Groot-Brittannie; Labour lokt steeds meer Tory-kiezers weg in het zuiden

LONDEN, 13 JUNI. Labour ontpopt zich in Groot-Brittannië als de regering in spe. Niet sinds de jaren zestig heeft de partij in het welvarende en Conservatief stemmende zuiden zo'n aantrekkingskracht gehad op de kiezers. Voor de Conservatieven van John Major is dat de bedreigendste conclusie uit de (voorlopige) uitslag van de Europese verkiezingen.

Die leverden, dank zij het kiesstelsel van eerste-over-de-streep, voor het Major-kamp niet zo'n desastreus zetelverlies op als in peilingen was voorspeld, maar in het Europees Parlement zijn de Britse Conservatieven gereduceerd tot een splinterpartij (16 zetels bij laatste telling en een verlies van 13).

De partij mag misschien niet eens meer meedoen met de christen-democraten, terwijl Labour met tot nu toe 55 zetels van de 87 (een winst van 11) een gooi kan doen naar de positie van socialistisch fractieleider in Straatsburg. De Liberale Democraten hebben voor het eerst ten minste twee afgevaardigden naar het Europees Parlement. Rond het middaguur was nog onbekend wie de overige zetels in de wacht had gesleept.

Vroegere Tory-stemmers zijn net als in de lokale verkiezingen een maand geleden niet uitgeweken naar de Liberale Democraten, maar rechtstreeks overgestoken naar het Labour-kamp. De sympathie voor de partij na de dood van Labour-leider John Smith en het vooruitzicht dat de algemeen acceptabele Tony Blair hem gaat opvolgen als leider, hebben tot die winst bijgedragen.

Labour had bij een laatste telling 45 procent van de uitgebrachte stemmen. De regerende Conservatieven trokken een magere 28 procent en de Liberale Democraten zagen hun stemmenaandeel vallen tot 16 procent. De Groenen, in 1989 bij de Europese verkiezingen de verrassende trekpleister voor 15 procent van de kiezers, bleven vanmorgen steken op 3 procent.

In Conservatieve gelederen betekent de uitslag paniek, zij het niet blinde paniek. Nu het zetelaantal niet is gevallen tot de gevreesde 10 of minder, is de druk op Major om de eer aan zichzelf te houden en op te stappen verminderd. Maar vooral de Conservatieve Lagerhuisleden die in 1992 met een kleine meerderheid in hun kiesdistrict naar Westminster zijn afgevaardigd, hebben alle reden zich zorgen te maken over de vraag of ze hun baan nog lang zullen houden. Zo'n massaal overlopen naar Labour en zo'n historisch lage aanhang betekent dat hun leider in hun ogen “iets” moet doen.

Vanmorgen rolden de coryfeeën van links en rechts al over elkaar heen in hun haast de ideale oplossing aan te dragen. Over één ding waren ze het eens: de net verhoogde belasting moet zo snel mogelijk weer omlaag en de premier moet “zijn gezag herstellen”. Zeker is dat een herschikking van het kabinet, gebruikelijk tegen het zomerreces, aanstaande is.

Maar zal Major gehoor geven aan de Eurosceptici in zijn partij, die zeggen dat zijn Euroscepsis uit de verkiezingscampagne nog ernstiger zetelverlies heeft voorkomen? Of zal hij zijn belofte aan de Eurofielen gestand doen en de niet-loyalen op rechts in zijn kabinet de laan uitsturen en een constructievere toon proberen aan te slaan in Europa? Partijvoorzitter Norman Fowler wist vanmorgen de oplossing, maar hij praat tegen dovemansoren: “We moeten de indruk geven dat we met zijn allen voor hetzelfde staan.”

Eén glimpje optimisme kan de premier putten uit het feit dat de gepeilde aanhang van 28 procent een stijging van 1 procent betekent vergeleken met een maand geleden. Hij zal dus proberen aan te voeren dat het dieptepunt van onpopulariteit is gepasseerd en dat nu alleen het economisch herstel nog tot de kiezers moet doordringen.

De partijleiding probeert aan te voeren dat de uitslag zo slecht is omdat tweederde van de kiezers is thuisgebleven. Die redenering gaat echter niet op: zelfs daar waar de Tories hun zetel hebben vastgehouden, is hun meerderheid sterk teruggebracht. En Labour kreeg gemiddeld drie keer zoveel nieuwe aanhang als het nodig zou hebben om de nationale verkiezingen te winnen.