Vier weken vissen, kaarten en salades eten

De echte helden van het WK '74 waren de voetballers die speelden. Maar wie waren de reserves tijdens het toernooi in West-Duitsland? Zeven spelers stonden geen minuut in het veld. De pantoffelhelden van Hiltrup. Een herinnering aan teleurstelling, berusting en vooral verveling.

De een heeft een snor, de ander een buikje. Maar echt veranderd zijn ze niet, de zeven spelers die niet aan voetballen toekwamen in 1974. Ze zijn allemaal werkzaam buiten de voetballerij, behalve Piet Schrijvers die trainer is bij AZ. Hij is het vakjargon nog meester. “Michels kwam eerst met een behoudend concept. In dat plaatje paste Piet Schrijvers.”

De reserves der reserves hadden nog meer gemeen in Duitsland. Hun geringe contact met de 'supervisor'. Voor de eerste wedstrijd tegen Uruguay hield Michels in zijn hotelkamer een kort spreekuur voor alle 22 spelers. De meesten stonden binnen een minuut weer buiten. Kees van Ierssel kan er twintig jaar later nog wel om lachen. “Je kon wel gaan zitten, maar dat was niet eens nodig. Het had ook geen zin om iets te vragen. Je wist waar je aan toe was. Je was reserve”, zegt de man die na zijn voetballoopbaan in de buitendienst bij het GAK terecht kwam. Van Ierssel speelde tussen 1969 en 1979 bij FC Twente. Soms als voorstopper, meestal als rechtsback. 'Een complete, technisch begaafde verdediger', zo karakteriseerde NRC Handelsblad de bescheiden Brabander aan de vooravond van het WK. Toen gerenommeerde verdedigers als Drost, Mansveld en Hulshoff in de voorbereiding afvielen, kreeg de toen 28-jarige Van Ierssel een kans bij Oranje. “Stiekem hoop je op een wondertje, zoals met Wim Rijsbergen, maar na de eerste wedstrijd tegen Uruguay wist je dat het elftal niet meer zou worden gewijzigd.” Van Ierssel zat alleen tijdens het eerste WK-duel op de bank. De resterende zes wedstrijden zou hij vanaf de tribune volgen.

De verrassende keuze voor het verdedigingsduo Haan-Rijsbergen was een grote teleurstelling voor de toenmalige PSV'er Pleun Strik. Hij leek voorbestemd met Rinus Israel de defensie te leiden. “Tegen Uruguay kon Rinus er niet bij zijn wegens familie-omstandigheden. Althans, dat werd verteld. Ik weet nog wel dat Michels aan Arie Haan vroeg, met wie hij wilde spelen: met Rijsbergen of met mij. Haan zou toen gezegd hebben dat ik een zelfde soort voetballer was als hij en dat Rijsbergen zijn voorkeur had.” Strik heeft nog een gesprek met Michels aangevraagd. “Hij vertelde me dat ik buiten de boot viel. Dan heb je weinig meer te zeggen. Je had sowieso niks te zeggen.” De nu 50-jarige directeur van een grote verzekeringsmaatschappij denkt nog altijd dat PSV'ers in die tijd benadeeld werden. “Dan praat ik niet over mezelf, maar over de broertjes Van de Kerkhof. Die waren naar mijn oordeel beter dan Rep en Jansen. PSV draaide toen al heel goed, was eigenlijk al beter dan Ajax en Feyenoord. Maar ja, er zat toch een Ajax-clan. En als je heel eerlijk bent, hadden ze recht van spreken.”

Jan van Beveren was de doelman van PSV en werd beschouwd als de beste keeper van Nederland. Vlak voor het WK haakte hij af wegens een blessure. Volgens Piet Schrijvers hield Van Beveren de eer aan zichzelf. “Hij kon niet opschieten met de Ajacieden.” Schrijvers leek vervolgens favoriet om het Oranje-doel te verdedigen, maar werd verrassend gepasseerd door Jan Jongbloed. “Hij paste beter in het aanvallende systeem dat Michels voor ogen stond. Ik heb wel eens gekscherend gezegd: als Gert Bals nog actief was, had die gekeept in Duitsland. Michels wilde nu eenmaal een soort elfde veldspeler.”

