Het nieuwe doodgaan trekt volle zalen

UTRECHT, 13 JUNI. De interesse voor het nieuwe doodgaan is groot. Volle zalen met mensen die op zoek zijn naar nieuwe eigentijdse rituelen rond de dood en zich willen bekwamen in de 'kunst van het afscheid nemen'.

Nu eens zijn het de Raad van kerken en het Humanistisch Verbond in Amsterdam die ruimten en mensen beschikbaar stellen voor minder gestandaardiseerde uitvaartplechtigheden, dan weer vragen Terebinth, de vereniging tot herstel van zorg rond dood en rustplaats of de kunstenaarsstichting Memento (niet-traditionele grafbeelden) om aandacht. Zaterdag presenteerde een negenhoofdige initiatiefgroep zich in Utrecht om mensen ervan te overtuigen daadwerkelijk over de dood na te denken, nog voordat zij daarmee geconfronteerd worden.

Propvol was het in het wetenschapscentrum van het Humanistisch Verbond in Utrecht en in de Janskerk waar informatie werd gegeven over het timmeren van doodskisten, hakken van grafstenen en weven van lijkwaden. Naast deze informatie waren er ook sprekers aangetrokken die allen pleitten voor meer ceremonie rondom de dood.

Vaak gaat een crematieplechtigheid veel te snel, vindt initiatiefneemster mevrouw M. Borghstijn. Als voorbeeld noemt zij de uitvaart van haar eigen oom. “Het was in twee minuten klaar. Even klinkt Vera Lynn met haar We'll meet again, dan zakt de kist en is het voorbij. We schamen ons tegenwoordig voor onze tranen en durven ons verdriet niet te laten zien. Rituelen boeien ons niet meer want daar zijn we te individualistisch voor geworden. Wat we eigenlijk missen is het theater van de kerk, ook al hebben haar uitvaartrituelen een wel erg vastgelegd, traditioneel karakter”.

Borghstijn meent, evenals uitvaartondernemer en filosoof, David Elders, dat een esthetisch verantwoorde ceremonie waardoor de dode geholpen wordt bij 'de reis naar een nieuw bestaan' van groot belang is. Bij een uitvaartplechtigheid is volgens Elders veel meer mogelijk dan de klant weet. Want voor wie is de uitvaart eigenlijk? Voor de overledene of van de nabestaanden. Of voor de commercie, want “je moet tegenover een uitvaartondernemer wel heel sterk in je schoenen staan, als je een andere vorm van plechtigheid wil”.

Als funerair historicus vindt de heer H.I. Kok, ooit verkoper van rouwartikelen in Enschede en schrijver van het boek Geschiedenis van de laatste eer, het al een hele verbetering dat vorige week besloten is dat crematie-as vrij verstrooid mag worden. Mar daar moeten wel strenge regels aan verbonden worden, vindt Kok, om te voorkomen dat zich hier Amerikaanse toestanden voordoen. Zoals die nabestaande die van de as van de overleden echtgenoot pillen liet maken om er daarvan elke dag één in te nemen. Met het doel de overledene nog dagelijks in je midden te hebben.

Kok meent dat het Victoriaanse taboe op de seksualiteit in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vervangen is door het taboe op de dood. “Alles wat daarmee heeft te maken, is weggestopt. Rouwceremonies op straat zie je helaas niet meer. Vroeger was alles wat met de dood te maken had, lang van te voren en tot in de perfectie geregeld. Maar nu? Nu zie je al die begrafenissen 'in stilte' die wel een heel slechte start voor de rouwverwerking zijn”.

“In mijn leven heb ik de beker van bittere belevenissen helemaal moeten leegdrinken”, zegt de therapeute R. Zeylmans van Emmichoven. Na die ervaring werd zij rouwtherapeute en legde zich toe op de wake bij mensen die net overleden maar nog niet begraven zijn. “Vanzelfsprekend moet zo'n dodewake thuis plaatshebben. Niets is natuurlijker dan thuis te zijn opgebaard. De nabestaanden hebben behoefte aan kwaliteit in die laatste dagen voor de crematie of begrafenis. Daar horen bloemen bij - uitgebloeid of verwelkt, dat maakt niet uit. Let vooral op de handen van de overledene. En op zijn gezicht. Het kan zijn dat daaruit langzaamaan alle vermoeidheid is weggetrokken. Aan de gestorvene zou je ook een verhaal kunnen voorlezen. Bijvoorbeeld uit de bijbel. Geen detective, dat lijkt me minder geschikt. Daar heeft de dode geen belangsteeling meer voor. Niet te veel kaarsen. Twee aan het voeteneinde in genoeg. Kijk maar naar de vlam die zich offert en opbrandt in het vuur. Zo ga je de grens over van een andere vorm van zijn. En daar moeten we uiteindelijk allemaal naar toe.”