Frankrijk; Nationalisten en populisten winnen

PARIJS, 13 JUNI. Nationalisme en populisme zijn de winnaars in de Franse aflevering van de Europese verkiezingen. De meeste pro-Europese lijsten boekten teleurstellende resultaten. De socialistische score van minder dan 15 procent werpt vragen op over de kansen in 1995 van Michel Rocard als presidentskandidaat van links.

In het regeringskamp was het de dissidente lijst-De Villiers (voor een Europa van zelfstandige naties) die met 12 procent de moeizame eenheid van de coalitie-partners RPR en UDF verstoorde. Met 25,5 werd de gezamenlijke lijst onder leiding van Dominique Baudis weliswaar de grootste, maar bij het begin van de campagnes werd in de peilingen 40 procent gehaald.

Op links was het succes van de zakenman Bernard Tapie het grootste nieuws. Ondanks problemen met zijn voetbalclub Olympique Marseille en een reeks van rechtszaken wegens onduidelijke zakelijke transacties haalde Tapie als lijsttrekker van de Linkse Radicalen 12 procent. In Marseille, de stad waar hij burgemeester hoopt te worden, werd Tapie met ruim 30 procent de grootste.

Een tevreden Jean-Marie Le Pen (Front National) sprak van het “echec van de gevestigde politieke partijen”. Met zijn 10,6 procent hield de extreem-rechtse stroming in Frankrijk goed stand, al werden de records van de Europese verkiezingen van '89 (11,8 procent) en de gemeenteraadsverkiezingen van '92 (13,9 procent) niet geëvenaard.

Gezien de overeenkomsten tussen de programma's van De Villiers en Le Pen moet volgens sommige commentatoren worden vastgesteld dat uiterst rechts 23 procent heeft gehaald. De Villiers heeft net de toon van vreemdelingenhaat vermeden die handelsmerk van Le Pen is, maar anti-Brussel zijn zij beiden. De Villiers eiste gisteren heronderhandeling over het Verdrag van Maastricht.

De verhouding van Frankrijk tot de Europese Unie is gedoemd gereserveerder te worden. Het succes van De Villiers is des te pijnlijker omdat, onder druk van zijn opkomst, de reguliere lijst van de regeringscoalitie alle federalistische elementen uit de campagne had geschrapt. Lijsttrekker Baudis, van oudsher sterk pro-Europees, heeft een steeds kritischer en nationalistischer toonzetting gezocht.

Europa kan rekenen op een Frankrijk dat veel nadruk zal leggen op nationale parlementen en bevoegdheden van regeringen, ten koste van de Europese Commissie en het parlement in Straatsburg. De regelrechte nederlaag van de socialistische lijst-Rocard, die overtuigd pro-Europees sprak, kan dat effect alleen maar versterken.

Enige uitzondering op deze tendens is het succes-Tapie: de radicalen pleitten openlijk voor federale oplossingen in Europa. Waarschijnlijk heeft de populaire tv-persoonlijkheid van de lijsttrekker meer bijgedragen tot de overwinning dan dit onderdeel van het programma. Tapie maakt er geen geheim van dat zijn campagne vooral een proefvoorstelling was voor zijn ambities in Marseille.

Voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar zijn de kaarten nog allerminst geschud. Premier Balladur, de motor achter de vereende coalitie-lijst bij deze Euro-verkiezingen, heeft niet kunnen bewijzen dat zijn verzoenende aanpak vruchten afwerpt. Voor zijn partijgenoot en aartsrivaal Chirac biedt het succes-De Villiers steun voor het meer rechtse appèl dat hij op de gaullistische kiezer doet. Anderzijds moet ook Chirac het in 1995 hebben van een vereend centrum-rechtse coalitie.

Nu het schisma in de coalitie zo duidelijk aan het licht is gekomen, worden ook van Chirac samenbindende capaciteiten gevraagd, die hij ten opzichte van meer gematigd rechtse kiezers nog niet heeft getoond. Bovendien staat hij pragmatischer tegenover Europa dan De Villiers c.s. Zijn meesterproef wordt het een uitvoerbare Europese politiek te ontwerpen zonder die isolationistische kiezers van zich te vervreemden.

In het socialistische kamp wordt de komende tijd een pijnlijk debat over Rocard en diens presidentskandidatuur verwacht. Zelf sprak hij na de teleurstelling over 'lessen leren' en 'de troepen verenigen'. Mensen als Jack Lang en Laurent Fabius denken daar net zo over, maar kunnen zich een andere uitvoerder van het werk voorstellen.

De communisten kregen bijna 7 procent, een voortzetting van een licht dalende ontwikkeling. De overige lijsten kwamen niet aan de vereiste vijf procent. Voor de lijst-Sarajevo hield de mars naar Straatsburg gisteren op bij 1,6 procent. De twee Groene lijsten bleven steken op drie en twee procent.