Schrijvers zat “vanaf de eerste tot de laatste minuut op de bank” en bleef het hele toernooi “op en top gemotiveerd”. “Ik had het geluk heel goed met Jongbloed te kunnen opschieten. We kenden elkaar nog uit de DWS-periode. Toen heeft hij mij wegwijs gemaakt. Bij het Nederlands elftal was het precies andersom. We sliepen bij elkaar op de kamer. En met inschieten was hij toch op je aangewezen. Ik zeg vaak: een trainer is meer gebaat bij een loyale reserve dan bij de beste reserve.”

Voor Eddy Treytel was de rol van derde keeper een teleurstelling. Hij miste een deel van de voorbereiding omdat zijn club Feyenoord om de UEFA Cup streed. “Ik was in topvorm, mag je wel zeggen. Het zou gaan tussen Jongbloed en mij. Pas in Duitsland begreep ik dat Jongbloed de voorkeur kreeg. Toen heb ik aan Cor van der Hart (de assistent-trainer, red.) gevraagd hoe het nu zat. Hij kon het me niet vertellen. Ik trainde met de groep die niet zou spelen, klaar”, zegt Treytel die tegenwoordig zijn naam heeft geleend aan een grote schoonmaakzaak. Volgens Schrijvers was het vanaf de voorbereiding duidelijk dat Treytel geen enkele kans zou maken.

Sommige spelers wisten bij voorbaat dat ze niet zouden spelen. Voor de toen 21-jarige Willy van de Kerkhof “was het WK een leerproces. Dat heeft Michels meteen tegen me gezegd. Hij zei ook dat het Nederlands elftal nog tien jaar plezier aan mij zou beleven. Dat is aardig uitgekomen, mag ik wel zeggen.” Van de Kerkhof, momenteel voorlichter bij een schoonmaak- en beveiligingsbedrijf, bewaart goede herinneringen aan Michels. “Hij was kort, zakelijk en krachtig tegelijk.”

Willy's tweelingbroer Rene trok meer de aandacht in '74. “Rene was al een stapje verder. Meer een Amsterdams type.” De verrassende invalbeurt van Rene tegen West-Duitsland had Willy wel zien aankomen. “Op de training ging het fantastisch. En Piet Keizer was helemaal niet in vorm.” Toen Rensenbrink in de rust geblesseerd afhaakte, kleedde Keizer zich bijna vanzelfsprekend om. Tot Michels en Crujff besloten niet een technische maar een snelle linkerspits in te laten vallen. Zelfs voor Willy een onvergetelijke ervaring. “Je beleeft dat toch nauwer dan een ander.”

Voor Ruud Geels en Harry Vos was er nauwelijks sprake van betrokkenheid. De kersverse Ajacied Geels voelde zich met recht kansloos, in de wetenschap dat midvoor Cruijff op zijn positie speelde. “Als Johan niet speelde, stond ik in het centrum. Anders rechtsbuiten. Maar na Uruguay stond het elftal als een huissie.” De latere eigenaar van een schildersbedrijf zou in 1976 urore maken bij het EK in Joegoslavie. “Toen vergeleek de internationale pers me nog met Di Stefano.”

