Vooral toeschouwers lopen gevaar in hitte van Orlando

TORONTO, 11 JUNI. De tol die straks betaald moet worden voor het vroege aanvangstijdstip van verschillende wedstrijden op het wereldkampioenschap voetbal kan hoog zijn. Frits Kessel, al 26 jaar de bondsarts van het Nederlands elftal, voorziet nog steeds grote problemen met de verwachte hitte. Hoewel Oranje enigszins geluk heeft dat het de enige avondwedstrijd speelt van Groep F, in Washington op 21 juni tegen Saoedi Arabië, baart het tijdstip van de overige duels de sportmedicus al maanden grote zorgen.

Er wordt om half een 's middags op heetst van de dag gespeeld zodat de wedstrijden op prime-time in Europa te zien zijn. Kessel sluit niet uit dat supporters op de tribunes bevangen worden door de hitte. Het zal verder noodzakelijk zijn de wedstrijden te onderbreken wanneer de spelers niet voldoende kunnen drinken.

In Orlando, waar Oranje twee groepsduels afwerkt, kan in deze tijd van het jaar het kwik oplopen tot tussen de dertig en veertig graden, waarbij de vochtigheidsgraad stijgt naar negentig procent. Nadat de FIFA niet van plan bleek de aanvangstijden te wijzigen, stuurde Kessel een brief naar Bern waarin hij de verantwoordelijkheid voor eventuele gevolgen bij het bestuur van de wereldvoetbalbond legde.

Als antwoord kreeg hij te lezen dat hij als bondsarts er maar voor te zorgen heeft, dat de dankvoorraad tijdens de wedstrijden voldoende is. Tijdens elk duel legt Kessel dan ook drie mandjes met drinkkruikjes langs het veld. Eén achter elk doel, een bij de dug-out. In totaal achttien liter Isostar per helft, anderhalve liter per speler. De verwachting is overigens dat de voetballers in Florida vijf tot tien liter per dag aan lichaamsvocht zullen verliezen, als het weer daar wat warmer wordt.

Kessel: “Bij een blessurebehandeling mag er een tweede verzorger het veld inkomen om de spelers aan drank te helpen. Maar als er geen blessures optreden zal de wedstrijd niet worden stilgelegd en kan er ook niemand het veld opkomen. Gezien de brief die ik van de FIFA heb gekregen, vind ik dat de scheidsrechter dan de plicht heeft de wedstrijd stil te leggen voor een drankpauze. En ook bij de blessurebehandeling zal de arbiter de regels wat soepeler moeten hanteren.”

Kessel vindt het “belachelijk” en “bizar” dat de wedstrijden om half een 's middags beginnen. Hij is er achter gekomen dat de WK-organisatie kon kiezen uit half een en half vijf plaatselijke tijd. Op het laatste aanvangsuur barst er vaak een hevig onweer los boven Orlando. Later op de avond drijven de buien weer weg, maar dan is het nacht in Europa. En op die tijd een voetbalwedstrijd uitzenden, daar voelde de FIFA helemaal niets voor. Vooral om commerciële redenen, want tenslotte is de langgerekte eerste ronde met name bedoeld om de sponsors op tv voldoende aan hun trekken te laten komen. Kessel is met Michel D'Hooghe, de voorzitter van de Belgische bond en tevens praeses van de medische commissie van de FIFA, de enige die zich heeft verzet tegen de verkwanseling aan de commercie. Beiden liepen tegen een muur.

Kessel: “Het is al triest dat de spelers zo worden gehinderd. Wij zullen onze maatregelen wel treffen. Maar wat gebeurt er op tribunes, waar de mensen toch gauw vier uur in de brandende zon zitten? Heb je die supporters weleens tekeer zien gaan? Onder deze omstandigheden is dat een absolute topinspanning terwijl die mensen vaak geen goede conditie hebben. Ook de drankvoorziening kan bij hen te wensen overlaten. Als er zoveel ellende ontstaat op de tribunes zal de organisatie toch gedwongen worden wat te doen aan de aanvangstijden. Want dan gaat het ineens om negatieve reclame voor het voetbal. Ja, als het kalf verdronken is dempt men dan de put.”

Dat ook de spelers onwel kunnen worden, sluit Kessel niet uit. “Je hebt gezien dat Henri Leconte begin dit jaar tijdens de Open Australische tenniskampioenschappen ook ineens onderuit ging door de warmte. We zullen langs de zijlijn koelboxen neerzetten met natte handdoeken om de jongens weer op de been te helpen. We gaan in Orlando elke dag trainen op het heetst van de dag om de wedstrijdomstandigheden na te bootsen. Maar ik hoop toch op een koufront.”

In Toronto, waar het Nederlands elftal morgen de laatste oefeninterland afwerkt tegen Canada, is het behaaglijk warm. Een lekker zonnetje, geen hoge vochtigsheidsgraad en maximaal 25 graden. De maatregelen voor Orlando, waar Oranje na de wedstrijd meteen heen vliegt, hoeven hier nog niet worden uitgevoerd. De spelers zullen in de wedstrijd onder hun ogen een rand van houtskool aanbrengen. Dit is bedoeld om de zonnereflectie te doorbreken. Kessel: “De weerkaatsing van de zon gaat ten koste van het concentratievermogen, bevordert de vermoeidheid en de reactie neemt af.”

Acht spelers hebben zich opgegeven voor speciale contactlenzen die functioneren als een zonnebril. Allemaal zullen ze een petje dragen. Ulrich van Gobbel en Bryan Roy hebben de opdracht gekregen op hun kaal geschoren hoofd wat haar te laten groeien, zodat ze geen zonnesteek kunnen oplopen.

Kessel is met dit soort maatregelen niet altijd serieus genomen. In 1990 bedacht hij het tropenrooster, terwijl er van tropische omstandigheden nimmer sprake was. In 1978 in Argentinië adviseerde hij mede voor een hotel te kiezen op 1300 meter hoogte, terwijl de wedstrijden op 700 meter werden gespeeld. Dat werd later door Happel slim aangegrepen om de slechte resultaten in de eerste ronde te verklaren.

Dit keer baseert Kessel zijn wijsheid op een congres van fysiologen in Zürich, waar ook enkele vertegenwoordigers van de FIFA bij aanwezig waren. Met voedingsfysioloog Fred Brouns van de universiteit van Maastricht is een uitgebalanceerd drank en voedselprogramma samengesteld. 's Morgens beginnen de spelers met een mineraaldrankje van eigen fabrikaat. “Gericht op de aanvullling van vitaminen, mineralen en vocht. Er zitten zouten in om het water in je lichaam vast te houden.”

Tijdens de trainingen en de wedstrijd volgt er een slap sportdrankje. En na afloop 'Perform' om de brandstofwaarde te verhogen. “Want de vochtaanvulling vormt de komende weken het belangrijkste credo.”