Zegetocht Omo Power lijkt over; Buitenlandse testbureaus vinden 'excessieve slijtage' bij Unilever-wasmiddel

DELFT, 11 JUNI. Unilever blijft volledig achter het in opspraak geraakte wasmiddel Omo Power staan maar heeft toegezegd de formulering aan te passen 'om de gevoeligheid van het produkt voor laboratoriumtesten te verlagen'. De Consumentenbond handhaaft het advies geen Omo Power te gebruiken zolang de formule niet is verbeterd. De meeste supermarkten blijven Omo Power verkopen maar geven geld terug aan ontevreden afnemers. De reclamecampagnes voor Omo Power liggen voorlopig stil.

Dat is in het kort de stand van zaken aan het eind van een week waarin langzaam duidelijk werd dat Unilevers revolutionaire nieuwe wasmiddel Omo Power niet de zegetocht gaat maken die voorspeld werd. De met veel vertoon in een tiental Europese landen geïntroduceerde geheel nieuwe Omo, Skip, Persil of Via blijkt zijn indrukwekkende waskracht en vlekverwijdering te paren aan een ongekende aantasting van katoenen weefsels. Concurrent Procter & Gamble heeft dat laten uitzoeken, niet alleen bij TNO maar ook bij een vijftal andere onderzoeksinstituten in Europa. De Wageningse hoogleraar huishoudstudies drs. P.M.J. Terpstra, door P&G aangezocht om de verrichte studies te evalueren, heeft in een persbericht laten weten 'dat het logisch lijkt de mangaantechnologie in de huidige vorm uit het produkt te verwijderen'.

Unilever houdt tot dusver met zoveel woorden vol dat ze het slachtoffer is van een agressieve concurrent die een schitterende Unilever-vinding door ruim dertig waterdichte octrooien onbereikbaar ziet. Alleen onder extreme testomstandigheden in het laboratorium zou Omo Power neveneffecten vertonen die Ariel Ultra onder zulke condities niet heeft. Maar met weinig moeite waren proeven te bedenken waarin het omgekeerde zou gebeuren: met laboratoriumonderzoek is alles mogelijk, behalve een nabootsing van de praktijk. In het TNO-onderzoek had Unilever 'beperkingen' aangetroffen en waren 'vreemde keuzen' gemaakt. Het onderzochte wasgoed was niet voldoende natuurlijk bevuild.

Unilevers aanval op de zeggingskracht van het TNO-onderzoek is voor ir. H. Smits, hoofd van de afdeling binnen het Instituut voor Reinigingstechnieken die de wastesten uitvoerde, reden om tegen de TNO-gewoonte in opening van zaken te geven. Want Smits wenst met klem te bestrijden dat zijn instituut, daartoe aangespoord door Procter & Gamble, onaanvaardbare testcondities heeft gecreëerd en dat praktijkonderzoek bij consumenten thuis heel anders kan uitvallen. Dat consumenten die Omo Power thuis mochten testen zich na afloop tevreden toonden over het produkt hoeft niet strijdig te zijn met de bevindingen van TNO. “Consumenten oordelen maar meten niet. Vaak vergelijken ze niet eens. Consumententesten worden dan ook nooit voor vergelijkend onderzoek van wasmiddelen gebruikt. Daarvoor is juist in samenwerking met de industrie een hele serie streng gestandaardiseerde testen ontwikkeld.” En die testen staan, zegt Smits, niet ter discussie, zoals Unilever beweert.

Het laboratorium waar de werking van Omo Power en Ariel Ultra werd vergeleken lijkt weinig op de martelkamer die het volgens Unilever is. Men vindt er een batterij gewone, goede wasmachines (van de merken Miele en AEG) waarin vanuit een heel gewone wasmand gewoon wasgoed wordt gebracht dat daarna aan een doodgewoon wasprogramma wordt onderworpen. Bij TNO was dat een katoenprogramma van 100 minuten (inclusief vier maal spoelen) bij temperaturen van 60 en 90 graden. Aan het laatste spoelwater werd een scheut wasverzachter (Robijn) toegevoegd. Tussen het wasgoed bevonden zich lappen ongekleurde 'normkatoen' (WFK- of Krefeld-katoen) waaraan na afloop van de test de katoenslijtage werd gemeten. Het gewone wasgoed werd voornamelijk 'visueel geïnspecteerd'.

Geen extreme omstandigheden dus, al is Smits bereid toe te geven dat, in samenspraak met opdrachtgever P&G (die snel een duidelijkresultaat wilde) gewassen is met een wasmiddeldosering die aan de hoge kant was. Hoewel naar verhouding niet erg veel vuil in de belading aanwezig was is toch, zowel voor Omo Power als Ariel Ultra, de dosering voor 'zware vervuiling' gekozen.

TNO heeft geen gebruik gemaakt van natuurlijk bevuilde textiel maar het vuil apart toegevoegd in de vorm van twee of drie zogeheten Empa-105 lappen. Op die lappen, geleverd door het Zwitserse instituut voor materiaalonderzoek Empa, zijn standaardhoeveelheden carbon-black en minerale olie, chocolademelk, rode wijn en bloed aangebracht. Gewoonlijk worden de Empa-lappen gebruikt om de vuilverwijderende eigenschappen van wasmiddelen te meten, in dit geval waren ze er alleen om een sop van min of meer huishoudelijke samenstelling te krijgen.

