Trippen

Gerben Hellinga en Hans Plomp: Uit je bol. Over XTC, paddestoelen, wiet en andere middelen

140 blz., Prometheus 1994, ƒ 19,90

De tijd stond even stil. Cannabis als kuur voor alle wereldproblemen, trippen als aanzet tot een culturele revolutie, sinistere samenzweringen van grootkapitalisten die de mensheid al dit moois ontzeggen. Het paranoïde wereldbeeld van de late jaren zestig overheerst in de drugsgids Uit je Bol.

Het boekje is voor jongeren bedoeld, zo mogen we opmaken uit de flaptekst. Want de jeugd slikt, rookt, drinkt en snuift er doelloos op los, niet gehinderd door enige kennis van zaken. In die leemte willen de drugsveteranen Gerben Hellinga en Hans Plomp, woonachtig in de Amsterdamse hippiekolonie Ruigoord, voorzien. De ware gebruiker is in hun ogen een 'psychonaut', een ruimtevaarder in eigen geest, voor wie drugs de kortste weg naar zelfinzicht en geluk zijn.

Drugs zijn allereerst een leerervaring, en daaraan voldoet niet alles dat toevallig verboden is. Cocaïne is geestvernauwend, amfetamine een “spulletje voor Vikingen en Hell's Angels”, heroïne gevoelsarm en bewustzijnsvernauwend, opium interessant maar verslavend en de uppers en downers op doktersrecept kan de scholier ook beter laten staan. Zijn illegale drugs niet altijd veilig, legale drugs als koffie, tabak en alcohol moet men ook niet onderschatten. Voor alcoholisten heeft het Ruigoordse duo een originele ontwenningskuur. “Op de eerste dag neem je ecstasy, de volgende avond ga je vroeg naar bed. De avond daarna neem je psilo of mescaline, daarna weer een dag pauze. In de derde fase eet je een groot stuk zelfgebakken hasjtaart.”

Leerzaam voor de jonge psychonaut zijn LSD (“alle onechtheid wordt ontmaskerd”), ketamine (“een prachtige en leerzame bijna-dood ervaring”) ecstasy (“gevoelens van liefde voor alles en iedereen”), lachgas (“een pijlsnelle shortcut naar een andere dimensie”), mescaline (“zacht, warm, aards, vriendelijk, kleurig”) of yaga (“ontketent sluimerende potenties, zoals telepathie en helderziendheid”). En extreem leerzaam is DMT. Bij deze trip ziet de gebruiker vreemde planten en machines en hoort hij buitenaardse muziek. Dan wordt hij omsingeld door astrale kaboutertjes die met piepstemmetjes een boodschap van liefde zingen.

Het Ruigoordse duo legt een voorkeur aan de dag voor puur natuur. Zelfs in de laatste restjes Nederlandse natuur valt voor de psychonaut veel lekkers te vinden. Zo trekken de auteurs de velden in en plukken vliegenzwammen, klimmende blauwe winde, kaalkopjes, doornappels, bilzekruid en alruinwortels. Sommige middelen zijn riskant, maar het meeste snippert men onbekommerd door de muësli en de linzensoep. En mocht er niets beters voorhanden zijn, dan staat in het keukenkastje altijd nog wel een potje nootmuskaat.

Drug nummer één blijft uiteraard cannabis. De hennepplant geneest ondermeer herpes, staar, dementie, delirium tremens en migraine; levert vezels voor kleding, schoenen, touw en papier; levert lampolie en eiwitrijke zaden. Als er scholieren in moeilijkheden raken door hasj-gebruik, komt dat doordat ze het gewas met tabak mengen, zo weten de auteurs. Daarvan word je sloom, terwijl het roken van pure marihuana juist tot uitmuntende leerprestaties zou leiden.

Waar het over drugsbeleid gaat, leggen Hellinga en Plomp de vinger op duistere samenzweringen. Waarom werd cannabis verboden? De Amerikaanse papier- en plasticindustrie zag de hennepplant terecht als concurrent en wist het in 1937 te verbieden. En werd plastic niet gepatenteerd door het nazi-bedrijf IG Farben? Nog zoiets: waarom ging de Amsterdamse politie begin jaren zeventig Chinese opiumschuivers vervolgen, die daarvoor getolereerd werden? Omdat opium uit communistisch China kwam, en de CIA liever zag dat de jeugd kapitalistische heroïne gebruikte.

Allemaal onzin natuurlijk, maar wel leuke onzin. Het roken van cannabis geeft automatisch inzicht in “hoe de consumptiemaatschappij de samenleving en de wereld verziekt”, zo denken de auteurs. De mix van feiten en hippiemythologie in Uit je bol is kennelijk het resultaat van dit leerproces. Leuk als curiosum, maar te incompleet en onbetrouwbaar om echt van nut te zijn.