EDWARD KIENHOLZ 1927 - 1994; De bevroren zelfkant van Amerika

Hij werd een beeldhouwer genoemd, maar de Amerikaanse kunstenaar Edward Kienholz, die vrijdag 66 jaar oud in zijn woonplaats Hope, Idaho, aan een hartaanval is overleden, maakte eigenlijk bijna-realistische toneel, tragische scènes waarbij voorwerpen en mensen onder een grijzige, morsig-bruine laag van verstofte gelatine lijken te zijn bevroren. Het zijn ensceneringen van wat in het alledaagse, puriteinse Amerika van de jaren zestig en zeventig werd weggemoffeld en van wat tot op de dag van vandaag nog steeds niet graag gezien wordt.

Edward Kienholz (1927) componeerde 'tableaux morts', in tegenstelling tot de 'tableaux vivants' die hij in zijn jeugd, op het platteland van Fairfield, Washington, goed in zich had opgenomen. En rondom die 'tableaux morts' is het laatste decennia nogal stil geworden. Kienholz was al bijgezet in het zogenaamde post-pop-art tijdperk. Zelden kwam zijn werk nog op grote Europese tentoonstellingen aan bod, uitgezonderd een overzicht in Düsseldorf in 1989.

In samenraapsels van versleten dingen en onttakelde mensachtige poppen werd de Amerikaanse samenleving aan de kaak gesteld, en dan met name de zelfkant, waarin zich zwervers, prostitutée's, aborteurs en zwakzinnigen ophouden. Ze vertonen zich meestal als krakkemikkige wezens in een slonzig 'environment'. Soms ontbreekt zelfs de schim van een menselijke figuur en suggereert uitsluitend een geraffineerd geëtaleerd stuk bont dat we met een paar dijen en met een onderbuik te maken hebben. Afgaande op de naargeestige schemerlamp en wat smurrie kan men er stellig van uitgaan dat in dit achterkamertje iemand met een scherp voorwerp een abortus heeft uitgevoerd.

Deze en een aantal andere scènes spelen zich af in een benauwend burgermansinterieur, waarin kilte, verdriet en verlatenheid vechten om voorrang. Geen enkel detail daarvan is willekeurig. Er staat karakterloos meubilair met perzische tapijtjes, met asbakken die niemand zou willen verzamelen, en een kneuterig vaasje bloemen. Daartussen houdt zich bijvoorbeeld, languit op een stoel gedrapeerd, een scharminkel op. Haar benen moeten ooit een etalagepop hebben toebehoord, de lappen om haar heen komen uit een vuilnisemmer, en het hoofd, met ogen en een mond als peilloze gaten, zal de kunstenaar wel uit oude troep hebben samengesteld. Ze is een van de prostituée's uit Roxy's, genoemd naar een bestaand bordeel in Las Vegas, en misschien wel het belangrijkste 'environment' waarmee Kienholz begin jaren zestig zijn museumdebuut maakte. Het kwam ook op de Documenta IV in Kassel, 1968, terecht.

Kienholz wilde de prostitutie niet als een onwaardige bezigheid afdoen. Het tegenovergestelde is het geval: “Er is zoveel goeds in de slechtsten onder ons/ En zoveel slechts in de besten onder ons/ Dat het nauwelijks betaamt aan een van ons/ Iets te zeggen over de rest van ons”, aldus de geborduurde tekst die in diezelfde bordeelscène is opgehangen.

De boerenzoon Edward Kienholz was een autodidact die aanvankelijk schilder wilde worden. Tot eind jaren vijftig was hij in de weer met schroot en afval om 'resten menselijke ervaring' te componeren, zoals hij deze experimentele assemblages omschreef. Nadat hij ze met een bezem van kleur had voorzien kwamen ze als reliëfstructuren in zijn eigen galerie Now te hangen, de eerste avantgarde-galerie in Los Angeles, waar hij later medeoprichter zou worden van de fameuze Ferus Gallery. Maar al doende kregen zijn 'ervaringen' steeds meer gewicht en toen de muur ze niet meer vasthield, kwam de grond eraan te pas. Zijn environments, toonbeelden van slijtage, dijden uit tot tien, twaalf meter. Ze konden net zoals bij zijn collega Claes Oldenburg met zijn slaapkamermeubelement een complete museumzaal in beslag nemen.

Elke scène van Kienholz werd een aanklacht. Hij liet zien hoe hij terugkeek op zijn werk in een psychiatrisch ziekenhuis, waar bewakers schitterden in sadisme, en artsen in onverschilligheid. Er liggen akelige was-achtige figuren op een stapelbed, de armen vastgebonden met riemen, het hoofd gereduceerd tot een vissekom, van waaruit één groot, allesziend oog de omgeving in de gaten houdt. Zijn 'environment' Back Seat Dodge '38 bracht in Los Angeles waar hij zich in 1953 al had gevestigd, een schandaal te weeg. Vanuit het wrak van een Dodge staken de ledematen van een copulerend stel boven de zitbanken uit. Zó onbeholpen moest men als ongetrouwd paar de liefde bedrijven. Het was in de Amerikaanse burgerij nu eenmaal 'not done' om ontmaagd het huwelijk in te gaan.

Vrijwel elke Nederlandse museumbezoeker zal te gast zijn geweest in The Beanery, een permanent tentoongesteld Kienholz-environment - ooit omschreven als een gemeenschappelijke doodskist - in het Stedelijk Museum in Amsterdam dat in 1970 een overzicht aan Kienholz wijdde: Een schemerige bar, waar anonieme figuren de tijd doden. Klokken hebben de plaats ingenomen van gezichten. In nutteloosheid verstrijken de uren. Contact is er niet; klokken hebben nu eenmaal weinig anders uit te wisselen dan toonloos getik. En de rubberen autobanden waarin de uurwerken soms zijn gevat, laten zien dat men hier blijkbaar niet veel meer te melden heeft dan het merk van zijn auto.

In tegenstelling tot het werk van pop-art kunstenaars als Warhol, Lichtenstein, Rauschenberg, Rivers en Dine, die de oppervlakkigheid, de massamedia en vercommercialisering van Amerika tot onderwerp kozen, verbeeldde Kienholz haarscherp en cynisch de meer diepgaande en direct menselijke facetten van de Amerikaanse samenleving - van kindermishandeling en oorlogsgeweld tot rassendiscriminatie en vereenzaming. Zijn intensivering van de werkelijkheid, waarin combinaties van alledaagse en groteske voorwerpen borg staan voor zowel een literaire als een universele lading, laat geen andere dan die ene sinistere betekenis over die hijzelf aan dat ene kunstwerk had toegedicht. Een gelaagdheid zou afbreuk doen aan de impact van zijn aanklacht.

Vanaf begin jaren zeventig hebben de arbeidsintensieve en kostbare 'environments' gedeeltelijk plaats gemaakt voor twee-dimensionale concepten, die tegen betaling van arbeidskosten, vast te leggen in een contract met de kunstenaar, verder konden worden uitgewerkt. En daarmee werd Kienholz, die deze week naar eigen wens in zijn favoriete auto, een oude Packard, zal worden begraven, een onopgemerkte voorloper van de conceptuele beeldende kunst.