlement uitgroeit tot een volwaardige volksvertegenwoordiging is al snel de reactie van de parlementariërs. Maar na deze verkiezing is de vraag nog klemmender wat voor Verenigd Europa er eigenlijk moet komen - een vraag die in 1996 aan de orde komt als het Verdrag van Maastricht wordt geëvalueerd. In de kern gaat het daarbij om de klassieke discussie over een Europa dat federaal dan wel intergouvernementeel moet worden bestuurd. Als een Europees Parlement voor het eerste staat, kan na de verkiezingen geconcludeerd worden dat de federalisten de komende tijd heel wat uit te leggen hebben.