Pag.19: TNO achter testen

De internationale norm is dat aan vijf kilo wasgoed vijf Empa-105 lappen worden toegvoegd. TNO gebruikte 3,5 kilo wasgoed en voegde drie Empa-lappen toe, een enkele keer maar twee. Smits: “Dat is iets aan de lage kant, maar in overeenstemming met de trend dat steeds vaker steeds minder vuile kleren worden gewassen.” Unilevers kritiek dat veel te weinig Empa-lappen zijn gebruikt, verwerpt hij.

Het aantal wasbeurten varieerde van 3 tot 12 bij 90 graden en van 5 tot 25 bij 60 graden. “Dat zijn”, beaamt vanuit Wageningen reviewer Terpstra (voorganger van Smits bij TNO), “helemaal geen idiote aantallen. Willekeurig textiel moet toch zo'n honderd keer wassen doorstaan. Lakens worden vaak wel tweehonderd keer gewassen voor ze op zijn.”

“We hadden al gauw door”, zegt Smits, “dat Omo Power de sterkte van de katoenvezels excessief aantastte. Veel méér dan bij andere moderne wasmiddelen nog gevonden wordt. De wasmiddelindustrie heeft het 'treksterkteverlies' zo goed onder de knie gekregen dat het de laatste 12 jaar in ons vergelijkend warenonderzoek voor de Consumentenbond niet eens meer gemeten wordt. Nu maten we bij 90 graden aan het Krefeld-katoen in de trekbank opeens een sterkteverlies van 50 procent na 12 keer wassen. ”

Het hoge treksterkteverlies van het normkatoen werd bevestigd door het chemisch onderzoek naar de vezelaantasting van dat katoen. Pijnlijker is dat ook de visuele inspectie van het gewone wasgoed een zware slijtage te zien gaf. Een deel van de Unilever-verdediging kwam er op neer dat het natuurzuivere Krefeld-katoen ongewoon gevoelig is voor de inwerking van Omo Power.

Hoewel TNO-er Smits, zegt hij, geen moment aan de juistheid van zijn onderzoeksresultaten heeft getwijfeld was het een geruststelling te horen dat vijf buitenlandse onderzoeksinstituten, die tegelijk met TNO door Procter voor een onderzoek van Omo Power werden ingeschakeld, dezefde uitkomsten kregen. Achteraf blijkt het materiaal uit Engeland, Zweden, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk het Power-drama te completeren. Het Duitse Hohenstein-instituut vond excessieve slijtage bij natuurlijk bevuilde textiel. Het Zwitserse Empa-instituut deed zijn onderzoek ook bij lage temperatuur: 40 graden. Het stelde vast dat een flanellen pyama al na tien wasbeurten 'completely destroyed' was. Een sjaaltje en een paar zwarte sokken waren dat na 25 keer wassen. Van het testwasgoed dat bij zestig graden ongeveer twintig keer gewassen was bleek bijna de helft 'geheel vernield' te zijn.

In de commotie van de afgelopen week is niet altijd even duidelijk geworden dat de kritiek op Omo Power drieledig is. Niet alleen brengt het wasmiddel een ongekende slijtage teweeg, het tast ook de kleuren aan op een wijze die alleen oudere consumenten zich van vroeger herinneren. Bovendien blijkt de katalyserende mangaan-verbinding zich zo sterk aan de textielvezels te hechten dat het mangaangehalte van de textiel bijna lineair met het aantal wasgangen oploopt. Onweerlegbaar is aangetoond dat de 'Accelerator' daarbij actief blijft. Wie na gebruik van Omo Power overschakelt op een ander wasmiddel moet nog enige tijd met verhoogde slijtage rekening houden. Terpstra doet verontruste consumenten daarom de aanbeveling na gebruik van Omo Power enige malen met een fijnwasmiddel of een wasmiddel zonder bleekmiddel te wassen.

Pas als alle feiten achter elkaar staan wordt de omvang van de Power-ramp duidelijk. Er is de aantasting van de katoenvezels, de zeker zo pijnlijke aantasting van de kleur en de ophoping van de mangaan-katalysator. Maar ook: de gelijktijdige introduktie van het nieuwe produkt in een tiental landen en, niet minder belangrijk, de produktiestop van het oude merk Omo Micro Plus. Want dat is, bevestigt Unilever, inmiddels van de markt gehaald. Omo Power was niet bedoeld als een nieuw middel naast Micro Plus, maar als de opvolger daarvan. De weg terug is afgesneden.

Daarmee is begrijpelijk geworden dat Omo Power, hoewel 'gepusht' als lage-temperatuur-wasmiddel, op de markt is gebracht als totaal-wasmiddel en dat waarschijnlijk ook moet blijven. Op de nieuwe verpakking komt niet te staan dat wassen bij 90 graden gevaarlijk is maar dat het niet nodig is. Een understatement dat nog een eigen leven gaat leiden als Omo Power in nieuwe formulering geen wezenlijk betere eigenschappen heeft.