Afrikanen weten niet wat ze met Rwanda aanmoeten

TUNIS, 13 JUNI. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), waarvan de leiders vandaag en morgen bijeen zijn in de Tunesische hoofdstad Tunis, betreurt het geweld in Rwanda en roept de strijdende partijen op te onderhandelen, maar andere stappen zet de OAE niet. Dat blijkt uit een resolutie die zaterdag door de Afrikaanse ministers van buitenlandse zaken is aangenomen en aan hun leiders is voorgelegd. Geen enkel Afrikaans land is tot dusverre bereid gebleken militairen ter beschikking te stellen voor de uitbreiding van UNAMIR, het vredesleger van de Verenigde Naties in Rwanda.

“De OAE is een schijnwereld”, aldus een Egyptische tolk in het Palais des Congrès. “Wat hier gebeurt heeft geen enkele betekenis voor Afrika. Ik tolk nu al tien jaar voor deze club, maar ik geloof niet dat het tijdens al die zittingen ooit eens tot een echt besluit is gekomen.”

Rwanda zelf is op de OAE-top vertegenwoordigd door twee delegaties: één namens de interim-regering, de andere namens de Tutsi-rebellen van het Rwandese Patriottisch Front (RPF). Op het visitekaartje van Zijne Excellentie Jérôme Bicamun Paka, de Rwandese minister van buitenlandse zaken, staat een adres in Kigali. De Rwandese hoofdstad ligt weliswaar in puin en de interim-regering, die geheel uit Hutu-ministers bestaat, is gevlucht, maar Paka kan kennelijk nog steeds in Kigali worden gebeld. Hij heeft zelfs een faxnummer vermeld.

Af en toe komen Paka en de zijnen de delegaties van het RPF tegen in de gangen van het Palais. In overeenstemming met de diplomatieke mores die bij de vergadering in Tunis in acht worden genomen, wordt bij zulke ontmoetingen een vriendelijke, zij het ietwat koele glimlach uitgewisseld, alsof het Rwandese conflict een tijdelijke verkilling is in de relatie tussen twee vrienden die - als beide partijen zich daar eens echt toe zouden zetten - door een goed gesprek snel de wereld uit geholpen zou kunnen worden.

In contacten met journalisten en achter de gesloten deuren van de conferentieruimte spreken beide partijen echter een geheel andere taal. Voor Bicamun Paka zijn de Tutsi-rebellen huurlingen in dienst van de Oegandese leider Museveni. Deze wil “de keizer van Midden-Afrika” worden en heeft er daarom alle belang bij dat Rwanda wordt geregeerd door een minderheid die zijn steun nodig heeft om in het zadel te blijven.

Pag.4: 'Afrika is nog niet rijp voor eenheid'

De burgeroorlog is veroorzaakt door het RPF, dat op 6 april het vliegtuig van de Rwandese president Habyarimana, een Hutu, uit de lucht schoten, zo redeneert Paka.

Delegatieleden van het RPF daarentegen houden lange verhalen over de moordpartijen onder Tutsi's in Rwanda die zij op het conto schrijven van de Rwandese interim-regering. Voor hen is Museveni een held, die de onderdrukte Tutsi-minderheid in Rwanda helpt om zich tegen de Hutu-agressor te verdedigen.De kwestie Rwanda stond hoog op de agenda van de OAE. Hoewel de Afrikanen wel wat gewend zijn op het gebied van oorlogen en massamoorden, heeft de omvang van het drama in Rwanda en de snelheid waarmee het zich heeft afgespeeld, zelfs de doorgewinterde Afrikaanse diplomaten verbijsterd. In Tunis spreken ze over “een tragedie van ongekende omvang”.

Sinds de Rwandese president Habyarimana twee maanden geleden om het leven kwam, zijn ten gevolge van slachtpartijen onder de Tutsi's en het oplaaien van de burgeroorlog tussen het Hutu-regeringsleger en de rebellen van het RPF naar schatting enige honderdduizenden mensen gedood.

De andere Afrikaanse staten staan er bij en kijken er naar. De Engelstalige landen uit de regio, zoals Tanzania en Kenia, voelen wat meer sympathie voor het RPF, terwijl een Franstalig land als Zaïre meer op de hand is van de Rwandese interim-regering. Maar uiteindelijk wil niemand zware druk uitoefenen op de strijdende partijen om de wapens neer te leggen. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Egyptenaar Boutros Boutros-Ghali deed zaterdag nog eens een poging om de interim-regering en het RPF tot een wapenstilstand te bewegen, maar ook dat baatte niet. In Tunis bleek dat geen van beide partijen bereid is om tot een wapenstilstand te komen of zelfs maar met de tegenstander te praten.

Vóórdat de OAE besloot niets te doen aan Rwanda, lieten veel Afrikaanse diplomaten zich kritisch uit over het Westen. Het was voor hen zonneklaar dat van het Westen geen oplossing valt te verwachten. “Toen de Belgen en de Fransen in april naar Rwanda gingen, was dat alleen maar om hun eigen landgenoten te redden. Dat Rwandezen bezig waren om elkaar uit te moorden, kon hun geen zier schelen”, aldus een Keniaanse diplomaat. “En toen de Verenigde Naties uiteindelijk besloten om een vredesmacht te sturen, was geen enkel Westers land bereid om militairen ter beschikking te stellen. Rwanda bewijst eens temeer hoe weinig jullie je in Europa en Amerika aan Afrikaanse levens gelegen laten liggen”.

Als er al een oplossing voor het Rwandese conflict gevonden kon worden, dan moest die uit Afrika zelf komen, zo was de communis opinio in het Palais. In de wandelgangen werd driftig gespeculeerd over de rol die de OAE hierbij zou kunnen spelen. “De OAE is de stem van van Afrika”, zei de minister van buitenlandse zaken van Soedan, “het is het enige forum dat we in Afrika hebben om samen problemen aan te pakken”.

Nadat zaterdag was gebleken dat ook de OAE Rwanda aan de Rwandezen overlaat, overheerste berusting onder de diplomaten. “Afrika is nog niet rijp voor eenheid”, zei een ambtenaar van het Keniaanse ministerie van telecommunicatie. “In het menselijk leven is er een rangorde van problemen. Je hebt pas tijd voor solidariteit en consideratie met anderen, als aan bepaalde basisbehoeften is voldaan. De Afrikaanse leiders die hier zijn, geloven echt wel in de noodzaak om samen te werken. Maar als we nu straks teruggaan naar onze landen, dan zien we weer dat onze bevolking ziek is, honger lijdt en dat er niet genoeg huizen zijn. Op dat moment hebben we gewoon geen tijd meer voor solidariteit.”

Maar een Tunesische verslagger fluisterde kritisch: “De OAE heeft weer eens een keer gefaald.” Hij keek toe hoe als in een begrafenisstoet een lange rij zwarte auto's de Afrikaanse hoogwaardigheidsbekleders diep in de nacht terugbracht naar hun sjieke hotels aan de grote avenue's van Tunis.