Griekenland; Terugslag voor de twee grote partijen

ATHENE, 13 JUNI. Er valt lang over te twisten wie de grootste verliezer is van de Griekse Euroverkiezingen: de regerende, socialistische PASOK, die maar liefst negen procent verloor van de 47 die ze bij de parlementsverkiezingen van oktober '93 behaalde, of de conservatieve oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND), die geen van al deze verloren stemmen wist binnen te halen en zelfs terugliep van 39 tot 33,5 procent.

Minder onduidelijk is wie de grote winnaar is: de nog geen jaar oude ultranationalistische partij Politieke Lente, die haar percentage bijna verdubbelde tot 8,6. Zelf had zij gehoopt op 10, maar ook na dit resultaat kwamen op de televisie kopstukken aan het woord die voorspelden dat de jonge partijleider, Andonis Samaras, rechtstreeks op het premierschap afstevent in een meteoorachtig tempo. Er werden vergelijkingen getrokken met de PASOK van Andreas Papandreou, die in 1974 nog slechts dertien procent kreeg en in 1981 48. Volgens Samaras is de groei van zijn partij een reactie op het cliëntèle-systeem waarmee beide grote partijen elkaar aftroefden, maar waar de kiezers nu genoeg van hebben gekregen.

Meer dan verdubbeld, tot zes procent en daarmee gered, werd de Alliantie van Links en Vooruitgang, terwijl ook de communisten met hun zes procent winst boekten. Een zeer groot aantal kleine partijen, van milieugezind via jagers en vissers tot en met ultra-rechts, boekten ook veel meer stemmen dan verwacht en dat gold ook voor de 'Democratische Vernieuwing' van de algemeen gerespecteerde Kostis Stefanopoulos die al in 1984 uit de ND trad, maar ook hij bleef net onder de drempel van drie procent.

De PASOK en de ND roepen nu om het hardst dat Euroverkiezingen geen graadmeter zijn omdat ze de kiezers de gelegenheid geven om “te spelen met de kleine partijen”. Het bestuur van het land stond immers niet op het spel. Er wordt verwezen naar 1981, toen de PASOK aan de regering kwam met 48 procent, maar bij de gelijktijdig gehouden Euroverkiezingen slechts 41 procent haalde.

Hoeveel waarheid dit ook moge bevatten, de uitslag vormt een enorme terugslag voor beide grote partijen, die zich alleen kunnen troosten met de tegenslag voor de ander. Premier Papandreou kan met zijn royale meerderheid in het parlement, door middel van een al aangekondigde regeringswijziging, vlak na de Eurotop op Korfoe eind juni, de indruk geven dat allerlei ministers de schuld waren, maar de grote economische beslissingen moeten nog worden genomen en die zullen, bij de naderende in werkingtreding van het cohesieplan met de Europese Unie, niet populair kunnen zijn.

Voor ND-leider Evert, in november jongstleden met grote meerderheid aangewezen, wordt het nog moeilijker, al gaan er in zijn partij stemmen op hem na deze nederlaag niet meteen naar huis te sturen zoals voetbalclubs dat met hun trainers soms doen. Minister van binnenlandse zaken Tsochatzopoulos wees intussen trots op de zeer hoge opkomst van ruim zeventig procent, waaruit is gebleken hoe Europees en hoe politiek rijp de Grieken zijn. Maar dit hangt ongetwijfeld vooral samen met de hier nog geldende opkomstplicht en met het algemeen heersende besef dat men bij wegblijven paspoort en rijbewijs kan kwijtraken.