Blair probeert zich al te gedragen als staatsman

LONDEN,13 JUNI. Tony Blair (41), de algemene favoriet om de gestorven Labour-leider John Smith op te volgen, baadt zich vanmorgen in twee glorieuze omstandigheden. De eerste is de wetenschap dat zijn kandidatuur voor de post, dit weekeinde eindelijk officieel verklaard, verreweg de meeste steun geniet. De tweede is het blijk van vertrouwen dat Britse kiezers de Labour Party hebben gegeven in de Euroverkiezingen: een zetelwinst van ten minste 11 en een populariteit van tenminste 45 procent. Dat laatste cijfer is mede omhoog gestuwd door de perceptie dat Blair gaat winnen.

Nu al doet Blair pogingen zich te hullen in de waardigheid van de staatsman in spe, compensatie voor zijn jeugdige leeftijd en zijn gebrek aan enige regeerervaring. Hij staat erop te benadrukken dat de verkiezing van de leider en de adjunct-leider van de partij de eenheid dient te bewaren en niet het gevoel van saamhorigheid moet verstoren dat de dood van Smith zo heeft versterkt. Labour heeft tot 21 juli, de dag van de verkiezing, tijd om daaraan te werken.

Blair geniet de steun van ten minste de helft van de 269 Labourleden in het Lagerhuis en om aan die aanhang geen afbreuk te doen hebben andere kandidaten-in-spe zich bij voorbaat teruggetrokken: Gordon Brown en Robin Cook zijn de prominentste voorbeelden. De invalster voor Smith, adjunct-partijleider Margaret Beckett, vertegenwoordigt met haar kandidatuur voor zowel de functie van leider als die van adjunct-leider de linker-vleugel van de partij. Zij heeft, als elke kandidaat, ten minste de steun van 34 Lagerhuisleden nodig om te kunnen meedingen, maar lijkt vanochtend te worden bedreigd door de mogelijke kandidatuur van de ultra-linkse Ken Livingstone. John Prescott dingt ook naar beide functies. Hij maakt èn links èn de traditionalisten in de vakbeweging het hof door campagne te voeren op het punt van volledige werkgelegenheid - een term die de sociaal-democraat Blair weigert te adopteren.

Blair zei dit weekeinde dat er geen “grote verschillen van inzicht” tussen hem en hetzij Prescott hetzij Beckett bestaan. Prescott maakt er geen geheim van dat hij Blair ziet als iemand die de zwevende kiezer naar de mond praat en “warme taal” uitslaat om hem over de streep te trekken. Hij houdt tegelijk zijn grootste venijn binnen om straks niet zijn kans mis te lopen op het dream ticket als tweede man naast Blair, bedoeld om beide vleugels van Labour te verzoenen.