Belgie; Premier Dehaene bijna onbeschadigd uit verkiezingen

BRUSSEL, 13 JUNI. De grote verliezers van de Europese verkiezingen in België zijn de Vlaamse liberalen geworden. Zij hadden het beleid van de rooms-rode regering van premier Dehaene nadrukkelijk tot inzet van de (verplichte) stembusgang gemaakt. Maar gisteravond moest de partijleiding “ontgoocheld” vaststellen dat de doorbraakpoging “om het politieke landschap in Vlaanderen grondig te veranderen” volstrekt is mislukt, en dat de christen-democratische CVP veruit de grootste partij is gebleven dankzij de inzet van prominente kopstukken als Leo Tindemans en Wilfried Martens.

Opvallend was verder de sterke opkomst van extreem rechts in Wallonië (7,5 procent), de verdere vooruitgang van het Vlaams Blok in Vlaanderen, het forse verlies van de door 'affaires' geplaagde Franstalige socialisten en de opkomst naar Nederlands voorbeeld van de nieuwe ouderenpartij 'Waardig Ouder Worden'. Die laatste partij sleepte 3,5 procent van de stemmen in Vlaanderen in de wacht.

Het falen van de liberale VLD - die onder leiding van partijvoorzitter Guy Verhofstadt het afgelopen jaar een spraakmakende 'verruimingsoperatie' uitvoerde - is een steun in de rug voor de huidige regeringscoalitie. Veel opiniepeilers hadden grote winst voorspeld voor de VLD, maar in plaats van de magische grens van 30 procent te passeren, bleven de liberalen steken op een magere 18,2 procent. Daarmee doen de liberalen het zelfs nog iets slechter dan bij de laatste parlementsverkiezingen in november 1991.

De omgekeerde ontwikkeling deed zich voor bij de CVP. Met een resultaat van 27,4 procent krabbelde de partij zelfs nog iets omhoog ten opzichte van november 1991. Toen kregen alle gevestigde partijen in België grote klappen en maakte vooral het Vlaams Blok een spectaculaire sprong vooruit. Ten opzichte van de laatste Europese verkiezingen ging de CVP wel flink achteruit en als gevolg daarvan moet zij haar vijfde zetel in het Europarlement afstaan.

Alle regeringspartijen hadden vantevoren verklaard dat zij de coalitie willen voortzetten, ongeacht het verkiezingsresultaat. Premier Dehaene toonde zich gisteravond dan ook zeer tevreden, maar ook hij kon niet ontkennen dat vooral de Franstalige socialistische pijler onder zijn coalitie behoorlijk is verzwakt. In Vlaanderen verloor de SP anderhalf procent (en staat nu op de derde plaats na de VLD) terwijl de Waalse socialisten zo'n zes procent moesten inleveren ten opzichte van november 1991.

De voortdurende terugval van de Franstalige socialisten is ongetwijfeld versterkt door de Luikse omkoopschandalen waarmee de PS momenteel wordt geconfronteerd. Maar afgaande op de eerste indicaties zou binnen de PS de 'regionalist' José Happart als vanouds veel stemmen hebben getrokken. Dat betekent dat diens machtspositie binnen de PS wordt versterkt en dat zou van de PS wel eens een wat minder stabiele regeringspartner kunnen maken voor Dehaene. Happart is meer geïnteresseerd in het Europa van de regio's - en dus Wallonië - dan in het wel en wee van een regeringscoalitie in de Brusselse Wetstraat.