Harry Vos, linkervleugelverdediger van ADO en Feyenoord, had de pech dat Ruud Krol in die tijd misschien wel de beste linksback ter wereld was. “Ik hoefde me geen illusies te maken”, zegt de ex-prof die tegenwoordig werkzaam is bij de Belastingdienst. Vos is de enige WK-ganger die niet als international te boek staat. “Ik zou een oefenduel tegen Roemenie spelen, maar die dag trouwde ik. Dus dat ging niet door.” Vos begint spontaan te lachen als hij terugdenkt aan het koud buffet in de Duitse stadions. “Wij keken daar naar uit. Voor de wedstrijd hoefde je niet eens naar de bespreking. Je ging vanuit de bus rechtstreeks naar de VIP-ruimte. Daar zat je dan twee uur te wachten totdat de wedstrijd begon. Dat eten was allemaal prima verzorgd.” Een salade als goedmakertje voor de steeds groter wordende sleur. Treytel: “Ik werd er gestoord van.” Strik: “Ik krijg nog nekpijn als ik terugdenk aan al dat kaarten in de bus. Ik heb nog nooit zoveel gekaart als toen. Nee, nu doe ik het nooit meer.” Ook Geels verlangde al heel snel naar huis. “Het toernooi duurde voor mij gigantisch lang. Die vier weken leken wel acht weken. Als de pers kwam, kon je net zo goed gaan tennissen, niemand was geinteresseerd in jouw verhaal. Of gaan vissen, maar ik kan nog niet eens een voorn van een hengel afhalen. Dan staarde ik maar een tijdje naar het water.”

Het toernooi moet een afknapper zijn geweest voor de meervoudige topscorer van de eredivisie, maar Geels weet het WK '74 te nuanceren. “Ik kwam als een piepeltje binnen. Wat dat betreft was het een fantastische ervaring. Bovendien kon ik heel goed met Michels opschieten. Hij was altijd heel gecharmeerd van mij. Maar een hoogtepunt in mijn carriere was het zeker niet. Waarom zou ik meeoen aan de polonaise? Ik was na de finale 't liefst meteen naar huis gegaan.”

Op oude foto's zien we dat Kees van Ierssel vooraan liep in de tuin van het Catshuis. “Het was een fantastische ontvangst, maar ik heb niet het idee dat ik een aandeel in het succes had”. Vos zegt zich de polonaise nog goed te kunnen herinneren. “Den Uyl had zo'n officierspet op.” Den Uyl was premier in 1974, het jaar dat Johan Cruijff tot voetbalkoning werd uitgeroepn.

Voor Willy van de Kerkhof was Cruijff “een idool”. “Ik heb heel goed naar hem gekeken. Tot in de kleinste details. Hij regelde de financien, niet alleenvoor zichzelf maar voor het hele team.” Reserve Strik deelde de hotelkamer met Cruijff. “Hij was nog niet zo'n grootheid als nu. Dat wordt zo opgeklopt. Nee, het was een zeldzaam ontspannen sfeer. We hebben tot in de kleine uurtjes zittenklaverjassen. Michels deed of hij het niet merkte. Zijn kamer was aan het eind van de gang, maar in m'n herinnering was het meer dan honderd meter verderop.” Voor de reserves waren de trainingen van Van der Hart een welkome afwisseling. Van Ierssel: “Wanneer de basisspelers moesten rusten, gingen wij er pittig tegenaan. Nee, niet zo hard als die andere jongens. Want er zaten een paar beste beukers bij. Zo'n Suurbier liet vanaf de eerste minuut merken dat hij er stond. Ik kon dat wel wel waarderen. Als je nu kijkt naar zo'n Frank de Boer: wat maakt dienou voor overtredingen?”

De zeven bankzitters gaan de verrichtingen in Amerika met een kritisch oog bekijken. Alleen Pleun Strik heeft “genoeg aan een samenvatting van tien minuten”. “Ik vind voetbal helemaal niet zo'n leuke kijksport. Ik kijk veel liever naar ijshockey of volleybal. Daar gebeurt tenminste wat.” Het zijn de sporten waarbij voortdurend gewisseld mag worden, maar daar had Strik nog niet eens aan gedacht De PSV'er voor wie het WK in 1974 net iets te laat kwam. Voor Willy van de Kerkhof moesten de gloriejaren toen nog aanbreken. In Argentinie stond hij vier jaar later in de finale. “Het WK is het mooiste evenement ter wereld. Je mag god dankbaar zijn dat je daar bij bent geweest.”